direct naar inhoud van Toelichting
Plan: Buitengebied, vierde herziening
Status: ontwerp
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0214.BUIBP20130016-on01

Toelichting

Hoofdstuk 1 Inleiding

1.1 Aanleiding en doelstelling

Het bestemmingsplan 'Buitengebied 2008' is op 29 september 2009 door de gemeenteraad van Buren vastgesteld. Vanaf dat moment hanteert de gemeente het principe van 'veegplannen'. In de veegplannen worden plannen van (particuliere) initiatiefnemers gebundeld in één bestemmingsplan. De haalbaarheid van deze plannen is vooraf door het college vastgesteld.

Het voorliggende bestemmingsplan 'Buitengebied, vierde herziening' is het vierde veegplan voor het buitengebied van de gemeente Buren. Het veegplan bestaat uit plannen van (particuliere) initiatiefnemers en uit een aantal andere planonderdelen. Het voorliggende veegplan bestaat uit de volgende onderdelen:

  • 1. Nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen

Als er een nieuwe ontwikkeling plaatsvindt, moeten initiatiefnemers zelf een ruimtelijke onderbouwing (met de eventueel benodigde onderzoeken) laten opstellen. De verschillende ruimtelijke onderbouwingen zijn in dit bestemmingsplan 'Buitengebied, vierde herziening' gebundeld. De ruimtelijke onderbouwingen zijn als bijlage bij deze toelichting opgenomen.

  • 2. Ambtshalve aanpassingen

Met dit veegplan heeft de gemeente Buren ook een aantal kleine aanpassingen doorgevoerd. Deze ambtshalve aanpassingen zijn het gevolg van praktijkervaringen met de geldende bestemmingsplannen.

Het voorliggende bestemmingsplan is deels een integrale herziening en deels een partiële herziening.

Met een integrale herziening worden een aantal locaties uit het bestemmingsplan 'Buitengebied 2008' integraal vervangen. Voor deze locaties zijn enkelbestemmingen opgenomen, eventueel aangevuld met dubbelbestemmingen en aanduidingen.

De partiële herziening betreft een aantal locaties waarvoor in het voorliggende plan alleen een dubbelbestemming of een gebiedsaanduiding is opgenomen.

Dit zijn de primaire waterkeringen met bijbehorende beschermingszones en de zomerkades. Voor delen van het gebied is voor de primaire waterkeringen alleen een dubbelbestemming 'Waterstaat - Waterkering' opgenomen. Met de gebiedsaanduiding 'vrijwaringszone - dijk - 1' zijn de binnenbeschermingszones van primaire waterkeringen vastgelegd. Met de gebiedsaanduiding 'vrijwaringszone - dijk - 2' zijn de buitenbeschermingszones van primaire waterkeringen geregeld. Voor de zomerkades is de aanduiding 'vrijwaringszone - dijk - 1' opgenomen. De dubbelbestemmingen en aanduidingen zijn in overleg met het waterschap bepaald. Voor de delen van de partiële herziening blijven de onderliggende bestemmingen uit de voorgaande bestemmingsplannen van toepassing.

Ook geldt de partiële herziening voor de teeltvrije zones waarbij alleen een aanduiding is opgenomen. Voor deze delen blijven de onderliggende bestemmingen uit de voorgaande bestemmingsplannen van toepassing.

1.2 Plangebied

Het plangebied bestaat uit verschillende individuele locaties in het buitengebied van de gemeente Buren. Op de volgende afbeelding is het plangebied weergegeven. Een duidelijkere weergave van deze afbeelding is opgenomen in Bijlage 1.

Daarnaast is in hoofdstuk 2 per omschrijving van de locatie, een kaartje opgenomen met daarop de ligging van de locatie.

afbeelding "i_NL.IMRO.0214.BUIBP20130016-on01_0001.jpg"

Afbeelding: Situering plangebied

1.3 Aanpak

Voor de nieuwe ontwikkelingen hebben de initiatiefnemers een ruimtelijke onderbouwing moeten opstellen, inclusief de bijbehorende haalbaarheidsonderzoeken. De ruimtelijke onderbouwingen en de haalbaarheidsonderzoeken zijn in de bijlagen opgenomen. Ook is in de voorliggende toelichting een beknopte samenvatting per nieuwe ontwikkeling opgenomen.

De ambtshalve aanpassingen zijn gebaseerd op ervaringen met de geldende plannen vanuit de praktijk. Deze ambtshalve aanpassingen zijn alleen opgenomen voor zover het om beperkte aanpassingen gaat.

1.4 Geldende bestemmingsplannen

Het voorliggend bestemmingsplan bestaat uit een groot aantal verspreid liggende locaties. Hierop zijn veel verschillende bestemmingsplannen van toepassing. In de beschrijving van ieder individueel planonderdeel is aangegeven welk bestemmingsplan voor dat betreffende planonderdeel geldt.

1.5 Leeswijzer

Na dit inleidende hoofdstuk, is in hoofdstuk 2 een beknopte samenvatting gegeven van de nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen waaraan de gemeente medewerking wil verlenen. In dit hoofdstuk zijn ook de ambtshalve aanpassingen vermeld. In hoofdstuk 3 is een toelichting gegeven op de juridische onderdelen van de plannen. Tenslotte is in hoofdstuk 4 ingegaan op de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid.

Hoofdstuk 2 Nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen en ambtshalve aanpassingen

2.1 Inleiding

In het buitengebied van de gemeente Buren zijn plannen voor een aantal nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. Deze ontwikkelingen zijn afzonderlijk getoetst aan de relevante wet- en regelgeving. Voor de afzonderlijke ontwikkelingen zijn ruimtelijke onderbouwingen opgesteld die onderdeel uitmaken van dit bestemmingsplan. Deze ruimtelijke onderbouwingen zijn als bijlage bij de toelichting opgenomen. De bijbehorende haalbaarheidsonderzoeken zijn hierbij ook toegevoegd.

2.2 Gebieden

2.2.1 Rijnbandijk 199-201 te Maurik

afbeelding "i_NL.IMRO.0214.BUIBP20130016-on01_0002.png"

Op de locatie Rijnbandijk 199-201 zijn twee agrarische bedrijven gevestigd. Aan de Rijnbandijk 199 is een varkenshouderij gevestigd. Aan de Rijnbandijk 201 is een rundveehouderij (koeien) gevestigd. Op de locatie Rijnbandijk 199 is het bouwperceel 0,86 hectare groot en op de locatie Rijnbandijk 201 is het bouwperceel 0,58 hectare groot. De agrarische bouwpercelen worden samengevoegd tot één agrarisch bouwperceel. Op de locatie zullen na de samenvoeging uitsluitend varkens worden gehouden. De totale oppervlakte van 1,44 hectare blijft gelijk. De bouwpercelen van Rijnbandijk 199 en 201 worden dus samengevoegd tot één agrarisch bouwperceel voor een niet-grondgebonden bedrijf (intensieve veehouderij).

Het perceel heeft de bestemming 'Agrarisch - Niet grondgebonden' gekregen. Met de aanduiding 'intensieve veehouderij' is aangegeven dat hier een intensieve veehouderij is toegestaan. De aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - mestverwerking' regelt dat op het perceel een mestverwerkingsinstallatie is toegelaten. Op het perceel staat een bedrijfswoning die karakteristiek is voor het rivierengebied. Deze is beschermd met de aanduiding 'karakteristiek'.

De ruimtelijke onderbouwing voor deze locatie is opgenomen in Bijlage 2.

