direct naar inhoud van Toelichting
Plan: Buitengebied, Reparatieplan verblijfsrecreatieterreinen
Status: ontwerp
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0214.BUIBP20140018-on01

Toelichting

Hoofdstuk 1 Inleiding

1.1 Aanleiding en doelstelling

De gemeenteraad van Buren stelde het bestemmingsplan 'Bestemmingsplan Buitengebied, Verblijfsrecreatieterreinen' op 21 mei 2013 gewijzigd vast. Tegen dit besluit stelden verschillende partijen beroep in. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State deed op 2 april 2014 uitspraak en vernietigde het besluit op een aantal onderdelen. De Raad van State droeg hierbij de gemeente Buren op om binnen 26 weken na verzending van de uitspraak een nieuw besluit te nemen met inachtneming van hetgeen in de uitspraak is overwogen.

Het voorliggende bestemmingsplan 'Buitengebied, Reparatieplan verblijfsrecreatieterreinen' betreft het nieuwe plan, waarin de door de Raad van State vernietigde delen van het bestemmingsplan 'Bestemmingsplan Buitengebied, Verblijfsrecreatieterreinen' gerepareerd worden.

1.2 Plangebied

Het plangebied van dit bestemmingsplan bestaat uit een groot aantal percelen verspreid over het buitengebied van de gemeente Buren. Dit betreft de volgende terreinen:

  • Recreatieoord Vergarde
  • Camping-jachthaven Beusichem
  • Camping de Karekiet
  • Recreatieoord de Zandput
  • Recreatieoord in den Boomgaard
  • Recreatiepark de Lingebrug
  • Camping-Jachthaven de Loswal
  • Recreatiecentrum Eiland van Maurik
  • Camping Verkrema
  • Camping de Schans
  • Motorcamping het Dijkje
  • Houtbouwpark Rivierenland
  • Verblijfsrecreatieterrein Kalverland
  • Camping Blijwerven
  • Camping van Sijl
  • Camping Zwanenmeer
  • De Betuwe Hoeve

Op de volgende afbeelding is de globale ligging van de diverse locaties aangegeven.

afbeelding "i_NL.IMRO.0214.BUIBP20140018-on01_0001.jpg"

1.3 Leeswijzer

In hoofdstuk 2 staat het relevante beleidskader. Hoofdstuk 3 gaat in op de aanpassingen die volgen uit de uitspraak van de Raad van State over het bestemmingsplan 'Bestemmingsplan Buitengebied, Verblijfsrecreatieterreinen'. In hoofdstuk 4 komen de milieu- en omgevingsaspecten aan bod. In hoofdstuk 5 wordt ingegaan op de juridische aspecten. Hoofdstuk 6 betreft de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid.

Hoofdstuk 2 Beleidskader

2.1 Beleid van de Rijksoverheid

2.1.1 Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte

Het ruimtelijk beleid van de Rijksoverheid staat in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte. De visie heeft als doel dat Nederland in 2040 concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig is. Daarbij wordt uitgegaan van het 'decentraal, tenzij...'-principe.

Ook moer rekening worden gehouden met het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Het Barro is deels opgebouwd uit onderdelen uit de voorgaande AMvB Ruimte en deels gebaseerd op de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte.

Met de rijksbeleid zet het kabinet het roer om in het nationale ruimtelijke beleid. Het Rijk kiest voor een selectievere inzet van rijksbeleid op slechts 13 nationale belangen. Voor deze belangen is het Rijk verantwoordelijk en wil het resultaten boeken. Buiten deze 13 belangen hebben decentrale overheden beleidsvrijheid.

Dit bestemmingsplan raakt het belang van de waterveiligheid (belang 9): een aantal recreatieterreinen ligt in de uiterwaarden of tegen een dijk. Belang nummer 10 speelt ook een rol. Een groot deel van de gemeente is door de provincie aangewezen als een waardevol landschap. Dit bestemmingsplan behoudt de waarden doordat de terreinen niet kunnen uitbreiden. Het voorliggende plan betreft een reparatieplan naar aanleiding van de uitspraak van de Raad van State. Er is in dit geval geen sprake van strijdigheid met de belangen.

