direct naar inhoud van Regels
Plan: Buitengebied, Reparatieplan verblijfsrecreatieterreinen
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0214.BUIBP20140018-va01

Regels

Hoofdstuk 1 Inleidende regels

Artikel 1 Begrippen

1.1 het plan

het bestemmingsplan Buitengebied, Reparatieplan verblijfsrecreatieterreinen van de gemeente Buren.

1.2 bestemmingsplan

de geometrisch bepaalde planobjecten als vervat in het GML-bestand NL.IMRO.0214.BUIBP20140018-va01 met de bijbehorende regels, waarbij geldt dat:

  • a. uitsluitend de geel gemarkeerde delen de reparatie vormen van de regels van het bestemmingsplan 'Buitengebied, Verblijfsrecreatieterreinen';
  • b. doorgehaalde tekst geen onderdeel meer is van de tekst.
1.3 aanduiding

een geometrisch bepaald vlak of een figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden.

1.4 aanduidingsgrens

de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft.

1.5 aan- en uitbouw

een aan een hoofdgebouw gebouwd gebouw dat in bouwkundig opzicht te onderscheiden is van het hoofdgebouw.

1.6 agrarisch bedrijf

een bedrijf dat is gericht op het voortbrengen van producten door middel van het telen van gewassen en/of het houden van dieren.

1.7 archeologische waarde

de aan een gebied toegekende waarde in verband met de kennis en de studie van het in dat gebied voorkomende bodemarchief.

1.8 bebouwing

een of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde.

1.9 bedrijfsmatige exploitatie

het via een bedrijf, stichting of andere rechtspersoon voeren van een zodanig beheer/exploitatie, dat in de logiesverblijven daadwerkelijk recreatieve (nacht)verblijfsmogelijkheden worden geboden.

1.10 bedrijfswoning

een woning in of bij een gebouw of op een terrein, die slechts is bestemd voor bewoning door (het huishouden van) een persoon, wiens huisvesting daar noodzakelijk is, gelet op de bestemming van het gebouw of het terrein.

1.11 bestaand gevoelig object

een object dat ten tijde van de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan, bestemd is om te worden gebruikt voor menselijk wonen of menselijk verblijf en die daarvoor permanent of op een daarmee vergelijkbare wijze van gebruik, wordt gebruikt.

1.12 bestaande afstands-, hoogte-, inhouds-, en oppervlaktematen

afstands-, hoogte-, inhouds- en oppervlaktematen, die op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan tot stand zijn gekomen of tot stand zullen komen met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens de Woningwet.

1.13 bestemmingsgrens

de grens van een bestemmingsvlak.

1.14 bestemmingsvlak

een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming.

1.15 bevoegd gezag

bevoegd gezag zoals bedoeld in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.

1.16 bodemarchief

de in de bodem aanwezige overblijfselen van menselijke aanwezigheid of activiteit uit oude tijden.

1.17 bouwen

het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats.

1.18 bouwgrens

de grens van een bouwvlak.

1.19 bouwperceel

een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten.

1.20 bouwperceelgrens

de grens van een bouwperceel.

1.21 bouwvlak

een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten.

1.22 bouwwerk

een bouwkundige constructie van enige omvang, die direct en duurzaam met de aarde is verbonden.

1.23 bijgebouw

een gebouw, dat in bouwkundig en functioneel opzicht ondergeschikt is aan een op hetzelfde perceel gelegen hoofdgebouw.

1.24 chalet

twee tegen elkaar geplaatste (geschakelde) stacaravans die worden gebruikt als één recreatieverblijf.

1.25 dagrecreatie

verblijf buiten de woning voor recreatieve doeleinden zonder dat er een overnachting ter plaatse mee gepaard gaat.

1.26 effluentleiding

een leiding die gezuiverd water afvoert vanuit een waterzuiveringsinstallatie.

1.27 extensief dagrecreatief medegebruik

een aan de bestemming ondergeschikt gebruik voor niet gemotoriseerde dagrecreatie gericht op het rustig beleven en gebruikmaken van aanwezige specifieke omgevingskwaliteiten in de vorm van wandelen, fietsen, varen, vissen e.d.  

1.28 extensieve dagrecreatie

niet-gemotoriseerde recreatieve activiteiten, zoals wandelen, fietsen, sporten, vissen en natuurobservatie.

1.29 gebouw

elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt.

1.30 groepskamperen

het met een uit maximaal 20 personen bestaande groep georganiseerd kortkamperen in tenten.

1.31 hoofdgebouw

een of meer panden, of een gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer panden of bouwwerken op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is.

1.32 hoofdverblijf

een gebouw of een deel van een gebouw dat:

òf door eenzelfde persoon of huishouden gebruikt wordt als woonruimte op een wijze die, ingevolge het bepaalde in artikel 24 tot en met 31 van de Wet gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens, noopt tot inschrijving van de bewoner(s) in de basisadministratie van de gemeente waarin dat gebouw is gelegen; hiervan is sprake indien er naar redelijke verwachting gedurende een half jaar ten minste twee derde van de tijd in het gebouw wordt verbleven;

òf indien betrokkene op meer dan één adres woont, het adres is waar hij naar redelijke verwachting gedurende een half jaar de meeste malen zal overnachten.
met dien verstande dat van een gebruik als hoofdverblijf voorts wordt geacht sprake te zijn wanneer buiten het zomerseizoen (dat loopt van 1 mei tot 1 oktober) in een kalenderjaar ter plaatse meer dan 70 maal nachtverblijf wordt gehouden en door betrokkene niet aannemelijk is of kan worden gemaakt, dat elders over een hoofdverblijf kan worden beschikt.

1.33 horecavoorzieningen

een voorziening als genoemd in de Staat van Horeca-activiteiten, gericht op het verstrekken van ter plaatse te nuttigen voedsel en dranken, uit ten hoogste categorie 1 van de Staat van Horeca-activiteiten.

1.34 illegale bewoning van een recreatieverblijf

wanneer er permanent gewoond wordt in het recreatieverblijf en men geen andere, zelfstandige legale woonruimte heeft dan het recreatieverblijf.

1.35 kampeerauto

een gemotoriseerd voertuig waarin voorzieningen voor dag- en/of nacht-verblijf zijn getroffen en dat als zodanig over de openbare weg kan en mag rijden.

1.36 kampeermiddel

een al dan niet als bouwwerk aan te merken tent, tentwagen, kampeerauto, trekkershut, (sta)caravan of hiermee gelijk te stellen onderkomen, dat bestemd is voor recreatief verblijf en waarbij de gebruikers hun hoofdverblijf elders hebben.

1.37 kleinschalige dagrecreatieve voorzieningen

voorzieningen, zoals aanlegsteigers, picknickplaatsen, observatiepunten, informatieborden en banken, ten behoeve van recreatieve activiteiten, zoals wandelen, fietsen, vissen, kanoën en natuurobservatie.

1.38 kortkampeerder

een kampeerder, van wie het kampeermiddel gedurende een periode van ten hoogste zes weken geplaatst blijft.

1.39 logiesaccommodatie

een of meerdere gastenkamers al dan niet met eigen voorzieningen gericht op het bieden van de mogelijkheid tot een toeristisch verblijf, gevestigd in de bedrijfswoning of in een gebouw, behorend tot de centrale voorzieningen.

1.40 mantelzorg

het bieden van zorg aan huis aan iemand die hulpbehoevend is op het fysieke, psychische en/of sociale vlak, buiten bedrijfsmatig of organisatorisch verband.

1.41 niet-permanente kunststoftunnel of overkapping

een kunststoftunnel of overkapping waarbij de afdichting of afdekking niet langer dan 5 maanden per jaar is aangebracht.

1.42 nieuw gevoelig object

een object bestemd voor en blijkens aard, indeling en inrichting geschikt om te worden gebruikt voor menselijk wonen of menselijk verblijf en die daarvoor permanent of op een daarmee vergelijkbare wijze van gebruik, wordt gebruikt.

1.43 nutsvoorzieningen

voorzieningen ten behoeve van het openbare nut, zoals transformatorhuisjes, gasreduceerstations, schakelhuisjes, duikers, bemalingsinstallaties, gemaalgebouwtjes, telefooncellen, voorzieningen ten behoeve van (ondergrondse) afvalinzameling en apparatuur voor telecommunicatie.

1.44 pand

de kleinste bij de totstandkoming functioneel en bouwkundig-constructief zelfstandige eenheid die direct en duurzaam met de aarde is verbonden en betreedbaar en afsluitbaar is.

1.45 peil
  • a. voor gebouwen die aan de weg grenzen: de hoogte van die weg;
  • b. in andere gevallen en voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde: de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte maaiveld ten tijde van inwerkingtreding van het plan, met dien verstande dat indien ophogingen of palen zijn aangebracht ten behoeve van hoogwatervrij gebruik van de grond, het peil de gemiddelde hoogte is van de afgewerkte ophoging dan wel de gemiddelde hoogte van de bovenkant van de palen.
1.46 permanente bewoning c.q. gebruik als hoofdverblijf

gebruik van een gebouw door eenzelfde persoon of eenzelfde huishouden op een wijze die ingevolge het bepaalde in de artikelen 24 tot en met 31 van de Wet gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens noopt tot inschrijving in de basisadministratie van de gemeente Buren. Hiervan is sprake indien er naar redelijke verwachting gedurende een half jaar tenminste twee derde van de tijd in het recreatieverblijf wordt verbleven.

1.47 recreatieverblijf

een onderkomen op een perceel dat een recreatieve bestemming in het bestemmingsplan heeft.

1.48 recreatiewoning

een gebouw, uitsluitend bestemd voor recreatief verblijf, waarbij de gebruikers hun hoofdverblijf elders hebben.

1.49 Staat van Horeca-activiteiten

de Staat van Horeca-activiteiten die van deze regels deel uitmaakt.