2.2.2 Veldstraat 1 en Burgemeester Houtkoperweg 22 te Lienden

afbeelding "i_NL.IMRO.0214.BUIBP20130016-on01_0003.png"

De percelen Veldstraat 1 en Burgemeester Houtkoperweg 22 vormen in het geldende bestemmingsplan ('Buitengebied 2008') samen één agrarisch bouwperceel voor een fruitteeltbedrijf. Het plan is om het volledige bedrijf te vestigen op de locatie Veldstraat 1. Daarbij wordt op de locatie Veldstraat 1 het agrarisch bouwperceel vergroot en wordt een bedrijfswoning gerealiseerd. Op de locatie Burgemeester Houtkoperweg 22 worden een aantal bijgebouwen gesloopt en wordt de bedrijfswoning omgezet naar een burgerwoning. Het agrarisch bouwperceel op deze locatie komt daarmee te vervallen. De aanpijling uit het geldende bestemmingsplan die aangeeft dat beide percelen samen één agrarisch bouwperceel vormen, vervalt ook. Met deze ruimtelijke onderbouwing wordt de verplaatsing van het agrarisch bedrijf mogelijk gemaakt.

Voor het agrarisch bedrijf aan de Veldstraat is de bestemming 'Agrarisch met waarden - Oeverwalgebied' met een bouwvlak opgenomen. De omliggende gronden hebben deze bestemming ook, maar dan zonder bouwvlak. Binnen het bouwvlak zijn de bedrijfswoning en de bedrijfsgebouwen toegestaan.

Om de nieuwe bebouwing aan de Veldstraat 1 landschappelijk goed in te passen, is een erfinrichtingsplan gemaakt. Voor de aanleg en instandhouding van de landschappelijke inpassing is een voorwaardelijke verplichting aan de regels gekoppeld.

De woning aan de Burgemeester Houtkoperweg 22 heeft de bestemming 'Wonen' gekregen. Met de aanduiding 'vrijstaand' is geregeld dat hier een vrijstaande woning is toegestaan. Door middel van het bouwvlak is de locatie van de woning vastgelegd. Voor het aantal m2 aan bijbehorende bouwwerken is een aanduiding opgenomen.

De aanduiding 'milieuzone - teeltvrijezone' is opgenomen voor een zone van 50 meter rondom de woning aan de Burgemeester Houtkoperweg. Hiermee is geregeld dat het aanleggen van productieboomgaarden of boomkwekerijen niet is toegestaan, waardoor er geen belemmeringen ontstaan in verband met bestrijdingsmiddelen.

De ruimtelijke onderbouwing voor deze locatie is opgenomen in Bijlage 3.

2.2.3 Mierlingsestraat 22 te Erichem

afbeelding "i_NL.IMRO.0214.BUIBP20130016-on01_0004.png"

Aan de Mierlingsestraat 22 te Erichem staat een rundveestal. De eigenaar is van plan om de stal te gaan gebruiken voor zijn loonbedrijf. Het loonbedrijf zelf is gevestigd in Geldermalsen. De initiatiefnemer wil deze schuur als uitbreiding van het loonbedrijf in gebruik nemen. Achter de stal wordt een buitenopslag mogelijk gemaakt. Daarbij is aandacht besteed aan de landschappelijke inpassing van het bedrijf.

Het perceel heeft de bestemming 'Bedrijf - Agrarisch verwant' gekregen. Met de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - loonwerkbedrijf' is aangegeven dat hier alleen een loonwerkbedrijf is toegestaan. Voor de opslag en stalling is de aanduiding 'opslag' toegevoegd. Voor het perceel is een inrichtingsplan gemaakt. Dit inrichtingsplan is met een zogenaamde voorwaardelijke verplichting in de regels opgenomen. Hiermee is de aanleg en instandhouding van de aan te leggen groenstroken gegarandeerd.

De ruimtelijke onderbouwing voor deze locatie is opgenomen in Bijlage 4.

2.2.4 Culemborgseweg ongenummerd te Buren

afbeelding "i_NL.IMRO.0214.BUIBP20130016-on01_0005.png"

Het plan is om een agrarisch bedrijf te vestigen op een perceel aan de Culemborgseweg te Buren. Het betreft een perceel aan de oostzijde van deze weg, ongeveer ter hoogte van huisnummer 3. Het toekomstige bedrijf is een zachtfruitbedrijf met 17 hectare rode bessenstruiken. Het gebruik van de veldkavels voor het telen van fruit is toegestaan in het geldende bestemmingsplan 'Buitengebied 2008'. In het geldende bestemmingsplan is voor deze locatie geen bouwvlak opgenomen. Dit bouwvlak is met dit bestemmingsplan alsnog toegekend. Het perceel krijgt de bestemming 'Agrarisch met waarden - Oeverwalgebied' met een bouwvlak. Voor het pomphok is een aanduiding opgenomen.

Een inrichtingsplan is opgesteld voor een goede landschappelijke inpassing van de nieuwe bebouwing. Dit inrichtingsplan is als een voorwaardelijke verplichting aan de regels gekoppeld. Voor het bedrijf is daarnaast een teeltplan / bedrijfsplan opgesteld. De realisatie van het teeltplan is ook als een voorwaardelijke verplichting aan de regels toegevoegd. De nieuwe bedrijfsbebouwing mag pas worden gebouwd als de landschappelijke inpassing is gerealiseerd en een deel van het teeltplan is uitgevoerd.

Op de verbeelding is aangeduid dat geen bedrijfswoning is toegestaan. In de planregels is bepaald dat de bedrijfswoning pas mag worden gebouwd na het toepassen van de wijzigingsbevoegdheid waarbij de volwaardigheid van het agrarische bedrijf is aangetoond.

In de planregels is een afwijkingsbevoegdheid opgenomen voor het verlenen van huisvesting van seizoensarbeiders.

De ruimtelijke onderbouwing voor deze locatie is opgenomen in Bijlage 5.

2.2.5 Molenstraat 30 te Ingen

afbeelding "i_NL.IMRO.0214.BUIBP20130016-on01_0006.png"

Transportbedrijf van Ingen BV is gevestigd aan de Molenstraat 30 te Ingen. Het bedrijf is van plan om een bestaande loods te slopen. Deze loods wordt vervangen door een nieuwe loods. Ten zuiden van de huidige bedrijfshallen is de erfverharding al uitgebreid. Op dit deel van het terrein worden vrachtwagens geparkeerd en is er ruimte om te manoeuvreren.

De nieuwbouw en de al gerealiseerde erfverharding passen niet binnen de geldende bestemming zoals dat is opgenomen in het bestemmingsplan 'Buitengebied 2008'. Met het voorliggende bestemmingsplan worden de nieuwbouw van de loods en legalisatie van de erfverharding mogelijk gemaakt. Er kan geen uitbreiding plaatsvinden van de bestaande verharding. Om de nieuwe bebouwing en de erfverharding goed in het landschap in te passen is een erfinrichtingsplan gemaakt. Daarbij is ook rekening gehouden met de natuurdoelstelling die geldt voor de Mauriksche wetering. De uitstraling van het perceel blijft gelijk doordat het groene karakter wordt gewaarborgd in het bestemmingsplan. Het erfinrichtingsplan is als een voorwaardelijke verplichting aan de regels gekoppeld. Hiermee is de aanleg en instandhouding van de maatregelen uit het erfinrichtingsplan geregeld.

Het perceel heeft de bestemming 'Bedrijf' met de aanduiding 'transportbedrijf' gekregen. Naar aanleiding van het erfinrichtingsplan is de strook aan de zuidzijde van het perceel bestemd als 'Natuur'.

De ruimtelijke onderbouwing voor deze locatie is opgenomen in Bijlage 6.