De gemeente Buren overlegt daarnaast met de ondernemers en burgers. Met alle eigenaren van de recreatieterreinen is gesproken over de toekomstwensen. Burgers, belangenorganisaties en andere overheden krijgen de gelegenheid te reageren op het bestemmingsplan door een zienswijze in te dienen. In hoofdstuk 6 wordt hier nader op ingegaan.

2.2 Ruimtelijk beleid van de Provincie Gelderland

2.2.1 Streekplan Gelderland 2005

Op 29 juni 2005 hebben Provinciale Staten van Gelderland het Streekplan Gelderland 2005 vastgesteld. Op grond van de Invoeringswet Wet ruimtelijke ordening is het streekplan gelijkgesteld aan een structuurvisie onder de nieuwe Wet ruimtelijke ordening (Wro).

Het Streekplan geeft op hoofdlijnen aan hoe de provincie ruimtelijk wordt ingedeeld. Bijvoorbeeld waar nieuwe woonwijken, bedrijventerreinen of natuur gepland zijn. Ook geeft de provincie welke andere zaken zij belangrijk vindt. Bij nieuwe ontwikkelingen moet een gemeente rekening houden met natuur, landschap of archeologie.

De provincie heeft een aantal gebieden aangewezen waar ze natuur en landschap extra wil beschermen.

Bestemmingsplannen die door de gemeente worden vastgesteld mogen de in het streekplan genoemde kwaliteiten van het landschap niet aantasten. Er mogen wel ontwikkelingen plaatsvinden, maar deze moeten de kwaliteiten van het landschap versterken.

Het voorliggende plan betreft een reparatieplan naar aanleiding van de uitspraak van de Raad van State. Er is in dit geval geen sprake van strijdigheid met het Streekplan.

2.2.2 Ruimtelijke Verordening Gelderland

Op 15 december 2010 hebben Provinciale Staten van Gelderland de Ruimtelijke Verordening Gelderland (RVG) vastgesteld. Inmiddels zijn ook herzieningen van de RVG vastgesteld.

De regels in de RVG hebben betrekking op het hele provinciale grondgebied, delen of gebiedsgerichte thema's. Ruimtelijke ontwikkelingen dienen te worden afgestemd op deze verordening. Het gaat onder meer om de volgende regels:

  • Als het gebied een weidevogel- of ganzengebied of een concentratiegebied intensieve teelten is: Nieuwe kampeer- of chaletparken zijn niet toegestaan. Uitbreiden van bestaande terreinen is ook niet toegestaan.
  • In natuurgebieden (het 'blauw-groene raamwerk'): Uitbreiding van een bestaand terrein mag pas als op het bestaande terrein geen ruimte meer is.
  • Als een kampeer- of chaletpark uitbreidt, moet de eigenaar laten zien dat hij alles verhuurt via een (eigen) verhuurbureau.
  • Recreatiewoningen mogen maximaal 75 m2 groot zijn. De inhoud is maximaal 300 m3. Een berging en kelder tellen mee bij de inhoud en de oppervlakte.
  • In een bestemmingsplan moet permanente bewoning van recreatieparken niet toegestaan worden.

Het voorliggende plan betreft een reparatieplan naar aanleiding van de uitspraak van de Raad van State. De regels uit het plan leiden niet tot strijdigheid met de verordening.

2.3 Beleid van de gemeente Buren

2.3.1 Plan van aanpak bestemmingsplan recreatieterreinen

De gemeente heeft een plan van aanpak gemaakt. In het plan van aanpak is beschreven wat de gemeente wilde regelen in het plan 'Bestemmingsplan Buitengebied, Verblijfsrecreatieterreinen'. De uitgangspunten zijn opgenomen in het betreffende plan.

Het voorliggende reparatieplan betreft aanpassingen naar aanleiding van de uitspraak van de Raad van State. De uitgangspunten uit het plan van aanpak zijn hiermee niet in strijd.