1.50 stacaravan

een aanhangwagen, zonder uitgebreide aanpassingen als één geheel verrijdbaar, die kan dienen als recreatief onderkomen, daaronder overnachting begrepen, met een lengte van meer dan 8 m en/of een breedte van meer dan 2,5 m, dan wel een ander, zonder uitgebreide aanpassingen als één geheel verrijdbaar, kampeermiddel, dat niet is of kan worden uitgerust om als aanhangwagen achter een motorvoertuig over de openbare weg te worden voortbewogen.

1.51 standplaats

een gedeelte van een terrein bestemd voor de plaatsing van een kampeermiddel, inclusief bij dat kampeermiddel behorende ondergeschikte onderkomens, zoals bijzettenten.

1.52 tent

een in hoofdzaak van textiel of ander daarmee vergelijkbaar materiaal vervaardigd onderkomen voor dag- en/of nachtverblijf, dat gemakkelijk is op te bouwen en in te pakken.

1.53 toercaravan/vouwwagen/tentwagen

een aanhangwagen die kan dienen als recreatief onderkomen, overnachting daaronder begrepen, welke is/kan worden uitgerust om als zodanig zelfstandig achter een gemotoriseerd voertuig over de openbare weg te worden voortbewogen.

1.54 trekkershut

een gebouw voor recreatief nachtverblijf met een eenvoudige constructie zonder sanitaire voorziening en een beperkte omvang voor passanten die overnachten.

1.55 verblijfsrecreatie

recreatief nachtverblijf, waarbij overnacht wordt in recreatieverblijven.

Artikel 2 Wijze van meten

2.1 Wijze van meten

Bij de toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten:

  • a. afstanden: afstanden tussen bouwwerken onderling alsmede afstanden van bouwwerken tot perceelsgrenzen worden daar gemeten waar deze afstanden het kleinst is;
  • b. bouwhoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen;
  • c. breedte, lengte en diepte van een bouwwerk: tussen (de lijnen getrokken door) de buitenzijde van de gevels en het hart van de scheidsmuren;
  • d. dakhelling: langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak;
  • e. goothoogte: vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord of een ander, daarmee gelijk te stellen constructiedeel;
  • f. inhoud van een bouwwerk: tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen;
  • g. oppervlakte van een bouwwerk: tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk;
  • h. vloeroppervlakte: de gebruiksvloeroppervlakte volgens NEN 2580.
2.2 Ondergeschikte bouwdelen

Bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden ondergeschikte bouwdelen, als plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, gevel- en kroonlijsten, regenpijpen, stoeptreden, luifels, balkons en overstekende daken, buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding van bouw-, c.q. bestemmingsgrenzen niet meer dan 1 m bedraagt.

Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels

Artikel 3 Agrarisch

3.1 Bestemmingsomschrijving

De voor ' Agrarisch ' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. grondgebonden agrarische productie, met dien verstande dat ter plaatse van de aanduiding ' milieuzone - teeltvrijezone ' het aanleggen en in exploitatie nemen van nieuwe boomgaarden en boomkwekerijen en het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen niet is toegestaan;
  • b. het weiden van dieren;
  • c. bijbehorende voorzieningen; 
  • d. landschappelijke beplanting;
  • e. watergangen en daarbij behorende voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding, de waterberging daaronder begrepen;
  • f. extensief dagrecreatief medegebruik;
  • g. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie - paragliding' voor paragliding.
3.2 Bouwregels
3.2.1

Op gronden met de bestemming ' Agrarisch ' mogen uitsluitend worden gebouwd:

  • a. niet-permanente teeltondersteunende voorzieningen zoals kunststoftunnels en overkappingen;
  • b. molens ten behoeve van de waterhuishouding; 
  • c. andere bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten behoeve van de bestemming.
3.2.2

Bij de bouw van de in 3.2.1 onder a bedoelde teeltondersteunende voorzieningen mag de bouwhoogte niet meer bedragen dan 6 m.

3.2.3

Bij de bouw van de in 3.2.1 onder b bedoelde molens mag de bouwhoogte niet meer bedragen dan 6 m.

3.2.4

Bij de bouw van de in 3.2.1 onder c bedoelde andere bouwwerken, geen gebouwen zijnde, dienen de volgende bepalingen in acht genomen te worden:

  • a. de oppervlakte mag niet meer bedragen dan 10 m2;
  • b. de hoogte mag niet meer bedragen dan 2,5 m.

3.3 Afwijken van de bouwregels
3.3.1

Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in 3.2.1  voor de bouw van een agrarisch hulpgebouw buiten een bouwvlak, indien en voor zover: 

  • a. het hulpgebouw niet of niet doelmatig op een bouwvlak kan worden opgericht;
  • b. de oppervlakte van het perceel waarop het gebouw wordt opgericht meer bedraagt dan 1 ha;
  • c. de oppervlakte van het gebouw niet meer bedraagt dan 0,25% van het perceel waarop het gebouw wordt opgericht en niet meer bedraagt dan 100 m2;
  • d. de hoogte niet meer bedraagt dan 7 m;
  • e. de goothoogte niet meer bedraagt dan 3 m.
3.3.2

Tot het afwijken van het bepaalde in 3.2 wordt pas overgegaan, indien hierdoor:

  • a. de functies en waarden die in het plan aan de desbetreffende en aan de omliggende gronden zijn toegekend, of de mogelijkheden tot het herstel of de ontwikkeling van deze waarden, niet blijvend onevenredig worden geschaad;   
  • b. geen strijdigheid ontstaat met de aan het plan ten grondslag liggende Structuurvisie Buren 2009-2019, vastgesteld op 27 oktober 2009.
3.4 Specifieke gebruiksregels

Als gebruik in strijd met de bestemming ' Agrarisch ' wordt in ieder geval begrepen:

  • a. een gebruik als volkstuin; 
  • b. een gebruik voor niet-grondgebonden agrarische productie in de vorm van teelt op tray-velden of op stellingen en/of containerteelt op lavas of beton; 
  • c. een gebruik voor de verwerking van agrarische producten, voor zover dit gebruik meer bedraagt dan 250 m2 en een gebruik voor productiegebonden detailhandel en detailhandel in streekeigen agrarische producten, voor zover dit gebruik meer bedraagt dan 50 m2
  • d. de opslag van mest buiten de agrarische bouwvlakken; 
  • e. de opslag van goederen en materieel in de openlucht en buiten de agrarische bouwvlakken uitsluitend ten behoeve van bedrijfsmatige grondgebonden agrarisch gerelateerde activiteiten, voor zover de oppervlakte van de opslag meer bedraagt dan 200 m2 per perceel en/of de hoogte van de opslag meer bedraagt dan 2 m; 
  • f. de opslag van goederen en materieel in de openlucht en op de agrarische bouwvlakken, voor zover de hoogte van de opslag meer bedraagt dan 4 m; 
  • g. de plaatsing van kampeermiddelen waarvan de oppervlakte meer bedraagt dan 20 m2.
3.5 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden
3.5.1

Het is verboden binnen de bestemming ' Agrarisch ' zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden de volgende werken en werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren: 

  • a. werken en werkzaamheden die direct zijn gericht op het storten, deponeren of op andere wijze opslaan van grond, puin of afvalmaterialen, voor zover deze van elders zijn aangevoerd; 
  • b. het aanbrengen van oppervlakteverhardingen, voor zover het niet betreft wegen en paden ten behoeve van het normale agrarische gebruik; 
  • c. het dempen, aanleggen of verbreden van watergangen.
3.5.2

Het in 3.5.1 vervatte verbod geldt niet voor:

  • a. werken en werkzaamheden binnen het kader van het normale onderhoud, beheer of herstel van de functies, die het plan aan de gronden toekent;
  • b. werken en werkzaamheden die ten tijde van het van kracht worden van het plan in uitvoering waren;
  • c. werken en werkzaamheden ten aanzien waarvan door burgemeester en wethouders is medegedeeld dat deze, wat aard en omvang betreft, van zodanige ondergeschikte betekenis zijn, dat voor de uitvoering daarvan geen omgevingsvergunning wordt vereist.
3.5.3

Burgemeester en wethouders gaan pas over tot het verlenen van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden, als bedoeld in 3.5.1 , indien uit een nader onderzoek is gebleken dat door de beoogde werken of werkzaamheden, dan wel door de daarvan te verwachten directe of indirecte gevolgen, de landschappelijke waarden en de natuurwaarden, die eigen zijn aan de desbetreffende gronden, of de mogelijkheden tot het herstel of de ontwikkeling van deze waarden, niet blijvend onevenredig worden geschaad.

Artikel 4 Bos

4.1 Bestemmingsomschrijving

De voor ' Bos ' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. het behoud, het herstel en de ontwikkeling van natuurlijke waarden en landschappelijke waarden;
  • b. de aanleg en instandhouding van afschermende groenvoorzieningen, bestaande uit gebiedseigen beplanting;
  • c. voorzieningen voor de waterhuishouding, waterberging, waterzuivering en hemelwaterinfiltratie;
  • d. nutsvoorzieningen.
4.2 Bouwregels

Op gronden met de bestemming ' Bos ' mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd ten behoeve van de bestemming, met een bouwhoogte van niet meer dan 2,5 m en een oppervlakte van niet meer dan 10 m2.

Artikel 5 Groen

5.1 Bestemmingsomschrijving

De voor ' Groen ' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. de aanleg en instandhouding van groenvoorzieningen;
  • b. bestaande schouwstroken;
  • c. in- en uitritten die noodzakelijk zijn in verband met aangrenzende bestemmingen;
  • d. voorzieningen voor de waterhuishouding, waterberging, waterzuivering en hemelwaterinfiltratie;
  • e. nutsvoorzieningen.
5.2 Bouwregels

Op gronden met de bestemming ' Groen ' mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd ten behoeve van de bestemming, met een bouwhoogte van niet meer dan 2,5 m en een oppervlakte van niet meer dan 10 m2.