2.2.6 Marsdijk 20 te Lienden

afbeelding "i_NL.IMRO.0214.BUIBP20130016-on01_0007.png"

De eigenaar van de woning aan de Marsdijk 20 in Lienden wil de bestaande woning slopen en herbouwen. De woning verkeert in zeer slechte staat van onderhoud. De woning ligt nu grotendeels in de beschermingszone van de Marsdijk. De voorkeur gaat daarom uit naar de herbouw van de woning op een andere plaats op het perceel richting het oosten, verder van de dijk af.

Het perceel is betrokken bij de plannen voor de dijkverbetering. Hiervoor is een Rijksinpassingsplan (RIP) vastgesteld. Ter hoogte van de Marsdijk 20 wordt een damwand aangebracht in verband met de aanwezige woning. Als deze woning wordt gesloopt, moet bij de herbouw rekening worden gehouden met de bepalingen uit het RIP. Dit betekent dat de woning verder naar achter moet worden gebouwd.

In dit bestemmingsplan is de herbouw van de woning op voldoende afstand van de Marsdijk geregeld. Het perceel heeft de bestemming 'Wonen' gekregen. Met een bouwvlak is de locatie voor de nieuwe woning aangegeven. De aanduiding 'vrijstaand' regelt dat hier één vrijstaande woning is toegestaan. In de planregels is een voorwaardelijke verplichting opgenomen. Deze regelt dat de oude woning gesloopt moet worden binnen een jaar nadat de nieuwe woning gerealiseerd is.

De ruimtelijke onderbouwing voor deze locatie is opgenomen in Bijlage 7.

2.2.7 Rijnstraat 2 te Eck en Wiel

afbeelding "i_NL.IMRO.0214.BUIBP20130016-on01_0008.jpg"

Op de locatie Rijnstraat 2 te Eck en Wiel is een monumentale woning aanwezig. De eigenaar wil een aanbouw bij de woning realiseren. Daarnaast is geconstateerd dat, gelet op het geldende bestemmingsplan, de bestaande paardenstal te ver van de woning staat. Deze paardenstal wordt gelegaliseerd. Hierbij geldt dat de oppervlakte aan bijgebouwen op het perceel wordt verruimd tot maximaal 150 m2.

Het perceel heeft de bestemming 'Wonen' behouden. De aanduiding 'vrijstaand' regelt dat hier één vrijstaande woning is toegestaan. Aangezien sprake is van een gemeentelijk monument is de aanduiding ’specifieke bouwaanduiding - monument' opgenomen. In verband met de oppervlakte van 150 m2 aan bijgebouwen wordt de aanduiding ‘specifieke bouwaanduiding – afwijkende maatvoering' met de bijbehorende regels toegevoegd.

De ruimtelijke onderbouwing voor deze locatie is opgenomen in Bijlage 8.

2.2.8 Voorkoopstraat 1a te Beusichem

afbeelding "i_NL.IMRO.0214.BUIBP20130016-on01_0009.png"

Op de locatie Voorkoopstraat 1a te Beusichem is een transportservicebedrijf gevestigd. Initiatiefnemer wil het bedrijf wijzigen in een autohandel. Het is de bedoeling om de bestaande bebouwing te hergebruiken. Bij het plan wordt dus niet extra bijgebouwd, maar wordt wel buitenopslag (stalling) van auto's mogelijk gemaakt.

Het perceel heeft de bestemming 'Bedrijf - Beperkt' gekregen. Met de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - autohandel' is aangegeven dat hier een autohandel is toegestaan. De bestaande groenstroken zijn beschermd met de aanduidingen 'specifieke vorm van groen - uitsluitend beplanting' en 'specifieke vorm van groen - opgaande beplanting'.

De ruimtelijke onderbouwing voor deze locatie is opgenomen in Bijlage 9.

2.2.9 Hennisdijk ongenummerd te Buren

afbeelding "i_NL.IMRO.0214.BUIBP20130016-on01_0010.jpg"

Op een perceel aan de Hennisdijk te Buren stond een schuur. De schuur is afgebrand. De eigenaar wil de schuur herbouwen. Het voornemen is om de schuur te herbouwen op een andere locatie dan waar de oorspronkelijke schuur stond. Dit is een verbetering voor de ruimtelijke uitstraling van de omgeving. De afgebrande schuur stond dicht op de monumentale bebouwing op de locatie Kornedijk 6. De nieuwe locatie van de schuur komt – door de grotere afstand ten opzichte van de monumentale bebouwing – ruimtelijk gezien het monumentale ensemble en de omgeving ten goede.

Binnen de geldende bestemming ‘Agrarisch met waarden - Oeverwalgebied’ wordt de aanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch – schuur’ met een aanduidingsvlak en bijbehorende regels opgenomen.

De ruimtelijke onderbouwing voor deze locatie is opgenomen in Bijlage 10.

2.2.10 Lekdijk Oost 9 en 11 te Beusichem

afbeelding "i_NL.IMRO.0214.BUIBP20130016-on01_0011.png"

Op de Lekdijk Oost 9 en 11 is een agrarisch bedrijf aanwezig. De eigenaar wil de agrarische bestemming behouden, maar de bedrijfswoningen de status ‘plattelandswoning’ geven. Met deze status kunnen de bedrijfswoningen zowel als bedrijfswoning als burgerwoning gebruikt worden.

In het bestemmingsplan heeft het perceel het agrarisch bouwvlak behouden. Het perceel heeft de bestemming 'Agrarisch met waarden - Uiterwaardgebied' gekregen. De beide bedrijfswoningen zijn aangeduid als 'specifieke vorm van wonen - plattelandswoning'. In de regels is bepaald dat deze woningen zowel als bedrijfswoning als voor bewoning door derden gebruikt mogen worden.

De ruimtelijke onderbouwing voor deze locatie is opgenomen in Bijlage 11.

2.2.11 Kalverlandseweg ongenummerd te Eck en Wiel

afbeelding "i_NL.IMRO.0214.BUIBP20130016-on01_0012.jpg"

De gemeente Buren ontwikkelt bij Maurik het bedrijventerrein Homoet. Om het bedrijventerrein mogelijk te maken, moet de woning aan de Homoetsestraat 7 worden verplaatst. Over deze verplaatsing bereikten wij overeenstemming met de eigenaren. Wij bieden hun een nieuwe kavel in het buitengebied aan. Daar kunnen zij een vervangende woning bouwen. De aangeboden kavel bevindt zich bij de sportvelden in Eck en Wiel. Deze kavel komt vrij omdat wij een deel van de aanwezige sportvoorzieningen verplaatsten naar het nieuwe sportveldencomplex bij Maurik.

Het perceel heeft de bestemming 'Wonen' gekregen. Met een bouwvlak is de plaats van de woning vastgelegd. Met de aanduiding 'vrijstaand' is geregeld dat hier een vrijstaande woning is toegestaan.

Voor een zone van 50 meter rondom de woning is de aanduiding 'milieuzone - teeltvrijezone' opgenomen. Hiermee is geregeld dat het aanleggen van productieboomgaarden of boomkwekerijen niet is toegestaan, waardoor er geen belemmeringen ontstaan in verband met bestrijdingsmiddelen.

De ruimtelijke onderbouwing voor deze locatie is opgenomen in Bijlage 12.