2.3.2 Beleidsnota permanente bewoning recreatieverblijven

De Minister heeft gemeentes opgedragen om voor 1 januari 2010 duidelijk beleid vast te stellen voor permanente bewoning van recreatieverblijven. De gemeente Buren heeft hiervoor de 'Beleidsnota permanente bewoning verblijfsrecreatieterreinen' vastgesteld. In deze beleidsnota geeft de gemeente aan hoe ze wil omgaan met permanente bewoning. Naar aanleiding van bovengenoemde beleidsnota maakte de gemeente het plan 'Bestemmingsplan Buitengebied, Verblijfsrecreatieterreinen'.

Het voorliggende reparatieplan betreft aanpassingen naar aanleiding van de uitspraak van de Raad van State. De beleidsnota is hiermee niet in strijd.

2.3.3 Welstandsnota

De gemeente Buren heeft een welstandsnota waarin ze haar kwaliteitseisen voor gebouwen beschrijft. Er zijn algemene criteria en eisen voor bepaalde gebieden. In de welstandsnota is uitgegaan van verschillende soorten gebieden. Eén van deze soorten gebieden zijn de recreatiegebieden met bebouwing. In het kader van welstand moet rekening worden gehouden met de welstandseisen voor de recreatieterreinen.

2.3.4 Waterplan 2008-2017

Doel van het Waterplan is:

  • Beleid vaststellen voor een gezond en veerkrachtig watersysteem in Buren.
  • Het beleid uitwerken in een uitvoeringsprogramma: wie gaat wat doen en wanneer?
  • Een praktische leidraad geven voor water en ruimtelijke ordeningszaken.

Het waterplan gaat vooral in op water dat in het stedelijk gebied voorkomt. Over water en recreatie is het volgende gesteld: Het te bergen water in de kernen en de ingrepen in de uiterwaarden zijn ontwikkelingen waarop aangehaakt kan worden. Veel waterpartijen lenen zich goed voor recreëren. In de meeste gevallen zal deze recreatie vissen, wandelen, fietsen en spelen zijn. Het water moet daarom te zien en te bereiken zijn. Vanwege de bijzondere natuurfunctie is er op de Maurikse Wetering, de Korne en de Linge maar beperkte waterrecreatie mogelijk.

In het voorliggende reparatieplan zijn aanpassingen doorgevoerd naar aanleiding van de uitspraak van de Raad van State. Het waterplan is hiermee niet in strijd.

2.3.5 Rioleringsplan

Gemeenten in Nederland moeten een Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) hebben. Het GRP is een beleidsplan, Dit plan geeft op hoofdlijnen aan hoe de gemeente omgaat met de inzameling en afvoer van afval-, hemel- en overtollig grondwater. Daarnaast heeft het plan tot doel globaal inzicht te geven in hoe de gemeente haar rioolstelsel beheert. Ook de financiële en personele gevolgen staan in het GRP. Het GRP wordt verder uitgewerkt in beheerplannen.

In het GRP is wel kort ingegaan op hoe de gemeente omgaat met bijvoorbeeld nieuwe aansluitingen.

Hoofdstuk 3 Aanpassingen naar aanleiding van uitspraak Raad van State

De gemeenteraad van Buren stelde het bestemmingsplan 'Bestemmingsplan Buitengebied, Verblijfsrecreatieterreinen' op 21 mei 2013 gewijzigd vast. Tegen dit besluit stelden verschillende partijen beroep in. De Raad van State droeg hierbij de gemeente Buren op om binnen 26 weken na verzending van de uitspraak een nieuw besluit te nemen met inachtneming van hetgeen in de uitspraak is overwogen.

Dit hoofdstuk bespreekt de betreffende onderdelen uit de uitspraak van de Afdeling en geeft aan op welke wijze deze in dit bestemmingsplan 'Buitengebied, Reparatieplan verblijfsrecreatieterreinen' zijn verwerkt. De volledige tekst van de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State is als Bijlage 1 bij dit bestemmingsplan gevoegd.