Artikel 6 Groen - Beplantingsstrook

6.1 Bestemmingsomschrijving

De voor ' Groen - Beplantingsstrook ' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. de aanleg en instandhouding van afschermende groenvoorzieningen, bestaande uit hoogopgaande gebiedseigen beplanting;
  • b. bestaande schouwstroken;
  • c. in- en uitritten die noodzakelijk zijn in verband met aangrenzende bestemmingen;
  • d. voorzieningen voor de waterhuishouding, waterberging, waterzuivering en hemelwaterinfiltratie;
  • e. nutsvoorzieningen.
6.2 Bouwregels

Op gronden met de bestemming ' Groen - Beplantingsstrook ' mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd ten behoeve van de bestemming, met een bouwhoogte van niet meer dan 2,5 m en een oppervlakte van niet meer dan 10 m2.

Artikel 7 Recreatie - Centrale voorzieningen

7.1 Bestemmingsomschrijving

De voor ' Recreatie - Centrale voorzieningen ' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. beheersvoorzieningen ten behoeve van het aansluitende verblijfsrecreatie- en/of dagrecreatieterrein;
  • b. facilitaire voorzieningen ten behoeve van de recreanten van het aansluitende verblijfsrecreatie- en/of dagrecreatieterrein, waaronder begrepen facilitaire ruimten, opslag, linnenkamer, sanitaire voorzieningen en wasruimten;
  • c. gemeenschappelijke voorzieningen ten behoeve van de recreanten van het aansluitende verblijfsrecreatie- en/of dagrecreatieterrein, waaronder begrepen een sportveld, een ligweide, een zwembad, speelvoorzieningen, slechtweervoorzieningen, winkelvoorzieningen, horecavoorzieningen, met dien verstande dat:
    • 1. de gemeenschappelijke voorzieningen in het bestemmingsvlak aan Eiland van Maurik 7, Maurik (Eiland van Maurik) mede zijn bestemd voor andere gebruikers;
    • 2. een manege en/of het houden van vee niet onder gemeenschappelijke voorzieningen worden begrepen;
  • d. parkeervoorzieningen, waarbij geldt dat:
    • 1. ten minste moet zijn voorzien in minimaal 1 parkeerplaats per recreatiewoning en per kampeermiddel, hetzij in het bestemmingsvlak van de onderhavige bestemming, hetzij in het aangrenzende bestemmingsvlak ' Recreatie - Kampeerterrein ', ' Recreatie - Verblijfsrecreatie tot en met 55 m2 ' of ' Recreatie - Verblijfsrecreatie tot en met 75 m2 ';
    • 2. voor het bestemmingsvlak aan Kalverlandseweg 3, Eck en Wiel (Kalverland) geldt dat minimaal 60 parkeerplaatsen aanwezig moeten zijn;
    • 3. ter plaatse van de aanduiding 'parkeerterrein' de gronden uitsluitend zijn bestemd voor een parkeerterrein, met dien verstande dat in het bestemmingsvlak aan Rijnbandijk 10, Eck en Wiel (Verkrema) tevens zijn toegestaan speelvoorzieningen en voorzieningen ten behoeve van beveiliging van het parkeerterrein, ten behoeve waarvan een gebouw van 6 m2 mag worden gebruikt;
  • e. verblijfsrecreatie conform de aangrenzende bestemming ' Recreatie - Kampeerterrein ', ' Recreatie - Verblijfsrecreatie tot en met 55 m2 ' of ' Recreatie - Verblijfsrecreatie tot en met 75 m2 ', met dien verstande dat de regels van de betreffende aangrenzende bestemming in acht worden genomen, waarbij het bestemmingsvlak van de aangrenzende bestemming en het bestemmingsvlak van ' Recreatie - Centrale voorzieningen ' voor de verblijfsrecreatie als één bestemmingsvlak worden aangemerkt, zodat het maximum aantal recreatiewoningen en/of trekkershutten geldt voor de gezamenlijke bestemmingsvlakken;
  • f. in de volgende bestemmingsvlakken voor logiesaccommodaties met de volgende maximale gebruiksoppervlakte:
    bestemmingsvlak   maximale gebruiksoppervlakte  
    Rijnbandijk 6a, Eck en Wiel (Motorcamping Het Dijkje)   96 m2  
    Rijnbandijk 111, Maurik (Houtbouwpark Rivierenland)   310 m2  
  • g. in het bestemmingsvlak aan Provincialeweg 27a, Ommeren (Betuwe Hoeve) één recreatiewoning is toegestaan;
  • h. bedrijfswoningen, waarbij geldt dat het aantal bedrijfswoningen niet meer mag bedragen dan aangegeven in de tabel in 7.2.2 ;
  • i. bij deze bestemming behorende voorzieningen, zoals groen, water, voetpaden, verkeersvoorzieningen en nutsvoorzieningen.
7.2 Bouwregels
7.2.1

Op de gronden met de bestemming ' Recreatie - Centrale voorzieningen ' mag uitsluitend worden gebouwd ten behoeve van de bestemming.

7.2.2

Bij de bouw van gebouwen dienen de volgende bepalingen in acht genomen te worden:

  • a. de gezamenlijke oppervlakte van de gebouwen mag per bestemmingsvlak niet meer bedragen dan de in de tabel genoemde maximale oppervlakte:
    bestemmingsvlak   maximale oppervlakte   aantal bedrijfs-
    woningen  
    Bulksestraat 4, Ingen (Blijwerven)   740 m2   2  
    Eiland van Maurik 7, Maurik (Eiland van Maurik)   5.929 m2   3  
    Erichemsekade 8, Buren (Karekiet)   360 m2   1  
    Erichemseweg 84, Erichem (De Vergarde)   2.555 m2    1  
    Kalverlandseweg 3, Eck en Wiel (Kalverland)     1  
    Lingesteeg 8a, Kapel-Avezaath (Zandput)   220 m2    1  
    Lingesteeg 12, Kapel-Avezaath (In den Boomgaard)   496 m2    2  
    Provincialeweg 27a, Ommeren (Betuwe Hoeve)   528 m2   1  
    Rijnbandijk 6a, Eck en Wiel (Motorcamping Het Dijkje)   216 m2    1  
    Rijnbandijk 10, Eck en Wiel (Verkrema)   3.529 m2   2  
    Rijnbandijk 36, Maurik (De Loswal)   388 m2    1  
    Rijnbandijk 111, Maurik (Houtbouwpark Rivierenland)   84 m2    0  
    Rijnstraat 82, Ingen (Van Sijl)   892 m2   1  
    Schans 3, Eck en Wiel (De Schans)   465 m2   2  
    Verhuizensestraat 5, Ingen (Zwanenmeer)   281 m2   1  
    Veerweg 10a, Beusichem (Jachthaven Beusichem)   1.240 m2    1  
  • b. voor het bestemmingsvlak aan de Kalverlandseweg 3, Eck en Wiel (Kalverland) geldt dat het totale aantal verblijfsrecreatieve eenheden (recreatiewoningen en kampeermiddelen) niet meer mag bedragen dan 20 en dat het bebouwingspercentage niet meer mag bedragen dan het ter plaatse van de aanduiding 'maximum bebouwingspercentage (%)' aangegeven percentage;
  • c. de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan de ter plaatse van de aanduiding 'maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m)' aangegeven bouwhoogte;
  • d. de goothoogte mag niet meer bedragen dan de ter plaatse van de aanduiding 'maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m)' aangegeven goothoogte;
  • e. de afstand tot de bestemmingsgrens moet minimaal 2,5 m bedragen, met uitzondering van de bestemmingsgrens met de bestemmingen ' Recreatie - Kampeerterrein ', ' Recreatie - Verblijfsrecreatie tot en met 55 m2 ' en ' Recreatie - Verblijfsrecreatie tot en met 75 m2 '.
7.2.3

Bij de bouw van trekkershutten dienen de volgende bepalingen in acht genomen te worden:

  • a. het aantal trekkershutten mag niet meer dan 10 bedragen;
  • b. de oppervlakte per trekkershut mag niet meer dan 12 m2 bedragen;
  • c. de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 3 m;
  • d. bij een trekkershut is geen berging toegestaan.
7.2.4

Bij de bouw van recreatiewoningen in het bestemmingsvlak aan de Kalverlandseweg 3, Eck en Wiel (Kalverland) bedoeld in 7.1 onder e, dienen de volgende bepalingen in acht genomen te worden:

  • a. de totale oppervlakte inclusief aanbouwen, uitbouwen en bijgebouwen mag niet meer bedragen dan 75 m² per recreatiewoning;
  • b. de totale inhoud inclusief aanbouwen, uitbouwen, bijgebouwen en kelders mag niet meer bedragen dan 300 m³ per recreatiewoning;
  • c. de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 7 m;
  • d. de goothoogte mag niet meer bedragen dan 3 m;
  • e. indien de recreatiewoningen niet aaneengebouwd worden, dient de onderlinge afstand tussen recreatiewoningen minimaal 5 m te bedragen.
7.2.5

Bij de bouw van kampeermiddelen in het bestemmingsvlak aan de Kalverlandseweg 3, Eck en Wiel (Kalverland) bedoeld in 7.1 onder e, dienen de volgende bepalingen in acht genomen te worden:

  • a. de totale oppervlakte inclusief aanbouwen, uitbouwen en bijgebouwen mag niet meer bedragen dan 55 m² per kampeermiddel;
  • b. de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 3,3 m;
  • c. indien de kampeermiddelen niet aaneengebouwd worden, dient de onderlinge afstand tussen kampeermiddelen minimaal 5 m te bedragen.
7.2.6

Bij de bouw van kampeermiddelen in de bestemmingsvlakken, bedoeld in 7.1 onder f dienen de volgende bepalingen in acht genomen te worden:

  • a. van een toercaravan/vouwwagen/tentwagen in rijklare toestand mag de breedte niet meer dan 2,5 m en de lengte niet meer dan 8 m bedragen;
  • b. van stacaravan mag de oppervlakte inclusief bergingen, carports e.d. niet meer dan 55 m2 en de hoogte niet meer dan 3,3 m bedragen, met dien verstande dat de afstand van de stacaravans onderling ten minste 5 m en de afstand tot de bestemmingsgrenzen 2,5 m dient te bedragen;
  • c. op de standplaatsen voor stacaravans per standplaats één berging mag worden geplaatst met een oppervlakte van niet meer dan 6 m2 en een hoogte van niet meer dan 2,3 m, alsmede bij de toegangsdeur een opstap en een afdak met een oppervlakte van niet meer dan 2 m2.
7.2.7