2.2.12 Rijnstraat 72 te Ingen

afbeelding "i_NL.IMRO.0214.BUIBP20130016-on01_0013.png"

Camping van Sijll is gevestigd aan de Rijnstraat 72 te Ingen. De camping bestaat uit drie velden met in totaal 110 seizoens- en passantenplaatsen. Op het kampeerterrein zijn volgens het geldende bestemmingsplan ‘Buitengebied, Verblijfsrecreatieterreinen’ alleen mobiele kampeermiddelen (zoals tenten en toercaravans) toegestaan. Op het oostelijk deel van het kampeerterrein wil de eigenaar de passantenplaatsen wijzigen in vaste plaatsen voor stacaravans en/of recreatiewoningen. Steeds meer oudere gasten vragen om een stacaravan of een recreatiewoning met eigen sanitair. Met de hogere opbrengsten kan op de rest van het terrein geïnvesteerd worden in een kwaliteitsverbetering. Daarnaast wordt een bestaande recreatiewoning gelegaliseerd.

In het bestemmingsplan krijgt het meest oostelijke deel van de camping de bestemming 'Recreatie - Verblijfsrecreatie tot en met 55 m2'. Met de aanduiding 'verblijfsrecreatie uitgesloten' is de spuitzone aangegeven die deels over het campingterrein ligt. Aan de oostzijde van het perceel wordt een groenstrook van 4 meter breed aangelegd. Hiervoor wordt de bestemming 'Groen - Beplantingsstrook' opgenomen. Met een zogenaamde voorwaardelijke verplichting wordt de aanleg en instandhouding hiervan gegarandeerd. De te legaliseren recreatiewoning staat op het deel van het terrein met de centrale voorzieningen. Dit deel van het plangebied heeft de bestemming 'Recreatie - Centrale voorzieningen' gekregen. Met de aanduiding 'recreatiewoning' is aangegeven dat hier een recreatiewoning is toegestaan.

De ruimtelijke onderbouwing voor deze locatie is opgenomen in Bijlage 13.

2.2.13 Laageinde 49 te Kapel-Avezaath

afbeelding "i_NL.IMRO.0214.BUIBP20130016-on01_0014.png"

Op de locatie Laageinde 49 te Kapel-Avezaath zijn een hoofdgebouw en een bijgebouw aanwezig. De gebouwen zijn in een kasteelvorm gebouwd. De kavel is op dit moment bestemd als een woonfunctie waarbij een museum is toegestaan. Door brand zijn de gebouwen niet meer bewoonbaar. De kavel en de bebouwing zijn verkocht. De nieuwe eigenaar wil de nog aanwezige bebouwing slopen en twee nieuwe woningen op deze kavel realiseren.

Voor de ontwikkeling zijn diverse onderzoeken uitgevoerd. Zie hiervoor de ruimtelijke onderbouwing die voor deze locatie is opgesteld. Deze ruimtelijke onderbouwing is opgenomen als bijlage bij de toelichting. Uit de quickscan natuurtoets blijkt dat een nader onderzoek naar vleermuizen nodig is. Dit nadere onderzoek moet worden uitgevoerd in de periode mei - oktober conform het vleermuisprotocol. Het onderzoek zal plaatsvinden voordat de gebouwen worden gesloopt.

Het perceel krijgt in dit bestemmingsplan de bestemming 'Wonen'. De twee locaties van de woningen zijn beide met een bouwvlak vastgelegd. Met de aanduidingen 'vrijstaand' en 'maximum aantal wooneenheden' is aangegeven dat per bouwvlak één vrijstaande woning is toegestaan. Voor deze locatie is ook een voorwaardelijke verplichting opgenomen, waarmee de sloop van de bestaande bebouwing is gewaarborgd.

De ruimtelijke onderbouwing voor deze locatie is opgenomen in Bijlage 14.

2.2.14 Parkstraat ongenummerd (naast 15) te Maurik

afbeelding "i_NL.IMRO.0214.BUIBP20130016-on01_0015.jpg"

Op het perceel Van der Geerstraat 1 is een agrarisch bedrijf beëindigd. De bedrijfsbebouwing is gesloopt. In ruil hiervoor mag een nieuwe woning worden gebouwd. Op het perceel aan de Van der Geerstraat 1 blijft er een beperkte ruimte over. Daarom is er voor gekozen om de geplande ontwikkeling te realiseren op de locatie aan de Parkstraat, ongenummerd (naast 15). Op deze locatie wordt een woning met twee inpandige wooneenheden gerealiseerd.

Het perceel heeft de bestemming 'Wonen' gekregen. Met de aanduidingen 'twee-aaneen' en 'maximum aantal wooneenheden' is aangegeven dat hier een woongebouw met twee wooneenheden is toegestaan.

De ruimtelijke onderbouwing voor deze locatie is opgenomen in Bijlage 15.

2.2.15 Bulksestraat 1, 1a en 3 te Ingen

afbeelding "i_NL.IMRO.0214.BUIBP20130016-on01_0016.jpg"

De eigenaren van het fruitteeltbedrijf aan Bulksestraat 1 en de woningen aan Bulksestraat 1a en 3 te Ingen zijn van plan het agrarisch bouwblok te vergroten. De vergroting is nodig om terreinverharding en een weegbrug mogelijk te maken. Ter plaatse van het plangebied gelden de bestemmingen ‘Agrarisch’ met een bouwvlak en 'Wonen'.

De realisatie van de weegbrug is niet direct toegestaan op basis van het bestemmingsplan en de milieuhygiënische aspecten (geluid). De weegbrug ligt namelijk op een te korte afstand vanaf de woningen (met de bestemming ‘Wonen’) aan Bulksestraat 1a en 3. Om het plan toch mogelijk te maken, is gekozen om de woning aan Bulksestraat 1 te bestemmen als een zogenaamde ‘plattelandswoning’ en de twee burgerwoningen te herbestemmen als bedrijfswoningen. Door herbestemming van de burgerwoningen naar bedrijfswoningen worden de milieuhygiënische belemmeringen opgeheven. Door het bestemmen van de bedrijfswoning (nummer 1) als plattelandswoning gelden voor het gebruik als bedrijfswoning of als burgerwoning dezelfde milieueisen. Ook bij bewoning door een derde kan door de status 'plattelandswoning' de agrarische bedrijfsvoering niet belemmerd worden.

Het perceel heeft de bestemming 'Agrarisch' met een bouwvlak gekregen. Het bouwvlak is verruimd. De drie (bedrijfs)woningen staan in het bouwvlak. De woning met huisnummer 1 is nader aangeduid als 'specifieke vorm van wonen - plattelandswoning'. Voor de locatie van de weegbrug is de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - weegbrug' opgenomen. Voor het noordelijk deel van het perceel geldt de aanduiding 'vrijwaringszone - weg' in verband met de ligging van de weg.

De ruimtelijke onderbouwing voor deze locatie is opgenomen in Bijlage 16.

2.2.16 Landgoed bij Beusichem

afbeelding "i_NL.IMRO.0214.BUIBP20130016-on01_0017.jpg"

Het plan Westrand Beusichem omvat een integrale gebiedsontwikkeling en bestaat uit een drietal deelplannen, te weten:

  • Landgoed Bloemstuiver.
  • Landgoed 't Rijsbosch.
  • Herontwikkeling van een vrijkomende agrarische bedrijfslocatie aan de Smalriemseweg.

De deelplannen worden ontwikkeld binnen een aaneengesloten plangebied. Het plangebied strekt zich uit van de top van een oeverwal (daar waar de Smalriemseweg ligt) naar het lager gelegen gebied ten noorden van de provinciale weg N320, op de overgang naar de komgebieden ten zuiden van deze weg. Het bestemmingsplan voorziet in de landgoederenzone met de twee landgoederen en een mogelijke herontwikkeling van de VAB-locatie.

Op landgoed Bloemstuiver zullen 7 woningen worden ontwikkeld. Op het landgoed 't Rijsbosch worden woningen 5 ontwikkeld. De woningen worden gerealiseerd in drie clusters van voornamelijk vrijstaande gebouwen.