Vergarde

De Raad van State heeft de bestemmingen van dit plandeel vernietigd, met uitzondering van de bestemmingen 'Groen - Beplantingsstrook' en 'Water'. Voor dit plandeel moet opnieuw een besluit worden vastgesteld. Gelet op hetgeen in de uitspraak is overwogen, leidt dit tot de volgende aanpassingen in het plan.

Bestemmingen

De Raad van State heeft de bestemmingen 'Recreatie - Verblijfsrecreatie tot en met 75 m2', 'Recreatie - Centrale voorzieningen', 'Waarde - Archeologisch onderzoeksgebied 1' en 'Waarde - Archeologisch onderzoeksgebied 2' van het terrein van Vergarde vernietigd.

Inhoudelijk is het beroep tegen de archeologische dubbelbestemmingen ongegrond verklaard. Deze bestemmingen worden dus wederom opgenomen.

De inhoudelijke bezwaren tegen de bestemmingen 'Recreatie - Verblijfsrecreatie tot en met 75 m2' en 'Recreatie - Centrale voorzieningen' richten zich op de regels en niet op de verbeelding. Nu de regels worden aangepast (zie hieronder), worden de bestemmingen wederom opgenomen.

Artikel 12 lid 12.2.3 onder a en onder b

Onderdeel a betreft de bepaling dat de totale oppervlakte aan kampeermiddelen in de bestemming 'Recreatie - Verblijfsrecreatie tot en met 75 m2' inclusief aanbouwen, uitbouwen en bijgebouwen niet meer mag bedragen dan 55 m2 per kampeermiddel. Bij nader inzien acht de gemeenteraad deze oppervlakte onredelijk. In onderhavig plan wordt deze oppervlakte gewijzigd in 75 m2.

Onderdeel b betreft de bepaling dat voor geschakelde stacaravans (chalet) geldt dat de oppervlakte, inclusief berging, maximaal 75 m2 mag bedragen. Nu onderdeel a gewijzigd wordt in 75 m2, is de maximale oppervlakte voor alle kampeermiddelen gelijk en is er geen reden voor een aparte oppervlakte voor geschakelde stacaravans.

Artikel 12 lid 12.3.1 onder a

In deze bepaling wordt verwezen naar onderdeel 12.2.3 onder c. Dit moet zijn 12.2.3 onder d. Deze verwijzing wordt in onderhavig plan gecorrigeerd.

Artikel 7.1

De bestemming 'Recreatie - Centrale voorzieningen' voorziet ten onrechte niet in de mogelijkheid van recreatief gebruik van de gronden. In het voorheen geldende plan waren hiervoor mogelijkheden opgenomen. Deze zijn ten onrecht niet in dit plan opgenomen.

Dit leidt tot de aanpassing in artikel 7.1. In onderdeel e wordt de mogelijkheid van verblijfsrecreatie opgenomen. De verblijfsrecreatiemogelijkheden die gelden in de aangrenzende bestemming 'Recreatie - Kampeerterrein', 'Recreatie - Verblijfsrecreatie tot en met 55 m2' of 'Recreatie - Verblijfsrecreatie tot en met 75 m2', gelden ook voor de bestemming 'Recreatie - Centrale voorzieningen'. Bijvoorbeeld: het bestemmingsvlak 'Recreatie - Centrale voorzieningen' grenst aan de bestemming 'Recreatie - Kampeerterrein'. In laatstgenoemde bestemming zijn kampeermiddelen toegestaan en trekkershutten. De aanpassing van onderdeel e betekent dat ook in de bestemming 'Recreatie - Centrale voorzieningen' kampeermiddelen en trekkershutten mogen worden geplaatst. Daarbij gelden dezelfde regels als zijn opgenomen voor 'Recreatie - Kampeerterrein'. Echter, de aantallen mogen niet dubbel worden geteld. Op het hele terrein zijn dus maximaal 10 trekkershutten toegestaan (dus niet: 10 in R-KT en 10 in R-CV). En voor Kalverland betekent de wijziging dat het maximum aantal recreatiewoningen van 320 over beide bestemmingsvlakken verdeeld mag worden.