Bij de bouw van een bedrijfswoning met bijbehorende aan-, uit- en bijgebouwen dienen de volgende bepalingen in acht genomen te worden:

  • a. de inhoud van de bedrijfswoning mag niet meer dan 750 m³ bedragen;
  • b. de bouwhoogte van de bedrijfswoning mag niet meer dan 12 m;
  • c. de goothoogte van de bedrijfswoning mag niet meer dan bedragen 6 m;
  • d. ter plaatse van de aanduiding "bedrijfswoning" uitsluitend een bedrijfswoning is toegestaan;
  • e. de gezamenlijke oppervlakte van de aanbouwen, uitbouwen en bijgebouwen mag niet meer bedragen dan 75 m²;
  • f. de bouwhoogte van aanbouwen en uitbouwen mag niet meer bedragen dan 3 m;
  • g. het aantal vrijstaande bijgebouwen mag niet meer bedragen dan 2;
  • h. de bouwhoogte van vrijstaande bijgebouwen mag niet meer bedragen dan 7 m;
  • i. de goothoogte van vrijstaande bijgebouwen mag niet meer bedragen dan 3 m.
7.2.8

Bij de bouw van bouwwerken, geen gebouwen zijnde dienen de volgende bepalingen in acht genomen te worden:

  • a. de bouwhoogte van vlaggenmasten mag niet meer bedragen dan 8 m;
  • b. de bouwhoogte van toestellen voor sport en spel, verwijsborden en lichtmasten mag niet meer bedragen dan 6 m;
  • c. de bouwhoogte van erfafscheidingen mag niet meer bedragen dan 2,5 m;
  • d. per verblijfsrecreatieterrein mag niet meer dan één windturbine worden gebouwd, waarvan de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan 18 m;
  • e. de bouwhoogte van andere bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 3 m.
7.3 Nadere eisen

Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en afmeting van de bebouwing ten behoeve van:

  • a. het bebouwingsbeeld;
  • b. de landschappelijke inpassing;
  • c. de milieusituatie;
  • d. de verkeersveiligheid;
  • e. de gebruiksmogelijkheden van nabijgelegen gronden.
7.4 Afwijken van de bouwregels

Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in:

  • a. 7.2.2 onder a en een grotere oppervlakte ten behoeve van centrale voorzieningen worden toegestaan, met dien verstande dat:
    • 1. de uitbreiding niet meer dan 25% mag bedragen;
    • 2. de uitbreiding uitvoerbaar is met het oog op beschermde flora en fauna;
    • 3. wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid;
    • 4. de uitbreiding wordt gerealiseerd in samenhang met een door burgemeester en wethouders goed te keuren erfinrichtingsplan, waarin aandacht wordt besteed aan ruimtelijke kwaliteit en landschappelijke inpassing;
    • 5. bij een toename van het aantal verkeersbewegingen de toeleidende wegen daarvoor geschikt zijn;
    • 6. geen onevenredige aantasting mag plaatsvinden van de belangen van de eigenaren en/of gebruikers van nabijgelegen gronden;
  • b. 7.2.2 onder a en een tweede bedrijfswoning toestaan, mits:
    • 1. vanuit bedrijfsmatig oogpunt is aangetoond dat de bedrijfswoning noodzakelijk is voor de bedrijfsvoering;
    • 2. de bedrijfswoning uit milieuhygiënisch oogpunt geen onevenredige belemmering vormt voor de bedrijfsvoering van omliggende bedrijven;
    • 3. het terrein tenminste 10 ha groot is;
    • 4. de bedrijfswoning mag pas worden gerealiseerd als de afschermende beplanting in de aan het bestemmingsvlak grenzende bestemming ' Groen - Beplantingsstrook ' is gerealiseerd, indien en voor zover deze aangrenzend aan het bouwperceel is gelegen.
  • c. 7.2.2 onder a en een bedrijfswoning toestaan in het bestemmingsvlak aan Rijnbandijk 111, Maurik (Houtbouwpark Rivierenland), mits:
    • 1. vanuit bedrijfsmatig oogpunt is aangetoond dat de bedrijfswoning noodzakelijk is voor de bedrijfsvoering;
    • 2. de bedrijfswoning uit milieuhygiënisch oogpunt geen onevenredige belemmering vormt voor de bedrijfsvoering van omliggende bedrijven;
    • 3. de bedrijfswoning mag pas worden gerealiseerd als de afschermende beplanting in de aan het bestemmingsvlak grenzende bestemming ' Groen - Beplantingsstrook ' is gerealiseerd, indien en voor zover deze aangrenzend aan het bouwperceel is gelegen.
7.5 Wijzigingsbevoegdheid

Burgemeester en wethouders kunnen ter plaatse van de aanduiding 'wetgevingzone - wijzigingsgebied' de bestemming Recreatie - Centrale voorzieningen wijzigen ten behoeve van het toestaan van een horecavoorziening, indien en voor zover:

  • a. er een logiesaccommodatie voor maximaal 15 kamers, 1 restaurant en een toeristisch informatiepunt worden gevestigd;
  • b. aangetoond is dat op het eigen terrein kan worden voorzien in de toename van de parkeerbehoefte.

Artikel 8 Recreatie - Dagrecreatie

8.1 Bestemmingsomschrijving

De voor ' Recreatie - Dagrecreatie ' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. voorzieningen ten behoeve van extensieve dagrecreatie behorende bij het verblijfsrecreatieterrein;
  • b. gemeenschappelijke voorzieningen ten behoeve van de recreanten behorende bij het verblijfsrecreatieterrein, waaronder begrepen Jeu de Boules en een midgetgolfbaan met dien verstande dat sportvelden niet zijn toegestaan;
  • c. bij deze bestemming behorende voorzieningen, zoals kleinschalige dagrecreatieve voorzieningen, speelvoorzieningen, groen, water, voetpaden en nutsvoorzieningen.
8.2 Bouwregels
8.2.1

Op de gronden met de bestemming ' Recreatie - Dagrecreatie ' mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten behoeve van de bestemming worden gebouwd met dien verstande dat lichtmasten niet zijn toegestaan.

8.2.2

Bij de bouw van de in 8.2.1 genoemde bouwwerken, geen gebouwen zijnde dienen de volgende bepalingen in acht genomen te worden:

  • a. de bouwhoogte van vlaggenmasten mag niet meer bedragen dan 8 m;
  • b. de bouwhoogte van toestellen voor sport en spel en verwijsborden mag niet meer bedragen dan 6 m;
  • c. de bouwhoogte van andere bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 3 m.
8.3 Specifieke gebruiksregels

Als gebruik in strijd met de bestemming ' Recreatie - Dagrecreatie ' wordt in ieder geval begrepen het gebruik ten behoeve van verblijfsrecreatie.

Artikel 9 Recreatie - Jachthaven

9.1 Bestemmingsomschrijving

De voor ' Recreatie - Jachthaven ' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. tewaterlaat-, aanleg- en ligplaatsen ten behoeve van de watersport;
  • b. bijbehorende voorzieningen, waaronder begrepen steigers, beschoeiingen, kades, hijsinrichtingen, verwijsborden, lichtmasten, parkeerplaatsen en groenvoorzieningen.
9.2 Bouwregels
9.2.1

Op de gronden met de bestemming ' Recreatie - Jachthaven ' mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten behoeve van de bestemming worden gebouwd.

9.2.2

Bij de bouw van de in 9.2.1 genoemde bouwwerken, geen gebouwen zijnde dienen de volgende bepalingen in acht genomen te worden:

  • a. de bouwhoogte van hijsinrichtingen mag niet meer bedragen dan 10 m;
  • b. de bouwhoogte van vlaggenmasten mag niet meer bedragen dan 8 m;
  • c. de bouwhoogte van verwijsborden mag niet meer bedragen dan 6 m;
  • d. de bouwhoogte van andere bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 3 m.
9.3 Wijzigingsbevoegdheid

Burgemeester en wethouders kunnen de bestemming ' Recreatie - Jachthaven ':

  • a. van het bestemmingsvlak aan de Veerweg 10a, Beusichem (Jachthaven Beusichem) wijzigen in een verblijfsrecreatieve bestemming ten behoeve van drijvende recreatiewoningen en daarbij aanduidingen opnemen ten behoeve van maatwerk, indien en voor zover:
    • 1. geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de gebruiksmogelijkheden van nabijgelegen gronden;
    • 2. de wijziging uit het oogpunt van milieu aanvaardbaar is;
    • 3. het verblijfsrecreatieterrein landschappelijk goed wordt ingepast;
    • 4. het nieuwe terrein één ruimtelijk geheel vormt en aansluit bij de aangrenzende recreatieterrein;
    • 5. geen vermindering plaatsvindt van de waterbergingscapaciteit ter plaatse van de bestemming ' Waterstaat - Waterstaatkundige functie ';
    • 6. sprake is van bedrijfsmatige exploitatie;
    • 7. het aantal plaatsen ten behoeve van drijvende recreatiewoningen minder dan 100 bedraagt;
    • 8. de oppervlakte van een drijvende recreatiewoning niet meer dan 75 m2 bedraagt;
    • 9. de hoogte van een drijvende recreatiewoning niet meer dan 3,3 m bedraagt;
    • 10. per drijvende recreatiewoning niet meer dan 1 bouwlaag aanwezig is;
    • 11. de bestemming ' Recreatie - Jachthaven ' in zijn geheel vervalt op die locatie;
  • b. van het bestemmingsvlak aan Rijnbandijk 36, Maurik (De Loswal) wijzigen in een verblijfsrecreatieve bestemming ten behoeve van drijvende recreatiewoningen en daarbij aanduidingen opnemen ten behoeve van maatwerk, waarbij afschrapen van de landtong is toegestaan, indien en voor zover:
    • 1. geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de gebruiksmogelijkheden van nabijgelegen gronden;
    • 2. de wijziging uit het oogpunt van milieu aanvaardbaar is;
    • 3. het verblijfsrecreatieterrein landschappelijk goed wordt ingepast;
    • 4. het nieuwe terrein één ruimtelijk geheel vormt en aansluit bij de aangrenzende recreatieterrein;
    • 5. geen vermindering plaatsvindt van de waterbergingscapaciteit ter plaatse van de bestemming ' Waterstaat - Waterstaatkundige functie ';
    • 6. sprake is van bedrijfsmatige exploitatie;
    • 7. het aantal plaatsen ten behoeve van drijvende recreatiewoningen minder dan 100 bedraagt;
    • 8. de oppervlakte van een drijvende recreatiewoning niet meer dan 75 m2 bedraagt;
    • 9. de hoogte van een drijvende recreatiewoning niet meer dan 3,3 m bedraagt;
    • 10. per drijvende recreatiewoning niet meer dan 1 bouwlaag aanwezig is.