Een belangrijke doelstelling van de aanleg van nieuwe landgoederen is het realiseren van nieuwe natuur. In het integrale inrichtingsplan voor de Westrand van Beusichem is uitgegaan van een samenhangende groenaanleg. Het nieuwe groen versterkt de natuurwaarden in en om het plangebied. De nieuwe groenstructuur zorgt daarnaast voor een bijdrage aan een goede landschappelijke afronding van de kern Beusichem aan de westzijde. De lanen en andere opgaande groenelementen benadrukken de oude verkaveling.

Aan de Smalriemseweg 39 staat voormalige agrarische bebouwing (bedrijfswoning met oude schuren en opstallen). Deze VAB(Voormalige Agrarische Bebouwing)-locatie is 0,28 hectare groot en grenst met de zuidzijde aan het nieuwe landgoed 't Rijsbosch. De deels vervallen en door brand aangetaste opstallen zullen worden afgebroken. Omdat het oppervlakte aan voormalige agrarische opstallen (bijgebouwen) circa 400 m2 bedraagt, is nieuwbouw van een extra woning in het kader van de regeling Ruimte-voor-Ruimte hier niet mogelijk. De bestaande (bij)gebouwen zullen worden afgebroken en worden vervangen door nieuwbouw die past bij de voorgenomen functie. De oppervlakte aan af te breken stallen zal op deze plek of op een andere plek (binnen de gemeente Buren) worden ingezet voor een bouwtitel in het kader van de VAB-regeling.

Voor de landgoederen gelden de bestemmingen 'Wonen - Landgoed', 'Wonen' en 'Gemengd - Landgoed' en een groot aantal aanduidingen voor functies en voor het vastleggen van de landschappelijke structuur van het landgoed. De bestemming 'Wonen - Landgoed' geldt voor alle woningen van het landgoed.

Het aantal woningen per bouwperceel mag niet meer bedragen dan het aangegeven aantal. Voor de verschillende bouwvormen zijn bebouwingscategorieën opgenomen.

Het grootste deel van de landgoederenzone is bestemd als 'Gemengd - Landgoed' voor zover het groenfuncties betreft. Binnen deze bestemming zijn ook poelen, natuurwater, recreatieve voorzieningen en voetpaden et cetera toegestaan.

De bestemming 'Wonen' geldt voor de locatie Smalriemseweg 39. Hierbij is ook de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - VAB' opgenomen in verband met de bijgebouwen die ingezet kunnen worden binnen de gemeentelijke regeling voor vrijgekomen agrarische bebouwing (VAB-regeling).

De A-watergang binnen de landgoederenzone is bestemd als 'Water'. Voor een deel van de weg aan de zuidoostzijde geldt de bestemming 'Verkeer'.

De gronden bestemd voor boomgaarden en overige groenvoorzieningen (inclusief wandelpaden) in het noordelijke deel van de landgoederenzone zijn bestemd als 'Agrarisch - Oeverwalgebied'.

De ruimtelijke onderbouwing voor deze locatie is opgenomen in Bijlage 17.

2.2.17 Culekampseweg 1 te Ingen

afbeelding "i_NL.IMRO.0214.BUIBP20130016-on01_0018.jpg"

Op het perceel Culekampseweg 1/Weverstraat 11 te Ingen is een agrarisch bedrijf gevestigd. De eigenaar wil de bedrijfswoning Culekampseweg de status 'plattelandswoning' geven. In het geldende bestemmingsplan heeft het perceel de bestemming 'Agrarisch - Oeverwalgebied' met een bouwvlak. Het perceel ligt ook binnen een molenbiotoop.

Het perceel heeft de bestemming 'Agrarisch met waarden - Oeverwalgebied' gekregen. Daarbinnen is een bouwvlak aangegeven. Met de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - plattelandswoning' is geregeld dat de woning Culekampseweg 1 gebruikt mag worden als burgerwoning. De molenbiotoop heeft de aanduiding 'vrijwaringszone - molenbiotoop' gekregen.

De ruimtelijke onderbouwing voor deze locatie is opgenomen in Bijlage 18.

2.2.18 Wijziging invulling sportpark Maurik

afbeelding "i_NL.IMRO.0214.BUIBP20130016-on01_0019.jpg"

De gemeente is van plan om een gebouw met twee gymzalen te realiseren op het sportpark Maurik. Op termijn is mogelijk een derde gymzaal nodig. In het gebouw moet ook ruimte zijn voor een multifunctionele accommodatie. Hoewel voor dit laatste onderdeel momenteel geen financiële middelen beschikbaar zijn, wordt dit wel mogelijk gemaakt.

In 2009 is het bestemmingsplan voor het sportpark Maurik en de bijbehorende ontsluitingsweg vastgesteld. In het bestemmingsplan is een bouwvlak met een bebouwingspercentage van 5% voor de gebouwen opgenomen. Het nieuwe gebouw met de gymzalen past niet binnen het bebouwingspercentage. Ook de multifunctionele accommodatie past niet in het geldende bestemmingsplan.

Het perceel heeft de bestemming 'Sport' gekregen. In de planregels is bepaald dat het gebouw mede is bestemd voor gebruik door het verenigingsleven. In de bouwregels is de maximale toegestane oppervlakte bebouwing van 1.600 m2 vastgelegd. Op termijn is mogelijk een derde sportzaal gewenst. Daarom is in de afwijkingsregels bepaald dat het gebouw, onder voorwaarden, met 400 m2 kan worden uitgebreid.

De ruimtelijke onderbouwing voor deze locatie is opgenomen in Bijlage 19.

2.3 Ambtshalve aanpassingen

2.3.1 Algemeen

Voor een aantal percelen en gebieden vindt een ambtshalve wijziging plaats. Het gaat om de volgende percelen en gebieden:

  • Wielseweg 3 te Eck en Wiel.
  • Spilbergen 6 te Ommeren.
  • Achterstraat 9 te Ommeren.
  • Wijziging invulling sportpark Maurik.
  • Verlichting bij de nieuwe tennisbanen aan de Kalverlandseweg te Eck en Wiel.
  • Zandwinplas nabij Lingemeer 2.
  • Aantal agrarische percelen nabij Ommeren.
  • Essenbos 10 te Maurik.
  • Waterkeringen.
  • Slibdepot.
2.3.2 Wielseweg 3 te Eck en Wiel

afbeelding "i_NL.IMRO.0214.BUIBP20130016-on01_0020.jpg"

Aan de Wielseweg 3 te Eck en Wiel is een kleinschalig kampeerterrein gevestigd. In het geldende bestemmingsplan 'Buitengebied 2008' heeft het perceel de bestemming 'Wonen'. In de vrijstellingsbepalingen is bepaald onder welke voorwaarden een kleinschalig kampeerterrein kan worden toegestaan. Het kampeerterrein aan de Wielseweg voldoet niet aan deze eisen. Omdat het kampeerterrein inmiddels al jaren op deze locatie gevestigd is, wil de gemeente het gebruik legaliseren.

In dit bestemmingsplan heeft het perceel de bestemming 'Wonen' gekregen. Met de aanduiding 'kampeerterrein' is bepaald dat hier een kleinschalig kampeerterrein is toegestaan.

De ruimtelijke onderbouwing voor deze locatie is opgenomen in Bijlage 20.

2.3.3 Spilbergen 6 te Ommeren

afbeelding "i_NL.IMRO.0214.BUIBP20130016-on01_0021.jpg"

Aan de Spilbergen 6 te Ommeren is een kleinschalig kampeerterrein gevestigd. In het geldende bestemmingsplan 'Buitengebied 2008' heeft het perceel de bestemming 'Wonen'. In de vrijstellingsbepalingen is bepaald onder welke voorwaarden een kleinschalig kampeerterrein kan worden toegestaan. Het kampeerterrein aan de Spilbergen voldoet niet aan deze eisen. Omdat het kampeerterrein inmiddels al jaren op deze locatie gevestigd is, wil de gemeente het gebruik legaliseren.