Artikel 7 lid 7.22 onder e

Deze bepaling betreft de eis dat de afstand van een gebouw in de bestemming 'Recreatie - Centrale voorzieningen' tot de bestemmingsgrens minimaal 2,5 m moet bedragen. Deze bepaling was bedoeld voor de randen van het terrein. Het is niet de bedoeling dat tussen de bestemmingen 'Recreatie - Verblijfsrecreatie' en 'Recreatie - Centrale voorzieningen' een afstand van 2,5 m dient te worden aangehouden. Daarom wordt deze bepaling genuanceerd, zodat duidelijk is dat die alleen geldt voor de randen van het terrein.

Conclusie Vergarde

Voor het terrein van Vergarde worden de bestemmingen opgenomen conform het plan 'Bestemmingsplan Buitengebied, Verblijfsrecreatieterreinen'.

De wijzigingen in de regels vinden plaats naar aanleiding van het beroep van Vergarde, maar hebben niet alleen betrekking op het terrein van Vergarde. De wijzigingen in de regels gelden voor alle terreinen. Daarom worden alle terreinen in onderhavig plan opgenomen. Omdat voor de overige terreinen (dus alle terreinen met uitzondering van Vergarde) alleen de regels wijzigen en geen bestemmingen worden opgenomen, blijven de bestemmingen uit het plan 'Bestemmingsplan Buitengebied, Verblijfsrecreatieterreinen' van toepassing. Dit is expliciet verwoord in artikel 30.2.

Zwanemeer

Raad van State heeft de volgende onderdelen van de regels vernietigd:

Artikel 11 lid 11.2.2, aanhef en onder b 

Dit betreft de bepaling dat een recreatiewoning pas mag worden gebouwd als de bedrijfsmatige exploitatie is aangetoond. De Raad van State heeft deze bepaling vernietigd, omdat de eis van bedrijfsmatige exploitatie volgens de gemeenteraad bij nader inzien alleen geldt in geval van nieuwvestiging van een recreatiewoning of uitbreiding van een bestaande recreatiewoning van 55 m2 naar 75 m2.

In artikel 11.1 omvat de mogelijkheid om stacaravans in te wisselen voor recreatiewoningen. Dit betreft echter geen nieuwvestiging als bedoeld in de uitspraak. Uitbreiding van 55 m2 naar 75 m2 vindt plaats door middel van toepassing van de wijzigingsbevoegdheid als bedoeld in 11.5 onder b (waarbij de onderdelen c, d en e moeten worden beschouwd als voorwaarden 1, 2 en 3 bij de wijzigingsbevoegdheid, welke lay-out in onderhavig plan wordt hersteld). Een van deze voorwaarden is dat de bedrijfsmatige exploitatie moet zijn aangetoond. Voor bedoelde uitbreiding blijft de eis dus overeind.

Een en ander betekent dat artikel 11 lid 11.2.2 onder b kan worden geschrapt.

Laatste zinsdeel definitie hoofdverblijf

In het plan was de volgende definitie van hoofdverblijf opgenomen:

"een gebouw of een deel van een gebouw dat:

òf door eenzelfde persoon of huishouden gebruikt wordt als woonruimte op een wijze die, ingevolge het bepaalde in artikel 24 tot en met 31 van de Wet gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens, noopt tot inschrijving van de bewoner(s) in de basisadministratie van de gemeente waarin dat gebouw is gelegen; hiervan is sprake indien er naar redelijke verwachting gedurende een half jaar ten minste twee derde van de tijd in het gebouw wordt verbleven;

òf indien betrokkene op meer dan één adres woont, het adres is waar hij naar redelijke verwachting gedurende een half jaar de meeste malen zal overnachten;
met dien verstande dat van een gebruik als hoofdverblijf voorts wordt geacht sprake te zijn wanneer buiten het zomerseizoen (dat loopt van 1 mei tot 1 oktober) in een kalenderjaar ter plaatse meer dan 70 maal nachtverblijf wordt gehouden en door betrokkene niet aannemelijk is of kan worden gemaakt, dat elders over een hoofdverblijf kan worden beschikt."