Artikel 10 Recreatie - Kampeerterrein

10.1 Bestemmingsomschrijving

De voor ' Recreatie - Kampeerterrein ' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. verblijfsrecreatie door middel van kampeermiddelen, met uitzondering van stacaravans, waarbij geldt dat ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie - groepskamperen' uitsluitend groepskamperen is toegestaan;
  • b. ter plaatse van de aanduiding 'verblijfsrecreatie uitgesloten' geen kampeermiddelen zijn toegestaan;
  • c. parkeervoorzieningen, waarbij geldt dat ten minste moet zijn voorzien in minimaal 1 parkeerplaats per recreatiewoning en per kampeermiddel, hetzij in het bestemmingsvlak van de onderhavige bestemming, hetzij in het aangrenzende bestemmingsvlak ' Recreatie - Centrale voorzieningen ';
  • d. sanitaire voorzieningen en schuilgelegenheid;
  • e. bij deze bestemming behorende voorzieningen, zoals speelvoorzieningen - waaronder niet worden begrepen een manege en het houden van vee -, groen, water, ontsluitingswegen en nutsvoorzieningen.
10.2 Bouwregels
10.2.1

Op de gronden met de bestemming ' Recreatie - Kampeerterrein ' mag uitsluitend worden gebouwd ten behoeve van de bestemming.

10.2.2 Trekkershutten

Bij de bouw van trekkershutten dienen de volgende bepalingen in acht genomen te worden:

  • a. het maximum aantal trekkershutten bedraagt 10;
  • b. de oppervlakte per trekkershut bedraagt maximaal 12 m2, waarbij geen berging is toegestaan;
  • c. de bouwhoogte maximaal 3 meter bedraagt.
10.2.3

Bij de bouw van kampeermiddelen dienen de volgende bepalingen in acht genomen te worden:

  • a. de totale oppervlakte inclusief aanbouwen, uitbouwen en bijgebouwen mag niet meer bedragen dan 55 m² per kampeermiddel, met dien verstande dat op de standplaatsen voor stacaravans per standplaats één berging met een oppervlakte van 6 m2 en bij de toegangsdeur een opstap en een afdak van 2 m2 mogen worden geplaatst;
  • b. de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 3,3 m;
  • c. indien de kampeermiddel niet aaneengebouwd (geschakeld) worden, mag de onderlinge afstand tussen kampeermiddelen niet minder dan 5 m bedragen en mag de afstand tot de standplaatsgrens niet minder dan 2,5 m bedragen;
  • d. de toevoeging, uitbreiding of verbouw van een kampeermiddel mag pas worden gerealiseerd als de afschermende beplanting in de aan het bestemmingsvlak grenzende bestemming ' Groen - Beplantingsstrook ' is gerealiseerd, indien en voor zover deze aangrenzend aan de standplaats is gelegen.
10.2.4

Bij de bouw van sanitaire voorzieningen en schuilgelegenheid dienen de volgende bepalingen in acht genomen te worden:

  • a. de gezamenlijke oppervlakte van de gebouwen mag per bestemmingsvlak niet meer bedragen dan de in de tabel genoemde maximale oppervlakte:
    bestemmingsvlak   maximale oppervlakte  
    Eiland van Maurik 7, Maurik (Eiland van Maurik)   660 m2  
    Erichemsekade 8, Buren (Karekiet)   500 m2  
    Provincialeweg 27a, Ommeren (Betuwe Hoeve)   75 m2  
    Rijnbandijk 6a, Eck en Wiel (Motorcamping Het Dijkje)   30 m2  
    Rijnstraat 82, Ingen (Van Sijl)   500 m2  
  • b. de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 4 m.
10.2.5

Bij de bouw van bouwwerken, geen gebouwen zijnde dienen de volgende bepalingen in acht genomen te worden:

  • a. de bouwhoogte van vlaggenmasten mag niet meer bedragen dan 8 m;
  • b. de bouwhoogte van toestellen voor sport en spel, verwijsborden en lichtmasten mag niet meer bedragen dan 6 m;
  • c. de bouwhoogte van erfafscheidingen mag niet meer bedragen dan 2,5 m;
  • d. de bouwhoogte van andere bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 3 m.
10.3 Afwijken van de bouwregels
10.3.1

Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in 10.2.4 ten behoeve van een grotere gezamenlijke oppervlakte aan sanitaire voorzieningen en schuilgelegenheid, waarbij de gezamenlijke oppervlakte niet meer mag bedragen dan de in de tabel genoemde maximale oppervlakte:

bestemmingsvlak   maximale oppervlakte  
Eiland van Maurik 7, Maurik (Eiland van Maurik)   1.320 m2  
Rijnbandijk 6a, Eck en Wiel (Motorcamping Het Dijkje)   50 m2  
10.3.2

Tot het afwijken van het bepaalde in 10.3.1 wordt pas overgegaan, indien en voor zover de uitbreiding wordt gerealiseerd in samenhang met een door burgemeester en wethouders goed te keuren erfinrichtingsplan, waarin aandacht wordt besteed aan ruimtelijke kwaliteit en landschappelijke inpassing.

10.4 Wijzigingsbevoegdheid

Burgemeester en wethouders kunnen de bestemming ' Recreatie - Kampeerterrein ' ter plaatse van het bestemmingsvlakken aan de Rijnstraat 82, Ingen (Van Sijl) en aan de Provincialeweg 27a, Ommeren (Betuwe Hoeve) wijzigen in de bestemming ' Recreatie - Verblijfsrecreatie tot en met 55 m2 ' en daarbij regels en aanduidingen opnemen ten behoeve van maatwerk, mits het verblijfsrecreatieterrein landschappelijk wordt ingepast.

Artikel 11 Recreatie - Verblijfsrecreatie tot en met 55 m2

11.1 Bestemmingsomschrijving

De voor ' Recreatie - Verblijfsrecreatie tot en met 55 m2 ' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. verblijfsrecreatie door middel van recreatiewoningen en/of kampeermiddelen, waarbij:
    • 1. geldt dat het bouwperceel van een recreatiewoning een oppervlakte dient te hebben van ten minste vier maal de oppervlakte van de recreatiewoning;
    • 2. geldt dat de oppervlakte van een standplaats niet minder mag bedragen dan drie maal de oppervlakte van een stacaravan, indien de standplaats is bedoeld voor een stacaravan;
    • 3. voor buitendijks gebied, dat wil zeggen ter plaatse van de dubbelbestemming ' Waterstaat - Waterstaatkundige functie ', geldt dat geen recreatiewoningen zijn toegestaan;
    • 4. ter plaatse van de aanduiding 'verblijfsrecreatie uitgesloten' geldt dat geen recreatiewoningen en geen kampeermiddelen zijn toegestaan;
  • b. parkeervoorzieningen, waarbij geldt dat ten minste moet zijn voorzien in minimaal 1 parkeerplaats per recreatiewoning en per kampeermiddel, hetzij in het bestemmingsvlak van de onderhavige bestemming, hetzij in het aangrenzende bestemmingsvlak ' Recreatie - Centrale voorzieningen ';
  • c. sanitaire voorzieningen en schuilgelegenheid;
  • d. ter plaatse van de aanduiding 'laad en losplaats' voor een laad- en loskade;
  • e. bij deze bestemming behorende voorzieningen, zoals speelvoorzieningen - waaronder niet worden begrepen zwembaden, een manege en het houden van vee -, groen, water, nutsvoorzieningen en verkeersvoorzieningen.
11.2 Bouwregels
11.2.1

Op de gronden met de bestemming ' Recreatie - Verblijfsrecreatie tot en met 55 m2 ' mag uitsluitend worden gebouwd ten behoeve van de bestemming.

11.2.2

Bij de bouw van recreatiewoningen dienen de volgende bepalingen in acht genomen te worden:

  • a. de totale oppervlakte inclusief aanbouwen, uitbouwen en bijgebouwen mag niet meer bedragen dan 55 m² per recreatiewoning, met dien verstande dat in het bestemmingsvlak aan de Verhuizensestraat 5, Ingen (Zwanenmeer) maximaal 24 recreatiewoningen een oppervlakte mogen hebben van niet meer dan 75 m2;
  • b. een recreatiewoning mag worden gebouwd als de bedrijfsmatige exploitatie is aangetoond;
  • c. de totale inhoud inclusief aanbouwen, uitbouwen, bijgebouwen en kelders mag niet meer bedragen dan 300 m³ per recreatiewoning;
  • d. de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 7 m;
  • e. de goothoogte mag niet meer bedragen dan 3 m;
  • f. indien de recreatiewoningen niet aaneengebouwd (geschakeld) worden, mag de onderlinge afstand tussen recreatiewoningen niet minder dan 5 m bedragen en mag de afstand tot de bouwperceelgrens niet minder dan 2,5 m bedragen;
  • g. bergingen mogen niet vrijstaand worden gebouwd.
  • h. de toevoeging, uitbreiding of verbouw van een recreatiewoning mag pas worden gerealiseerd als de afschermende beplanting in de aan het bestemmingsvlak grenzende bestemming ' Groen - Beplantingsstrook ' is gerealiseerd, indien en voor zover deze aangrenzend aan het bouwperceel is gelegen.
11.2.3

Bij de bouw van kampeermiddelen dienen de volgende bepalingen in acht genomen te worden:

  • a. de totale oppervlakte inclusief aanbouwen, uitbouwen en bijgebouwen mag niet meer bedragen dan 55 m² per kampeermiddel, met dien verstande dat op de standplaatsen voor stacaravans per standplaats één berging met een oppervlakte van 6 m2 en bij de toegangsdeur een opstap en een afdak van 2 m2 mogen worden geplaatst;
  • b. de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 3,3 m;
  • c. indien de kampeermiddelen niet aaneengebouwd (geschakeld) worden, mag de onderlinge afstand tussen kampeermiddelen niet minder dan 5 m bedragen en mag de afstand tot de standplaatsgrens niet minder dan 2,5 m bedragen;
  • d. de toevoeging, uitbreiding of verbouw van een kampeermiddel mag pas worden gerealiseerd als de afschermende beplanting in de aan het bestemmingsvlak grenzende bestemming ' Groen - Beplantingsstrook ' is gerealiseerd, indien en voor zover deze aangrenzend aan de standplaats is gelegen.
11.2.4

Bij de bouw van trekkershutten dienen de volgende bepalingen in acht genomen te worden:

  • a. het aantal trekkershutten mag niet meer dan 10 bedragen;
  • b. de oppervlakte per trekkershut mag niet meer dan 12 m2 bedragen;
  • c. de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 3 m;
  • d. bij een trekkershut is geen berging toegestaan.
11.2.5

Bij de bouw van sanitaire voorzieningen en schuilgelegenheid dienen de volgende bepalingen in acht genomen te worden:

  • a. de gezamenlijke oppervlakte van de gebouwen mag per bestemmingsvlak niet meer bedragen dan de in de tabel genoemde maximale oppervlakte:
    bestemmingsvlak   maximale oppervlakte  
    Eiland van Maurik 7, Maurik (Eiland van Maurik)   540 m2  
    Erichemsekade 8, Buren (Karekiet)   500 m2  
    Rijnbandijk 36, Maurik (De Loswal)   500 m2  
    Rijnbandijk 10, Eck en Wiel (Verkrema)   310 m2  
    Schans 3, Eck en Wiel (De Schans)   160 m2  
    Veerweg 10a, Beusichem (Jachthaven Beusichem)   500 m2  
    Verhuizensestraat 5, Ingen (Zwanenmeer)   500 m2  
  • b. de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 4 m.
11.2.6

Bij de bouw van bouwwerken, geen gebouwen zijnde dienen de volgende bepalingen in acht genomen te worden:

  • a. de bouwhoogte van vlaggenmasten mag niet meer bedragen dan 8 m;
  • b. de bouwhoogte van toestellen voor sport en spel, verwijsborden en lichtmasten mag niet meer bedragen dan 6 m;
  • c. de bouwhoogte van erfafscheidingen mag niet meer bedragen dan 2,5 m;
  • d. de bouwhoogte van andere bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 3 m.
11.3 Afwijken van de bouwregels
11.3.1

Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in:

  • a. 11.2.2 onder e en 11.2.3 onder c en een geringere afstand worden toegestaan, indien brandwerende voorzieningen zijn getroffen;
  • b. 11.2.5 ten behoeve van een grotere gezamenlijke oppervlakte aan sanitaire voorzieningen en schuilgelegenheid, waarbij de gezamenlijke oppervlakte niet meer mag bedragen dan de in de tabel genoemde maximale oppervlakte:
bestemmingsvlak   maximale oppervlakte  
Eiland van Maurik 7, Maurik (Eiland van Maurik)   1.080 m2  
Erichemsekade 8, Buren (Karekiet)   1.100 m2  
Rijnbandijk 36, Maurik (De Loswal)   900 m2  
Rijnbandijk 10, Eck en Wiel (Verkrema)   510 m2  
Schans 3, Eck en Wiel (De Schans)   265 m2  
11.3.2

Tot het afwijken van het bepaalde in 11.3.1 onder b wordt pas overgegaan, indien en voor zover de uitbreiding wordt gerealiseerd in samenhang met een door burgemeester en wethouders goed te keuren erfinrichtingsplan, waarin aandacht wordt besteed aan ruimtelijke kwaliteit en landschappelijke inpassing.

11.4 Afwijken van de gebruiksregels

Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in 11.1 en ter plaatse van de aanduiding 'verblijfsrecreatie uitgesloten' kampeermiddelen en/of recreatiewoningen toestaan, indien en voor zover de fruitteelt is beëindigd.

11.5 Wijzigingsbevoegdheid

Burgemeester en wethouders kunnen het plan wijzigen in die zin dat:

  • a. ter plaatse van het bestemmingsvlak Rijnbandijk 36, Maurik (de Loswal) de bestemming ' Recreatie - Verblijfsrecreatie tot en met 55 m2 ' wordt gewijzigd in de bestemming ' Recreatie - Jachthaven ', indien en voor zover:
    • 1. er maximaal 100 ligplaatsen worden aangelegd;
    • 2. aangetoond is dat op het eigen terrein kan worden voorzien in de toename van de parkeerbehoefte;
    • 3. aangetoond is dat er sprake is van bedrijfsmatige exploitatie;
    • 4. Rijkswaterstaat is gehoord.
  • b. de bestemming ' Recreatie - Verblijfsrecreatie tot en met 55 m2 ' ter plaatse van het bestemmingsvlak aan de Rijnbandijk 10, Eck en Wiel (Verkrema) en Verhuizensestraat 5, Ingen (Zwanenmeer) wordt gewijzigd in de bestemming ' Recreatie - Verblijfsrecreatie tot en met 75 m2 ', indien en voor zover:
    • 1. aangetoond is dat er sprake is van bedrijfsmatige exploitatie;
    • 2. aangetoond is dat er sprake is van een goede landschappelijke inpassing;
    • 3. voor Rijnbandijk 10, Eck en Wiel (Verkrema) geldt dat de gronden zijn gesitueerd op hoogwatervrij terrein en Rijkswaterstaat is gehoord.

Artikel 12 Recreatie - Verblijfsrecreatie tot en met 75 m2

12.1 Bestemmingsomschrijving

De voor ' Recreatie - Verblijfsrecreatie tot en met 75 m2 ' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. verblijfsrecreatie door middel van recreatiewoningen en/of kampeermiddelen, waarbij:
    • 1. geldt dat het bouwperceel van een recreatiewoning een oppervlakte dient te hebben van ten minste vier maal de oppervlakte van de recreatiewoning;
    • 2. geldt dat de oppervlakte van een standplaats niet minder mag bedragen dan drie maal de oppervlakte van een stacaravan, indien de standplaats is bedoeld voor een stacaravan;
    • 3. voor het bestemmingsvlak aan de Kalverlandseweg 3, Eck en Wiel (Kalverland) geldt dat:
    • 4. voor buitendijks gebied, dat wil zeggen ter plaatse van de dubbelbestemming ' Waterstaat - Waterstaatkundige functie ' geldt dat geen recreatiewoningen zijn toegestaan;
    • 5. ter plaatse van de aanduiding 'verblijfsrecreatie uitgesloten' geldt dat geen recreatiewoningen en geen kampeermiddelen zijn toegestaan;
  • b. parkeervoorzieningen, waarbij geldt dat ten minste moet zijn voorzien in minimaal 1 parkeerplaats per recreatiewoning en per kampeermiddel, hetzij in het bestemmingsvlak van de onderhavige bestemming, hetzij in het aangrenzende bestemmingsvlak ' Recreatie - Centrale voorzieningen ';
  • c. sanitaire voorzieningen en schuilgelegenheid;
  • d. bij deze bestemming behorende voorzieningen, zoals speelvoorzieningen - waaronder niet worden begrepen zwembaden, een manege en het houden van vee -, groen, water, nutsvoorzieningen en verkeersvoorzieningen.
12.2 Bouwregels
12.2.1

Op de gronden met de bestemming ' Recreatie - Verblijfsrecreatie tot en met 75 m2 ' mag uitsluitend worden gebouwd ten behoeve van de bestemming.

12.2.2

Bij de bouw van recreatiewoningen dienen de volgende bepalingen in acht genomen te worden:

  • a. de totale oppervlakte inclusief aanbouwen, uitbouwen en bijgebouwen mag niet meer bedragen dan 75 m² per recreatiewoning;
  • b. de totale inhoud inclusief aanbouwen, uitbouwen, bijgebouwen en kelders mag niet meer bedragen dan 300 m³ per recreatiewoning;
  • c. de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 7 m;
  • d. de goothoogte mag niet meer bedragen dan 3 m;
  • e. indien de recreatiewoningen niet aaneengebouwd (geschakeld) worden, mag de onderlinge afstand tussen recreatiewoningen niet minder dan 5 m bedragen en mag de afstand tot de bouwperceelgrens niet minder dan 2,5 m bedragen;
  • f. bergingen mogen niet vrijstaand worden gebouwd;
  • g. de toevoeging, uitbreiding of verbouw van een recreatiewoning mag pas worden gerealiseerd als de afschermende beplanting in de aan het bestemmingsvlak grenzende bestemming ' Groen - Beplantingsstrook ' is gerealiseerd, indien en voor zove
  • h. r deze aangrenzend aan het bouwperceel is gelegen.
12.2.3

Bij de bouw van kampeermiddelen dienen de volgende bepalingen in acht genomen te worden:

  • a. de totale oppervlakte inclusief aanbouwen, uitbouwen en bijgebouwen mag niet meer bedragen dan 75 m2 per kampeermiddel, met dien verstande dat op de standplaatsen voor stacaravans per standplaats één berging met een oppervlakte van 6 m2 en bij de toegangsdeur een opstap en een afdak van 2 m2 mogen worden geplaatst;
  • b. voor geschakelde stacaravans (chalet) geldt dat de oppervlakte, inclusief berging, maximaal 75 m2 mag bedragen;
  • c. de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 3,3 m;
  • d. indien de kampeermiddelen niet aaneengebouwd (geschakeld) worden, mag de onderlinge afstand tussen kampeermiddelen niet minder dan 5 m bedragen en mag de afstand tot de standplaatsgrens niet minder dan 2,5 m bedragen;
  • e. de toevoeging, uitbreiding of verbouw van een kampeermiddel mag pas worden gerealiseerd als de afschermende beplanting in de aan het bestemmingsvlak grenzende bestemming ' Groen - Beplantingsstrook ' is gerealiseerd, indien en voor zover deze aangrenzend aan de standplaats is gelegen.
12.2.4