In dit bestemmingsplan heeft het perceel de bestemming 'Wonen' gekregen. Met de aanduiding 'kampeerterrein' is bepaald dat hier een kleinschalig kampeerterrein is toegestaan.

De ruimtelijke onderbouwing voor deze locatie is opgenomen in Bijlage 20.

2.3.4 Achterstraat 9 te Ommeren

afbeelding "i_NL.IMRO.0214.BUIBP20130016-on01_0022.png"

Aan de Achterstraat 9 te Ommeren is een kleinschalig kampeerterrein gevestigd. In het geldende bestemmingsplan 'Buitengebied 2008' heeft het perceel de bestemming 'Wonen'. In de vrijstellingsbepalingen is bepaald onder welke voorwaarden een kleinschalig kampeerterrein kan worden toegestaan. Het kampeerterrein aan de Achterstraat voldoet niet aan deze eisen. Omdat het kampeerterrein inmiddels al jaren op deze locatie gevestigd is, wil de gemeente het gebruik legaliseren.

In dit bestemmingsplan heeft het perceel de bestemming 'Wonen' gekregen. Met de aanduiding 'kampeerterrein' is bepaald dat hier een kleinschalig kampeerterrein is toegestaan.

De ruimtelijke onderbouwing voor deze locatie is opgenomen in Bijlage 20.

2.3.5 Verlichting bij de tennisbanen te Eck en Wiel

afbeelding "i_NL.IMRO.0214.BUIBP20130016-on01_0023.jpg"

De voetbalvelden bij Eck en Wiel zijn verplaatst naar het nieuwe sportpark bij Maurik. De vrijgekomen velden worden in gebruik genomen door de tennisvereniging LUNO. De tennisbanen en het paviljoen passen in het geldende bestemmingsplan 'Buitengebied 2008'. Bij de tennisbanen zijn echter lichtmasten nodig om de banen in de avonduren te verlichten. De hoogte van de gewenste lichtmasten (15 meter) past niet in het geldende bestemmingsplan, waarin een hoogte van 9 meter is toegestaan. De tennisvereniging heeft een lichtonderzoek laten uitvoeren. In het lichtonderzoek is nagegaan welke masthoogte nodig is en bij welke hoogte voldaan kan worden aan de richtlijnen van de Nederlandse Stichting Voor Verlichtingskunde (NSVV). De richtlijnen zijn bedoeld om lichthinder op naburige percelen te voorkomen. Bij een lichtpunthoogte van 15 meter wordt voldaan aan deze richtlijnen. Daarom wordt met dit bestemmingsplan een grotere hoogte voor de lichtmasten mogelijk gemaakt.

Het perceel heeft de bestemming 'Sport' gekregen. Met de aanduiding 'tennisbaan' is aangegeven dat hier een tennisbanencomplex is toegestaan. De aanduiding 'parkeerterrein' legt de locatie van het parkeerterrein vast. Zo wordt voorkomen dat de tennisbanen tot vlak achter de nieuwe woning aan de Kalverlandseweg aangelegd kunnen worden. De aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - lichtmasten' regelt dat hier lichtmasten met een hoogte van 15 meter zijn toegestaan.

De ruimtelijke onderbouwing voor deze locatie is opgenomen in Bijlage 21.

2.3.6 Zandwinplas nabij Lingemeer 2

afbeelding "i_NL.IMRO.0214.BUIBP20130016-on01_0024.jpg"

Bij het actualiseren van de bestemmingsplannen in de omgeving van Lingemeer is een deel van de gronden niet bestemd geraakt. Het gaat om een deel van de zandwinplas bij Lingemeer. In het voorliggende bestemmingsplan wordt dit deel van de zandwinplas alsnog bestemd. Inmiddels is de zandwinning beëindigd.

De zandwinplas heeft de bestemming 'Water' gekregen. Ook geldt voor een deel van het gebied de aanduiding 'geluidzone - 57 dB contour Betuweroute'.

2.3.7 Aantal agrarische percelen nabij Ommeren

afbeelding "i_NL.IMRO.0214.BUIBP20130016-on01_0025.jpg"

Bij het actualiseren van de bestemmingsplannen rond Ommeren zijn een aantal agrarische percelen niet bestemd geraakt. In het voorliggende bestemmingsplan zijn deze gronden alsnog voorzien van een agrarische bestemming, namelijk de bestemming 'Agrarisch met waarden - Oeverwalgebied' en voor een klein deel aan de zuidwestzijde geldt de bestemming 'Water'.

2.3.8 Essenbos 10 te Maurik

afbeelding "i_NL.IMRO.0214.BUIBP20130016-on01_0026.jpg"

Op het perceel Essenbos 10 te Maurik is een loonwerkbedrijf gevestigd. Een deel van de bebouwing staat buiten het bestemmingsvlak. Op het perceel zijn daarnaast te veel en zonder vergunning gebouwde bijgebouwen aanwezig.

Het perceel heeft de bestemming 'Bedrijf - Agrarisch verwant' gekregen. Met de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - loonwerkbedrijf' is aangegeven dat hier een loonwerkbedrijf is toegestaan. In de planregels is bepaald dat voor het loonbedrijf 202 m2 bebouwing is toegestaan. Bij de bedrijfswoning zijn twee vrijstaande bijgebouwen met een gezamenlijke oppervlakte van maximaal 150 m2 toegestaan. De bedrijfswoning is aangeduid als 'karakteristiek'. Ook geldt een aanduiding in verband met de vrijwaringszone rondom de weg. Voor een strookje aan de oostzijde van het perceel is de bestemming 'Agrarisch' opgenomen.

2.3.9 Waterkeringen

De primaire waterkeringen en de zomerkades zijn op een aantal plaatsen in de bestemmingsplannen 'Buitengebied, derde herziening' en 'Buitengebied, Verblijfsrecreatieterreinen' niet bestemd conform de modelwerkwijze van het waterschap Rivierenland.

 

In dit bestemmingsplan zijn deze delen van de dijken alsnog conform de modelregels van het waterschap bestemd. De primaire waterkeringen, waarvoor een enkelbestemming voor de waterkering was opgenomen, hebben de enkelbestemming 'Verkeer' gekregen en de locatie Rijnbandijk 32 heeft de bestemming 'Wonen' gekregen. De instandhouding van de dijk is beschermd met de dubbelbestemming 'Waterstaat - Waterkering'. Voor de in het plangebied gelegen binnenbeschermingszones van de primaire waterkeringen geldt de gebiedsaanduiding 'vrijwaringszone - dijk - 1'. Voor de in het plangebied gelegen buitenbeschermingszones van de primaire waterkeringen geldt de gebiedsaanduiding 'vrijwaringszone - dijk - 2'. Voor de zomerkades is de gebiedsaanduiding 'vrijwaringszone - dijk - 1' opgenomen.

In het voorgaande bestemmingsplan was op enkele locaties de ligging van de beschermingszone van de waterkering niet goed opgenomen. Dit is in het voorliggende bestemmingsplan gecorrigeerd. In het voorliggende plan is de juiste ligging weergegeven met een dubbelbestemming of aanduiding. Daar waar in het voorliggende bestemmingsplan binnen het plangebied geen dubbelbestemming of aanduiding is opgenomen ('blanco' gebied) vervalt de voorgaande regeling voor de waterkeringen.