Het laatste deel van deze definitie ("met dien verstande van een gebruik als hoofdverblijf voorts wordt geacht sprake te zijn wanneer buiten het zomerseizoen (dat loopt van 1 mei tot 1 oktober) in een kalenderjaar ter plaatse meer dan 70 maal nachtverblijf wordt gehouden en door betrokkene niet aannemelijk is of kan worden gemaakt, dat elders over een hoofdverblijf kan worden beschikt") is door de Raad van State vernietigd. Daarbij is overwogen dat dit onderdeel uitsluitend betrekking heeft op de bewijslastverdeling in het kader van de handhaving van het plan, hetgeen niet thuishoort in een bestemmingsplan.

Gelet hierop wordt deze zinsnede geschrapt.

Conclusie Zwanemeer
Deze wijzigingen in de regels vinden plaats naar aanleiding van het beroep van het Zwanemeer, maar hebben niet alleen betrekking op het terrein van het Zwanemeer. De wijzigingen in de regels gelden voor alle terreinen. Daarom worden alle terreinen in onderhavig plan opgenomen. Omdat voor deze terreinen (behalve Vergarde) alleen de regels wijzigen (en niet de bestemmingen) blijven de bestemmingen uit het plan 'Bestemmingsplan Buitengebied, Verblijfsrecreatieterreinen' van toepassing. Dit is expliciet verwoord in artikel 30.2.

Hoofdstuk 4 Milieu- en omgevingsaspecten

De milieu- en omgevingsaspecten hoeven niet opnieuw te worden beschouwd. De wijzigingen in onderhavig plan ten opzichte van 'Bestemmingsplan Buitengebied, Verblijfsrecreatieterreinen' betreffen uitsluitend enkele onderdelen van de regels. Ze hebben geen gevolgen voor de milieu- en omgevingsaspecten. Voor deze aspecten wordt verwezen naar genoemd plan.

Hoofdstuk 5 Juridische aspecten

Voor het gebruiksgemak is de complete set regels opgenomen. De aanpassingen zijn geel gemarkeerd. De geel gemarkeerde delen vormen de reparatie van de regels van het bestemmingsplan 'Bestemmingsplan Buitengebied, Verblijfsrecreatieterreinen'. De doorgehaalde tekst is geen onderdeel meer van de regels.

Hoofdstuk 6 Economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid

6.1 Economische uitvoerbaarheid

Het voorliggende bestemmingsplan 'Buitengebied, Reparatieplan verblijfsrecreatieterreinen' is een reparatieplan. Er zijn voor de gemeente geen uitvoeringskosten in relatie tot dit bestemmingsplan aanwezig die noodzaken tot het opstellen van een specifiek onderzoek naar economische aspecten. Bij de vaststelling van het bestemmingsplan is daarom geen exploitatieplan nodig.

6.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid

6.2.1 Vooroverleg

Er is sprake van een reparatieplan naar aanleiding van het besluit van de Raad van State. Er heeft daarom geen vooroverleg plaatsgevonden met overige instanties.

6.2.2 Zienswijzen

Het ontwerpbestemmingsplan 'Buitengebied, Reparatieplan verblijfsrecreatieterreinen' wordt conform de Wet ruimtelijke ordening zes weken ter inzage gelegd. Iedereen kan het bestemmingsplan bekijken op www.ruimtelijkeplannen.nl of www.buren.nl. Binnen deze periode kan iedereen een zienswijze indienen. De gemeente beoordeelt dan of het bestemmingsplan aangepast moet worden. De resultaten van de voorbereidingsprocedure worden in het vaststellingsbesluit verwerkt.

mei 2014.