direct naar inhoud van Artikel 5 Sport
Plan: Buitengebied, Lingemeer 2
Status: ontwerp
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0214.BUIBP20120012-on01

Artikel 5 Sport

5.1 Bestemmingsomschrijving
5.1.1

De voor "Sport" aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. voorzieningen ten behoeve van de tennissport, waaronder tevens wordt verstaan horeca en andere nevengeschikte voorzieningen, waaronder fitnessruimten;
  • b. kantoorvoorzieningen ten behoeve van de tennissport;
  • c. sportevenementen;
  • d. bijbehorende bewoning en daarbij behorende doeleinden;
  • e. de landschappelijke inpassing van de ontgronding;
  • f. verkeers- en verblijfsdoeleinden in de vorm van ontsluitingswegen, fiets- en voetpaden;
  • g. uitsluitend parkeervoorzieningen ter plaatse van de aanduiding “parkeerterrein”;
  • h. waterpartijen en -gangen, infiltratie, waterberging en andere waterhuishoudkundige voorzieningen;
  • i. groenvoorzieningen, met dien verstande dat ter plaatse van de aanduiding “groen” uitsluitend groenvoorzieningen ter landschappelijke inpassing van de voorzieningen als bedoeld in artikel 5.1.1 onder a en onder b zijn toegestaan;
  • j. nutsvoorzieningen.
5.1.2 Nadere detaillering van de bestemmingsomschrijving

In het onderstaande is een nadere detaillering opgenomen van het bepaalde in 5.1.1:

  • a. voorzieningen ten behoeve van de tennissport zijn toegestaan in de vorm van een tennishal voor maximaal 12 binnen-tennisbanen, maximaal 16 buiten-tennisbanen en één center court, inclusief bijbehorende voorzieningen zoals kleedruimten;
  • b. horeca ten behoeve van sportdoeleinden is toegestaan tot een maximaal bruto-vloeroppervlak van 1.500 m2;
  • c. nevengeschikte voorzieningen, kantoorvoorzieningen ten behoeve van de tennissport zijn toegestaan tot een maximaal bruto-vloeroppervlak van 2.500 m2;
  • d. sportevenementen zijn maximaal 12 keer per jaar toegestaan, waarvan 8 sportevenementen maximaal 9 aaneengesloten dagen mogen duren en 4 sportevenementen maximaal 3 aaneengesloten dagen mogen duren;
  • e. groenvoorzieningen, waterpartijen en -gangen, waterberging en andere waterhuishoudkundige voorzieningen, dienen ten minste 40% van het totale bestemmingsvlak te beslaan.
5.2 Bouwregels
5.2.1

Op de in 5.1. bedoelde gronden mogen uitsluitend worden gebouwd:

  • a. gebouwen ten behoeve van de bestemming;
  • b. één bedrijfswoning per bestemmingsvlak;
  • c. bij de bedrijfswoning behorende bijgebouwen;
  • d. overkappingen ten behoeve van de bestemming;
  • e. overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten behoeve van de bestemming.
5.2.2 Gebouwen en overkappingen ten behoeve van de bestemming

Voor het bouwen van de in artikel 5.2.1a en artikel 5.2.1d genoemde gebouwen en overkappingen gelden de volgende regels:

  • a. het bebouwingspercentage van het bouwperceel mag maximaal het ter plaatse van de aanduiding 'maximum bebouwingspercentage' aangegeven bebouwingspercentage bedragen;
  • b. de afstand van gebouwen en overkappingen tot de perceelsgrens mag niet minder bedragen dan 2 m;
  • c. de bouwhoogte van gebouwen en overkappingen mag niet meer bedragen dan 15 m.
5.2.3 Bedrijfswoningen

Voor het bouwen van de in artikel 5.2.1b genoemde bedrijfswoningen gelden de volgende regels:

  • a. de goothoogte mag niet meer bedragen dan 6 m;
  • b. de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 11 m.
5.2.4 Bijgebouwen bij bedrijfswoningen

Voor het bouwen van de in artikel 5.2.1c genoemde bijgebouwen bij bedrijfswoningen gelden de volgende regels:

  • a. de gezamenlijke oppervlakte van alle bijgebouwen mag niet meer bedragen dan 75 m2;
  • b. de bijgebouwen moten zodanig worden gesitueerd dat op het bouwperceel ten hoogste drie vrijstaande bijgebouwen aanwezig zijn, tenzij strikte toepassing van deze regel zou leiden tot een ondoelmatige situering van het betreffende bijgebouw;
  • c. de goothoogte van aan de bedrijfswoning aangebouwde bijgebouwen mag niet meer bedragen dan de bouwhoogte van de eerste bouwlaag van het hoofdgebouw plus 0,30 m;
  • d. de goothoogte van vrijstaande bijgebouwen mag niet meer bedragen dan 3 m;
  • e. de bouwhoogte van bijgebouwen mag niet meer bedragen dan 6 m.
5.2.5 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Voor het bouwen van de in artikel 5.2.1e genoemde bouwwerken, geen gebouwen zijnde gelden de volgende regels:

  • a. de afstand van bouwwerken, geen gebouwen zijnde tot de perceelsgrens mag niet minder bedragen dan 2 m;
  • b. de bouwhoogte van ballenvangers en vlaggenmasten mag niet meer bedragen dan 9 m;
  • c. de bouwhoogte van lichtmasten mag niet meer bedragen dan 20 m;
  • d. de bouwhoogte van tribunes ter plaatse van het center court mag niet meer bedragen dan 12 m, de bouwhoogte van overige tribunes mag niet meer bedragen dan 6 m;
  • e. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 2,5 m.
5.3 Nadere eisen
5.3.1

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd nadere eisen te stellen ten aanzien van:

  • a. de situering en/of afmetingen van bouwwerken;
  • b. de aanleg en omvang van parkeergelegenheid op eigen terrein;
  • c. de in het kader van waterhuishoudkundige voorzieningen alsmede (ondergrondse) waterbergings- en infiltratievoorzieningen te nemen maatregelen ter voorkoming van overlast van hemelwater ten gevolge van nieuw op te richten bebouwing en/of aan te brengen oppervlakteverharding.
5.3.2

De toepassing van nadere eisen als bedoeld in artikel 5.3.1 door burgemeester en wethouders zal gericht zijn op het voorkomen van een onevenredige aantasting van:

  • a. het straat- en bebouwingsbeeld;
  • b. de woonsituatie (wooncomfort kwaliteit woongenot van de directe omgeving);
  • c. de gebruiksmogelijkheden (op eigen terrein en op aangrenzende gronden);
  • d. de milieusituatie;
  • e. de verkeersveiligheid;
  • f. de parkeerruimte op eigen terrein;
  • g. de sociale veiligheid;
  • h. de brandveiligheid.
5.4 Specifieke gebruiksregels

Gebouwen mogen niet eerder worden gebruikt ten behoeve van de tennissport dan nadat de landschappelijke inpassing is aangebracht.