2.3.10 Slibdepot

afbeelding "i_NL.IMRO.0214.BUIBP20130016-on01_0027.jpg"

Ten noorden van Tiel ligt een slibdepot in de 'elleboog' tussen het bedrijventerrein Kellen en de N385. Het slibdepot is inmiddels gevuld. Het waterschap wil aan dit gebied een natuurbestemming geven. Daarnaast vindt op het perceel boscompensatie voor een ander project plaats.

Het perceel heeft de bestemming 'Natuur' gekregen. Ook geldt voor dit gebied de aanduiding 'geluidzone - industrie' in verband met het nabijgelegen bedrijventerrein.

Hoofdstuk 3 Juridische aspecten

In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de manier waarop de ontwikkelingen uit hoofdstuk 2 juridisch zijn vertaald in de planregels. De verbeelding en de regels van dit bestemmingsplan sluiten inhoudelijk aan op het bestemmingsplan 'Buitengebied 2008' en de daarop volgende drie veegplannen. De regels zijn aangepast aan de Standaard Vergelijkbare BestemmingsPlannen (SVBP 2012) en de nieuwe wet- en regelgeving.

3.1 Algemeen

Op de verbeelding is met behulp van de methode uit SVBP 2012 de bestemming van de gronden aangegeven. De bijbehorende bepalingen zijn vervolgens opgenomen in de planregels. De verbeelding brengt de planregels in beeld. De planregels bestaan uit de volgende vier hoofdstukken:

  • 1. Inleidende regels

Dit hoofdstuk bestaat uit twee delen. Het eerste deel betreft het artikel 'begripsbepalingen' waarin is toegelicht wat onder bepaalde begrippen wordt verstaan. Het tweede artikel is 'Wijze van meten', waarin is aangegeven hoe de benoemde maatvoering moet worden gemeten.

  • 2. Bestemmingsregels

Dit hoofdstuk betreft een nadere verklaring van de bestemmingen die op de verbeelding zijn aangegeven. Hierin is onder andere de maximale bebouwingshoogte en het bebouwingspercentage bepaald. De gehanteerde bestemmingen zijn in paragraaf 3.4 kort toegelicht.

  • 3. Algemene regels

In dit hoofdstuk zijn regelingen opgenomen die zijn bedoeld voor meer dan één bestemming. De gehanteerde algemene bepalingen zijn kort toegelicht in paragraaf 3.5 en 3.6.

  • 4. Overgangs- en slotregels

Binnen de overgangsbepalingen is geregeld dat bouwwerken en plannen die (legaal) bestaan op het moment dat het bestemmingsplan in werking treedt, maar die in strijd zijn met het bestemmingsplan, mogen worden herbouwd mits er geen veranderingen plaatsvinden in aard en omvang. In de slotregel is de officiële naam van het bestemmingplan genoemd. Deze naam moet worden gebruikt om te verwijzen naar het plan.

3.2 Toelichting wijze van meten goothoogte

Naar aanleiding van de 'Wijze van meten' is hieronder een toelichting gegeven op de manier waarop de goothoogte moet worden gemeten.

 

Als gootlijn wordt aangemerkt het snijpunt van het verticale gevelvlak met de bovenzijde van het aansluitende dakvlak.

De goothoogte die moet worden getoetst, is die hoogte die representatief kan worden geacht voor de hoofdmassa. De volgende figuren geven voorbeelden van wat onder de 'representatieve goothoogte' wordt verstaan. Ook worden voorbeelden gegeven van wat onder 'ondergeschikte delen' wordt verstaan. De ondergeschikte goothoogte mag niet meer dan 1/3e deel van de breedte van het dakvlak bedragen

afbeelding "i_NL.IMRO.0214.BUIBP20130016-on01_0028.jpg"

3.3 Opbouw regels

Bestemmingsomschrijving

Per bestemming zijn onder de bestemmingsomschrijving de functies opgenomen waarvoor de betreffende gronden mogen worden gebruikt. Alle daarna volgende bepalingen (in die bestemming) zijn gerelateerd aan deze doeleinden. Gebruik van de gronden, inclusief de bouwwerken die zich daarop bevinden, dat in strijd is met de doeleinden (volgens die bestemming), is verboden. Dit is op basis van de 'Algemene gebruiksbepalingen' verboden en strafbaar. Een uitzondering hierop vormt slechts het gebruik dat is toegestaan volgens de 'overgangsbepalingen'.

Gebruik

Voor een aantal bestemmingen is, onder een apart element, nadrukkelijk vermeld welk gebruik niet is toegestaan. Hiermee is een nadere afweging gemaakt tussen doeleinden die met elkaar strijdig kunnen zijn en met de belangen van de omgeving.

Bouwregels

Voor alle bestemmingen is vermeld welke bebouwing is toegestaan, gerelateerd aan de doeleinden. Voor de toegestane bebouwing zijn regels opgesteld met betrekking tot de toegestane omvang en situering. Bij een aantal bestemmingen, met name de agrarische bestemmingen, is een onderscheid gemaakt in bebouwing binnen het bouwvlak enerzijds en bebouwing buiten het bouwvlak anderzijds.

Afwijken van de bouwregels en de gebruiksregels

Onder een groot aantal bestemmingen zijn mogelijkheden opgenomen om af te wijken. Met behulp van deze afwijkingsmogelijkheden kunnen burgemeester en wethouders met een omgevingsvergunning afwijken van in het plan gestelde regels. Hiermee wordt het plan flexibel gehouden. De mogelijkheden zijn opgenomen voor ontwikkelingen die wel te verwachten zijn, maar waarvan de juiste omvang en situering vooralsnog niet zijn te voorzien.

Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden

Bij een groot aantal bestemmingen is een stelsel voor 'omgevingsvergunningen voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden' (voorheen: aanlegvergunningen) opgenomen. Dit is gedaan om te voorkomen dat een terrein minder geschikt wordt voor de realisatie van de bestemming. Ook is dit opgenomen voor de handhaving van een gerealiseerde bestemming.

In het vergunningenstelsel is aangegeven voor welke werken en werkzaamheden een omgevingsvergunning verplicht is. Daarbij is aangegeven onder welke voorwaarden de bewuste omgevingsvergunningen kunnen worden verleend. Het uitvoeren van de genoemde werken en werkzaamheden zonder omgevingsvergunning is overeenkomstig de 'Algemene gebruiksbepalingen' verboden en strafbaar.

3.4 Bestemmingen

Binnen het plangebied komt een groot aantal bestemmingen voor. Voor de meeste bestemmingen geldt dat deze bestemmingen voortkomen uit het bestemmingsplan 'Buitengebied 2008' en de daarop volgende veegplannen. Voor de toelichting op de verschillende bestemmingen wordt dan ook verwezen naar deze voorgaande bestemmingsplannen.

3.5 Algemene aanduidingsregels

Geluidzone - 57 dB contour Betuweroute 

De gronden met de aanduiding 'geluidzone - 57 dB contour Betuweroute' zijn mede bestemd voor de bescherming en instandhouding van de geluidsruimte in verband met de nabijgelegen van de Betuweroute.

Geluidzone - industrie

De gronden met de aanduiding 'geluidzone - industrie' zijn mede bestemd voor de bescherming en instandhouding van de geluidsruimte in verband met een nabijgelegen industrieterrein (overeenkomstig artikel 1 van de Wet geluidhinder).

Milieuzone - teeltvrijezone

De zone 'milieuzone - teeltvrijezone' is opgenomen om te voorkomen dat gronden in gebruik genomen worden voor fruitteelt of andersoortige teelt waarbij bestrijdingsmiddelen worden toegepast.