Bij de bouw van trekkershutten dienen de volgende bepalingen in acht genomen te worden:

  • a. het aantal trekkershutten mag niet meer dan 10 bedragen;
  • b. de oppervlakte per trekkershut mag niet meer dan 12 m2 bedragen;
  • c. de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 3 m;
  • d. bij een trekkershut is geen berging toegestaan.
12.2.5

Bij de bouw van sanitaire voorzieningen en schuilgelegenheid dienen de volgende bepalingen in acht genomen te worden:

  • a. de gezamenlijke oppervlakte van de gebouwen mag per bestemmingsvlak niet meer bedragen dan de in de tabel genoemde maximale oppervlakte:
    bestemmingsvlak   maximale oppervlakte  
    Bulksestraat 4, Ingen (Blijwerven)   800 m2  
    Erichemseweg 84, Erichem (Vergarde)   1.500 m2  
    Kalverlandseweg 3, Eck en Wiel (Kalverland)   1.350 m2  
    Lingesteeg 8a, Kapel-Avezaath (Zandput)   190 m2  
    Lingesteeg 12, Kapel-Avezaath (In den Boomgaard)   520 m2  
    Rijnbandijk 111, Maurik (Houtbouwpark Rivierenland)   500 m2  
    Erichemsekade 8, Buren (Karekiet)   160 m2  
  • b. de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 4 m.
12.2.6

Bij de bouw van bouwwerken, geen gebouwen zijnde dienen de volgende bepalingen in acht genomen te worden:

  • a. de bouwhoogte van vlaggenmasten mag niet meer bedragen dan 8 m;
  • b. de bouwhoogte van toestellen voor sport en spel, verwijsborden en lichtmasten mag niet meer bedragen dan 6 m;
  • c. de bouwhoogte van erfafscheidingen mag niet meer bedragen dan 2,5 m;
  • d. de bouwhoogte van andere bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 3 m.
12.3 Afwijken van de bouwregels
12.3.1

Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in:

  • a. 12.2.2 onder e en 12.2.3 onder d en een geringere afstand worden toegestaan, indien brandwerende voorzieningen zijn getroffen;
  • b. 12.2.5 ten behoeve van een grotere gezamenlijke oppervlakte aan sanitaire voorzieningen en schuilgelegenheid, waarbij de gezamenlijke oppervlakte niet meer mag bedragen dan de in de tabel genoemde maximale oppervlakte:
bestemmingsvlak   maximale oppervlakte  
Bulksestraat 4, Ingen (Blijwerven)   1.600 m2  
Erichemseweg 84, Erichem (Vergarde)   3.000 m2  
Kalverlandseweg 3, Eck en Wiel (Kalverland)   2.750 m2  
Lingesteeg 8a, Kapel-Avezaath (Zandput)   580 m2  
Lingesteeg 12, Kapel-Avezaath (In den Boomgaard)   1.200 m2  
Rijnbandijk 111, Maurik (Houtbouwpark Rivierenland)   850 m2  
Erichemsekade 8, Buren (Karekiet)   320 m2  
12.3.2

Tot het afwijken van het bepaalde in 12.3.1 onder b wordt pas overgegaan, indien en voor zover de uitbreiding wordt gerealiseerd in samenhang met een door burgemeester en wethouders goed te keuren erfinrichtingsplan, waarin aandacht wordt besteed aan ruimtelijke kwaliteit en landschappelijke inpassing.

Artikel 13 Sport - Manege

13.1 Bestemmingsomschrijving

De voor ' Sport - Manege ' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. een manege;
  • b. bijbehorende voorzieningen en opslag;
  • c. bijbehorende bewoning;
  • d. bijbehorende, daaraan ondergeschikte horeca;
  • e. landschappelijke beplanting.
13.2 Bouwregels
13.2.1

Op de gronden met de bestemming ' Sport - Manege ' mogen uitsluitend worden gebouwd:

  • a. bedrijfsgebouwen ten behoeve van de bestemming;
  • b. één bedrijfswoning per bestemmingsvlak;
  • c. bijgebouwen ten behoeve van de woning;
  • d. bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten behoeve van de bestemming.
13.2.2

Bij de bouw van de in 13.2.1 bedoelde bouwwerken, voorzover het betreft gebouwen, dienen de volgende bepalingen in acht genomen te worden:

a. de afstand tot de perceelsgrens mag niet minder bedragen dan 5 m;

b. deze bouwwerken niet mogen worden gebouwd ter plaatse van de aanduiding ' vrijwaringszone - weg '.

13.2.3

Bij de bouw van de in 13.2.1 onder a bedoelde bedrijfsgebouwen dienen de volgende bepalingen in acht genomen te worden:

  • a. per bestemmingsvlak mag het bebouwd oppervlak van de gebouwen, indien de uitbreiding noodzakelijk is voor (het continueren van) de bedrijfsvoering, niet meer bedragen dan 140% van het bestaande bebouwd oppervlak, waarbij de uitbreiding ten opzichte van het bestaand bebouwd oppervlak maximaal 500 m2 mag bedragen;
  • b. de hoogte mag niet meer bedragen dan 9 m;
  • c. de goothoogte mag niet meer bedragen dan 5 m.
13.2.4

Bij de bouw van de in 13.2.1 onder b bedoelde bedrijfswoningen dienen de volgende bepalingen in acht genomen te worden:

  • a. indien nog geen woning aanwezig is of indien sprake is van de vervanging van een bestaande woning, mag de woning uitsluitend in- of aanpandig met, dan wel op ten hoogste 5 m van een bedrijfsgebouw worden gebouwd;
  • b. de inhoud mag niet meer bedragen dan 750 m3;
  • c. de hoogte mag niet meer bedragen dan 12 m;
  • d. de goothoogte mag niet meer bedragen dan 6 m.
13.2.5

Bij de bouw van de in 13.2.1 onder c bedoelde bijgebouwen dienen de volgende bepalingen in acht genomen te worden:

  • a. per woning mogen niet meer dan 2 vrijstaande bijgebouwen worden gebouwd en mag het totale oppervlak van de bijgebouwen niet meer bedragen dan 75 m2;
  • b. de hoogte mag niet meer bedragen dan 7 m;
  • c. de goothoogte mag niet meer bedragen dan 3 m.
13.2.6

Bij de bouw van de in 13.2.1 onder d bedoelde bouwwerken, geen gebouw zijnde, dienen de volgende bepalingen in acht genomen te worden:

  • a. de hoogte van vrijstaande antennemasten mag niet meer bedragen dan 15 m;
  • b. de hoogte van andere bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 2,5 m.

Artikel 14 Verkeer

14.1 Bestemmingsomschrijving

De voor ' Verkeer ' aangewezen gronden zijn bestemd voor rij- en voetverkeer en de bijbehorende bermen en bouwwerken.

14.2 Bouwregels
14.2.1

Op gronden met de bestemming ' Verkeer ' mogen uitsluitend worden gebouwd:

  • a. weg en waterbouwkundige kunstwerken;
  • b. straatmeubilair zoals zitbanken, lichtmasten, abri's en verkeers- en verwijsborden;
  • a. andere bouwwerken ten behoeve van voorzieningen van de wegbeveiliging.
14.2.2

Van de in 14.2.1 genoemde bouwwerken mag de hoogte ten hoogste 3 meter bedragen, met dien verstande dat de hoogte van lichtmasten maximaal 10 meter mag bedragen.

Artikel 15 Water

15.1 Bestemmingsomschrijving

De voor ' Water ' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. waterpartijen, watergangen en daarbij behorende voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding, de waterberging daaronder mede begrepen;
  • b. instandhouding, dan wel herstel en ontwikkeling, van de landschappelijke waarden en de natuurwaarden die eigen zijn aan waterpartijen, watergangen en bijbehorende oeverzones;
  • c. ter plaatse van de aanduiding 'aanlegsteiger' voor aanleg- en ligplaatsen ten behoeve van de watersport;
  • d. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie - voorzieningen' voor een sanitaire voorziening;
  • e. extensief dagrecreatief medegebruik.
15.2 Bouwregels

Op gronden met de bestemming ' Water ' mogen uitsluitend worden gebouwd:

  • a. overkluizingen ter verbinding van de aangrenzende gronden;
  • b. duikers, steigers, kademuren, stuwen en andere bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten behoeve van de bestemming;
  • c. ter plaatse van de aanduiding 'aanlegsteiger': steigers, bebakening en meerpalen met een bouwhoogte van niet meer dan 1,2 m ten opzichte van het aansluitende afgewerkte terrein.

Artikel 16 Waterkering

16.1 Bestemmingsomschrijving

De voor ' Waterkering ' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. de instandhouding, het beheer, het onderhoud en de verbetering van de hoofdwaterkering;
  • b. bij deze bestemming voorzieningen zoals kunstwerken, dijksloten en andere waterstaatswerken;
  • c. het behoud, het herstel en de ontwikkeling van de landschappelijke waarden en de natuurwaarden die eigen zijn aan rivier- en kanaaldijken;
  • d. extensief dagrecreatief medegebruik.
16.2 Bouwregels
16.2.1

Op gronden met de bestemming ' Waterkering ' mogen uitsluitend worden gebouwd bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten behoeve van de bestemming.

16.2.2

Bij de bouw van de in 16.2.1 bedoelde bouwwerken ten behoeve van de bestemming mag de bouwhoogte niet meer bedragen dan 10 m.

