direct naar inhoud van Artikel 4 Natuur
Plan: Buitengebied, Lingemeer 2
Status: ontwerp
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0214.BUIBP20120012-on01

Artikel 4 Natuur

4.1 Bestemmingsomschrijving

De voor “Natuur” aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. instandhouding, dan wel herstel en ontwikkeling van de natuurwaarden;
  • b. de landschappelijke inpassing van de ontgronding;
  • c. natuurvriendelijke oevers;
  • d. watergangen en daarbij behorende voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding, de waterberging en infiltratie daaronder begrepen;
  • e. het ontgronden of het afgraven van de gronden en het opslaan van zand onder water, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding “specifieke vorm van bedrijf - ontgronding”;
  • f. de aanleg en de instandhouding van recreatieve voet- en fietspaden uitsluitend ter plaatse van de aanduiding “specifieke vorm van verkeer - recreatieve voet- en fietspaden”;
  • g. de aanleg van parkeervoorzieningen uitsluitend ter plaatse van de aanduiding “parkeerterrein”;
  • h. extensief dagrecreatief medegebruik.
4.2 Bouwregels
4.2.1 Toegestane bebouwing

Op de in 4.1. bedoelde gronden mogen uitsluitend worden gebouwd:

  • a. bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten behoeve van de bestemming.
4.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Voor het bouwen van de in lid 4.2.1 genoemde bouwwerken, geen gebouwen zijnde, dienen de volgende bepalingen in acht genomen te worden:

  • a. de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 2,5 m.
4.3 Specifieke gebruiksregels

De gronden ter plaatse van de aanduiding “specifieke vorm van bedrijf - ontgronding” mogen niet eerder in gebruik genomen voor het ontgronden van de gronden en het opslaan van zand onder water, dan nadat de volgende maatregelen uitgevoerd zijn;

  • a. de landschappelijke inpassing van de scheidingsinstallatie middels de aanleg van een grondwal;
  • b. de landschappelijke inpassing langs de achterzijde van de woningen aan de Ommerenveldseweg en de Bloembosweg middels de aanleg van een geluidsafschermende grondwal met een hoogte van 3 m.
4.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden
4.4.1 Omgevingsvergunning

Het is verboden binnen de bestemming “Natuur” de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren, zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning:

  • a. werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden die direct zijn gericht op het storten, deponeren of op andere wijze opslaan van grond, puin of afvalmaterialen, voor zover deze van elders zijn aangevoerd;
  • b. het vellen, rooien of beschadigen van houtgewas, voor zover dit niet betreft de verzorging van de aanwezige houtopstanden;
  • c. het afgraven, ophogen of egaliseren van gronden;
  • d. het aanbrengen van oppervlakteverhardingen, voor zover het niet betreft paden ten behoeve van het normale beheer;
  • e. het graven, verbreden, verdiepen of dempen van waterpartijen en watergangen of het aanbrengen van drainagevoorzieningen.
4.4.2 Criteria

Het bevoegd gezag gaat uitsluitend over tot het verlenen van een omgevingsvergunning als bedoeld in lid 4.4.1, indien uit een nader onderzoek is gebleken dat hierdoor de natuurwaarden die eigen zijn aan de desbetreffende gronden, of de mogelijkheden tot het herstel of de ontwikkeling van deze waarden, niet blijvend onevenredig worden geschaad.

4.4.3 Uitzonderingen

Een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 4.4.1 is niet vereist voor:

  • a. werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden binnen het kader van de ontgronding en uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - ontgronding';
  • b. werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden binnen het kader van het normale onderhoud, beheer of herstel van de functies, die het plan aan de gronden toekent;
  • c. werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden, voor zover daarvoor, op het tijdstip van het van kracht worden van het plan, reeds een vergunning is verleend ingevolge de Ontgrondingenwet;
  • d. werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden die ten tijde van het van kracht worden van het plan in uitvoering waren;
  • e. werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden die zijn bedoeld om de directe gevolgen van calamiteiten of plagen te beperken;
  • f. werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden ten aanzien waarvan door het bevoegd gezag is medegedeeld dat deze wat aard en omvang betreft, van zodanige ondergeschikte betekenis zijn, dat voor de uitvoering daarvan geen aanlegvergunning wordt vereist;
  • g. werken, geen gebouwen zijnde en werkzaamheden ten behoeve van het realiseren van de in artikel 6.3 onder b bedoelde geluidsafschermende grondwal.