Vrijwaringszone - dijk - 1

Met de aanduiding 'vrijwaringszone - dijk - 1' zijn de zomerkades en de binnenbeschermingszone van waterkeringen geregeld. Met deze regeling is het niet mogelijk om direct te bouwen in overeenstemming met de enkelbestemming. Pas na afwijking kan in overeenstemming met de enkelbestemming gebouwd worden. Bij de afwijking wordt het belang van de waterkering meegenomen.

Vrijwaringzone - dijk - 2

Met de aanduiding 'vrijwaringszone - dijk - 2' is de buitenbeschermingszone van waterkeringen geregeld. Deze regeling heeft beperkte gevolgen voor de opgenomen bouwmogelijkheden in het plan.

Vrijwaringszone - molenbiotoop

De aanduiding 'vrijwaringszone - molenbiotoop' is opgenomen voor een gebied rond de molen 'Op Hoop van Beter' bij Ingen. Om de molen voldoende wind te garanderen, is voor nieuwe bebouwing in deze zone een bepaalde maximale hoogte opgenomen. In de zone is voor nieuwe aanplant van beplanting een omgevingsvergunning nodig. Bestaande bebouwing en beplanting kan in stand worden gehouden. De bestaande bebouwing en beplanting vallen onder de overgangsbepaling voor wat betreft de toegelaten (goot-)hoogten.

De toegestane hoogtes en de grootte van de cirkels zijn bepaald op basis van de formule die opgesteld is door 'De Hollandse Molen, Vereniging tot behoud van molens in Nederland'. Deze formule is toegepast om de maximale toegestane hoogte van bebouwing te berekenen. Hoge beplanting kan echter ook de windvang van een molen belemmeren. Daarom is voor nieuwe beplanting een stelsel van 'omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden' (voorheen: aanlegvergunning) opgenomen. Om nieuwe ontwikkelingen helemaal te blokkeren, is een afwijkingsmogelijkheid opgenomen die een grotere hoogte van de bebouwing toelaat. Hierbij moet advies ingewonnen worden bij de gemeentelijke Monumentencommissie. Ook mogen de werking en de waarde van de molen niet worden geschaad. De hoogte van nieuwe bebouwing mag dan vaak minstens even hoog mogen zijn als de bestaande bebouwing die tussen de molen en de nieuwe bebouwing staat. De nieuwe bebouwing staat dan in de zogenaamde 'windschaduw' van de bestaande bebouwing, waardoor de werking van de molen niet noemenswaardig gehinderd wordt. Ook kan rekening gehouden worden met de mate van belemmering gelet op de overheersende windrichting uit het zuidwesten.

Vrijwaringszone - weg

De aanduiding 'vrijwaringszone - weg' is opgenomen voor zones aan beide zijden van wegen met de bestemming 'Verkeer'. De aanduiding is bedoeld voor het tegengaan van ontwikkelingen die een belemmering kunnen vormen voor het verkeer op de aangrenzende wegen. Voor het verlenen van afwijkingen en voor het wijzigen van het plan, moet de wegbeheerder worden gehoord. Voor de rest mogen de gronden worden gebruikt en bebouwd volgens de onderliggende bestemmingen.

3.6 Algemene afwijkingsregels

In het bestemmingsplan zijn enkele afwijkingsbevoegdheden opgenomen, net als in het bestemmingsplan 'Buitengebied 2008' en de daaropvolgende veegplannen. Na afwijking kan het college medewerking verlenen aan verschillende mogelijkheden binnen het plangebied. Een aantal van deze mogelijkheden zijn hieronder benoemd.

Bed & breakfast

Vanuit recreatief oogpunt wordt ingezet op bed & breakfast-gelegenheden. In deze afwijkingsbevoegdheid zijn hiervoor onder voorwaarden mogelijkheden opgenomen. De mogelijkheden zijn in overeenstemming het bestaande beleid van de gemeente.

Kleine uitbouwen woningen

Soms kunnen kleine uitbouwen bij woningen (waartegen ruimtelijk geen bezwaren zijn) door toepassing van de regels te beperkt worden. In die gevallen kan daarmee soepel worden omgegaan met deze afwijkingsbevoegdheid.

Inwoning ten behoeve van mantelzorg

Met deze afwijking is het onder voorwaarden mogelijk om inwoning toe te staan en een woning te vergroten voor inwonende personen.

Aan huis gebonden nevenactiviteiten en kantoor- en praktijkruimten

Met deze afwijking is het onder voorwaarden mogelijk om 'aan huis gebonden nevenactiviteiten' en 'kantoor- en praktijkruimten' toe te staan. De beide begrippen zijn in de begripsbepalingen toegelicht.

Bijbehorende bouwwerken op een grotere afstand van de woning

Deze afwijkingsbevoegdheid is opgenomen om het mogelijk te maken dat bijbehorende bouwwerken bij woningen buiten de huispercelen kunnen worden gebouwd. Hiervoor geldt een maximale afstand van 70 meter uit de achtergevel.

Evenementen

Voor het toestaan van evenementen is een afwijkingsmogelijkheid opgenomen. Nadere voorwaarden kunnen worden gesteld in het kader van de Algemene Plaatselijke Verordening (APV).

3.7 Wijzigingsbevoegdheden

Het plan bevat algemene wijzigingsregels om de bestemmingen 'Waarde - Archeologie onderzoeksgebied 1', 'Waarde - Archeologie onderzoeksgebied 2', 'Waarde - Archeologie onderzoeksgebied 3' of 'Waarde - Archeologisch waardevol gebied' op te nemen of te verwijderen van gronden.

Hoofdstuk 4 Economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid

4.1 Economische uitvoerbaarheid

Het voorliggende bestemmingsplan 'Buitengebied, vierde herziening' is een zogenaamd ‘veegplan’. Er zijn voor de gemeente geen uitvoeringskosten waarvoor een specifiek onderzoek naar economische aspecten moet worden uitgevoerd.

De nieuwe ontwikkelingen die in het bestemmingsplan zijn opgenomen, betreffen particuliere initiatieven op eigen gronden. Voor deze ontwikkelingen hoeft de gemeente Buren geen maatregelen uit te voeren. Ook hoeft de gemeente geen aan- of verkopen te doen. In overeenstemming met artikel 6.24 Wet ruimtelijke ordening heeft de gemeente de kosten verhaald op de initiatiefnemers via een (anterieure) overeenkomst. Als er geen sprake is van een bouwplan (artikel 6.2.1 Besluit ruimtelijke ordening) dan zijn de kosten op grond van de legesverordening op de initiatiefnemers verhaald. In de bijgevoegde ruimtelijke onderbouwingen is nader ingegaan op de economische uitvoerbaarheid van dat specifieke plan. De economische uitvoerbaarheid is hiermee voldoende gewaarborgd.

4.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid

4.2.1 Vooroverleg

Voor het overleg zoals bedoeld in artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening vindt vooroverleg plaats met onder meer de provincie en het waterschap. Na afloop van dit overleg wordt in deze paragraaf verslag gedaan van deze procedure.

4.2.2 Inspraak

In de gemeentelijke inspraakverordening staat dat er geen inspraak wordt verleend, als een besluit wordt voorbereid waarbij afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht wordt toegepast. Een bestemmingsplan wordt voorbereid met toepassing van afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht. Er is daarom geen inspraak verleend.

4.2.3 Zienswijzen

Het ontwerpbestemmingsplan 'Buitengebied, vierde herziening' wordt met bijbehorende stukken, op basis van artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening, voor een ieder ter inzage gelegd. Tijdens deze periode is het mogelijk om zowel mondeling als schriftelijk zienswijzen in te dienen. De zienswijzen worden samengevat en van een beantwoording voorzien in de procesnota.