direct naar inhoud van Artikel 10 Algemene aanduidingsregels
Plan: Buitengebied, Lingemeer 2
Status: ontwerp
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0214.BUIBP20120012-on01

Artikel 10 Algemene aanduidingsregels

10.1 Vrijwaringszone - weg
10.1.1 Aanduidingsomschrijving

De gronden ter plaatse van de aanduiding “vrijwaringszone - weg” zijn bestemd voor de bescherming van het gebruik van de naastgelegen verkeerswegen, met dien verstande dat de gronden tevens zijn bestemd voor de op de verbeelding eveneens aangegeven overige bestemmingen.

10.1.2 Bouwregels

Op de gronden ter plaatse van de aanduiding “vrijwaringszone - weg” mogen geen bouwwerken worden gebouwd.

10.1.3 Afwijken van de bouwregels
  • a. Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 10.1.2, voor de bouw van bouwwerken, indien en voor zover deze zijn toegestaan voor de in artikel 10.1.1 bedoelde, eveneens op de verbeelding voor deze gronden aangegeven, overige bestemmingen.
  • b. Bij een besluit tot het verlenen van een omgevingsvergunning als bedoeld in lid a wordt uitsluitend overgegaan, indien hierdoor:
    • 1. de functies en waarden die in het plan aan de desbetreffende en aan de omliggende gronden zijn toegekend, niet blijvend onevenredig worden geschaad;
    • 2. geen strijdigheid ontstaat met de aan het plan ten grondslag liggende gemeentelijke visie;
    • 3. gehoord de betrokken wegbeheerder, is gebleken dat hierdoor de belangen van de bescherming van de besbetreffende verkeerswegen, of de veiligheid van mensen, dieren en goederen, niet blijvend onevenredig worden geschaad.
10.2 Wro-zone - wijzigingsgebied

Burgemeester en wethouders kunnen ter plaatse van de aanduiding “wro-zone - wijzigingsgebied” het plan wijzigen voor het toestaan van een buitenplaats binnen de bestemming, met inachtneming van de volgende voorwaarden:

  • a. van tevoren in voldoende mate is verzekerd dat minstens 90% van de gronden van het desbetreffende buitenplaats openbaar toegankelijk zal zijn;
  • b. niet meer dan 1 woning in 1 hoofdgebouw wordt gerealiseerd;
  • c. het wijzigingsplan is gebaseerd op een inrichtingsplan waarin inzicht wordt gegeven in de gewenste beeldkwaliteit van de nieuw te realiseren bebouwing en waaruit blijkt op welke wijze voorzien wordt in een zorgvuldige landschappelijke en stedenbouwkundige inpassing in de omgeving op een gebiedseigen wijze en de daarmee samenhangende gewenste verschijningvorm van de bebouwing;
  • d. per woning maximaal 50 m2 vloeroppervlak ten behoeve van kantoor- en praktijkruimten wordt toegestaan;
  • e. geen groter oppervlak van een hoofdgebouw wordt toegestaan dan 1.000 m2;
  • f. voor het hoofdgebouw geen hogere hoogte dan 15 m en geen hogere goothoogte dan 7 m wordt toegestaan;
  • g. per hoofdgebouw niet meer dan twee vrijstaand bijgebouwen met geen groter oppervlak dan 200 m2 per woning wordt toegestaan;
  • h. voor de bijgebouwen geen grotere hoogte dan 7 m en geen grotere goothoogte dan 4,5 m wordt toegestaan;
  • i. de bedrijfsontwikkeling van agrarische bedrijven en/of andere bedrijven in de omgeving van de nieuwe locatie niet onevenredig wordt belemmerd;
  • j. de wijziging geschiedt door het van de verbeelding verwijderen van de bestaande bestemming van de betrokken gronden, het aangeven van de nieuwe bestemming(en) deze gronden volledig betreffend en, in zoverre nodig, het geven van regels;
  • k. in het plan van wijziging inzicht wordt gegeven in de uitkomsten van onderzoek naar bodemverontreiniging, archeologische waarden, flora en fauna, hemelwaterretentie en financieel-economische uitvoerbaarheid en is gebleken dat de betreffende belangen in voldoende mate zijn verzekerd, waarbij ten aanzien van de hemelwaterretentie uit een schriftelijke verklaring van het Waterschap moet zijn gebleken dat zij geen overwegende bezwaren hebben.