16.3 Afwijken van de bouwregels
16.3.1

Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in 16.2.1 indien en voor zover het betreft:

  • a. kunstwerken zoals beelden en plastieken, behoudens voor zover het betreft gronden aan de rivierzijde van de buitenkruinlijn van de dijk;
  • b. masten ten behoeve van verlichting en bebakening, waarvan de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan 10 m;
  • c. abri's, waarvan de oppervlakte niet meer dan 10 m2 en de bouwhoogte niet meer dan 3 m mag bedragen;
  • d. andere bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten behoeve van de bestemming, waarvan de oppervlakte niet meer dan 10 m2 en de bouwhoogte niet meer dan 2 m mag bedragen.
16.3.2

Tot het afwijken als bedoeld in 16.3.1 wordt pas overgegaan, indien hierdoor:

  • a. de functies en waarden die in het plan aan de desbetreffende en aan omliggende gronden zijn toegekend, niet blijvend onevenredig worden geschaad;
  • b. gehoord de betrokken dijk- of waterbeheerder, is gebleken dat hierdoor de waterstaatkundige belangen niet blijvend onevenredig worden geschaad.

Artikel 17 Leiding - Gas

17.1 Bestemmingsomschrijving

De voor ' Leiding - Gas ' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor het transport van aardgas ter plaatse van de aanduiding 'hartlijn - leiding' en voor de bescherming van die leiding(en), waarbij geldt dat deze bestemming ten opzichte van andere daar voorkomende bestemmingen van primaire betekenis is.

17.2 Bouwregels

Op de gronden met de dubbelbestemming ' Leiding - Gas ' mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten behoeve van de dubbelbestemming ' Leiding - Gas ' worden gebouwd.

17.3 Afwijken van de bouwregels
17.3.1

Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in 17.2 , voor de bouw van bouwwerken, indien en voor zover deze zijn toegestaan voor de in 17.1  bedoelde, eveneens op de verbeelding voor deze gronden aangegeven, overige bestemmingen.

17.3.2

Bij toepassing van het bepaalde in 17.3.1 wordt getoetst dat de veiligheid met betrekking tot de gasleiding niet wordt geschaad en geen kwetsbare objecten worden toegelaten. Voorts dient vooraf schriftelijk advies te worden ingewonnen bij de leidingbeheerder.

17.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden
17.4.1 Aanlegverbod zonder omgevingsvergunning

Het is verboden binnen de dubbelbestemming ' Leiding - Gas ' zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden de volgende werken en werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren:

  • a. werken en werkzaamheden welke direct zijn gericht op het storten, deponeren of op andere wijze opslaan van, van elders aangevoerde, grond, puin of afvalmaterialen;
  • b. het aanplanten van een houtopstand, waaronder begrepen een productieboomgaard, een zacht-fruitopstand, een (boom)kwekerij of een windsingel;
  • c. het afgraven, ophogen of egaliseren van gronden;
  • d. het aanbrengen van oppervlakteverhardingen;
  • e. het indrijven van voorwerpen in de grond;
  • f. buis- en kabelleidingen voor riolering, nutsbedrijven en overeenkomstige doeleinden;
  • g. het uitvoeren van grondbewerkingen, waartoe worden gerekend afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen, ophogen en aanleggen van drainage;
  • h. het aanleggen, vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren;
  • i. het aanbrengen en rooien van diepwortelende beplanting.
17.4.2 Uitzonderingen op het aanlegverbod

Het verbod als bedoeld in  17.4.1 is niet van toepassing op werken of werkzaamheden die:

  • a. betrekking hebben op normaal onderhoud en beheer;
  • b. betrekking hebben op normale agrarische bedrijfsvoering en bodemexploitatie;
  • c. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van het plan;
  • d. mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende vergunning.
17.4.3 Voorwaarden voor een omgevingsvergunning

De werken en werkzaamheden, zoals in 17.4.2 bedoeld, zijn slechts toelaatbaar, indien, na overleg te hebben gevoerd met de betrokken leidingbeheerder, is gebleken dat door die werken of werkzaamheden de belangen van de bescherming van de desbetreffende leidingen, of de veiligheid van mensen, dieren en goederen, niet blijvend onevenredig worden geschaad.

Artikel 18 Leiding - Riool

18.1 Bestemmingsomschrijving

De voor ' Leiding - Riool ' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor een effluentleiding ter plaatse van de aanduiding 'hartlijn - leiding' en voor de bescherming van die leiding(en).

18.2 Bouwregels

Op de gronden met de bestemming ' Leiding - Riool ':

  • a. mogen ten behoeve van de in 18.1 genoemde bestemming uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd met een bouwhoogte van ten hoogste 3 m;
  • b. mag ten behoeve van de andere, voor deze gronden geldende bestemming(en) - met inachtneming van de voor de betrokken bestemming(en) geldende (bouw)regels - uitsluitend worden gebouwd, indien het bouwplan betrekking heeft op vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bouwwerken, waarbij de oppervlakte, voor zover gelegen op of onder peil, niet wordt uitgebreid en gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering.
18.3 Afwijken van de bouwregels

Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in 18.2 , indien:

  • a. de bij de betrokken bestemming behorende bouwregels in acht worden genomen en het belang van de leiding(en) door de bouwactiviteiten niet blijvend onevenredig wordt geschaad;
  • b. vooraf schriftelijk advies wordt ingewonnen bij de betreffende leidingbeheerder.
18.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden
18.4.1 Aanlegverbod zonder omgevingsvergunning

Het is verboden binnen de gronden met de bestemming ' Leiding - Riool ' zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, aan te leggen, of de volgende werkzaamheden uit te voeren:

  • a. het aanleggen van wegen of paden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen;
  • b. het aanbrengen van diepwortelende beplantingen en bomen;
  • c. het aanleggen van andere kabels en leidingen dan in de bestemmingsomschrijving is aangegeven, en het aanbrengen van daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur;
  • d. het indrijven van voorwerpen in de bodem;
  • e. het uitvoeren van grondbewerkingen, waartoe worden gerekend afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen, ophogen en aanleggen van drainage;
  • f. het aanleggen, vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren;
  • g. het opslaan van zaken (waaronder begrepen afvalstoffen).
18.4.2 Uitzonderingen op het aanlegverbod

Het verbod van 18.4.1 is niet van toepassing op werken of werkzaamheden die:

  • a. noodzakelijk zijn voor de uitvoering van een bouwplan waarvoor een vergunning is verleend, zoals in 18.3 bedoeld;
  • b. normaal onderhoud en beheer ten dienste van de bestemming betreffen;
  • c. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van de inwerkingtreding van het plan.
18.4.3 Voorwaarden voor een omgevingsvergunning

De werken en werkzaamheden, zoals in 18.4.1 bedoeld, zijn slechts toelaatbaar, indien het leidingbelang daardoor niet onevenredig wordt geschaad en vooraf schriftelijk advies is ingewonnen bij de betreffende leidingbeheerder.

Artikel 19 Waarde - Archeologisch onderzoekgebied 1

19.1 Bestemmingsomschrijving

De voor ' Waarde - Archeologisch onderzoekgebied 1 ' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor het behoud van de archeologische waarden.

19.2 Bouwregels

Op gronden met de bestemming ' Waarde - Archeologisch onderzoekgebied 1 ' mogen uitsluitend worden gebouwd bouwwerken, voor zover deze zijn toegestaan voor de andere voor deze gronden aangegeven bestemmingen: 

  • a. indien het bouwwerken betreft waarbij de grondwerkzaamheden niet dieper reiken dan 30 cm en de oppervlakte niet groter is dan 1.000 m2;
    of:
  • b. indien het bouwwerk dient ter vervanging van een bestaand bouwwerk, waarbij de oppervlakte niet wordt uitgebreid;
    of:
  • c. indien het bouwwerk is gesitueerd binnen 3 m uit de fundering van een bestaand gebouw;
    of: 
  • d. indien het betreft bouwwerken die voor archeologisch onderzoek noodzakelijk zijn.
19.3 Afwijken van de bouwregels

Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in  19.2  voor de bouw van bouwwerken, indien en voor zover deze zijn toegestaan voor de in de bestemmingsomschrijving van dit artikel bedoelde, eveneens voor deze gronden aangegeven, andere bestemmingen, en uit een nader onderzoek is gebleken dat hierdoor de archeologische waarden die eigen zijn aan de desbetreffende gronden niet blijvend onevenredig worden geschaad, dan wel indien deze archeologische waarden kunnen en zullen worden veiliggesteld door het uitvoeren van een archeologisch onderzoek.

19.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden
19.4.1

Het is verboden binnen de gronden met de bestemming ' Waarde - Archeologisch onderzoekgebied 1 ' de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren, zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden: 

  • a. het afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren en ontginnen van gronden; 
  • b. het graven of vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren of het aanbrengen van drainage; 
  • c. het verwijderen van bestaande funderingen; 
  • d. het verlagen van het waterpeil; 
  • e. het tot stand brengen en/of in exploitatie brengen van boor- en pompputten; 
  • f. het uitvoeren van heiwerken en/of indrijven van scherpe voorwerpen in de bodem; 
  • g. het aanplanten van een houtopstand, waaronder begrepen een bos, boomgaard, zacht-fruitopstand, (boom)kwekerij of windsingel, of het rooien daarvan waarbij stobben worden verwijderd; 
  • h. het aanleggen, verbreden of verharden van wegen, voet-, ruiter- of rijwielpaden/- banen of parkeergelegenheden en het aanleggen van andere oppervlakteverhardingen; 
  • i. het aanleggen van nieuwe ondergrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur.
19.4.2

Het in  19.4.1  vervatte verbod geldt niet voor: 

  • a. werken en werkzaamheden in de bodem tot een diepte van 0,30 m onder het bestaande maaiveld en werken en werkzaamheden die geen grotere oppervlakte betreffen dan 1.000 m2
  • b. werken en werkzaamheden voor zover het betreft voortzetting van de bestaande agrarische teelt, of, indien (uit historisch (kaart)materiaal blijkt dat) sprake is van wisselteelt met een ten opzichte van het voorgaande gewas diepwortelender gewas, daardoor geen sprake is van een in verband met het archeologisch belang nadeliger verstoring van de bodem; 
  • c. werken en werkzaamheden ten behoeve van laanboomteelt en fruitteelt; 
  • d. werken en werkzaamheden die het gewone onderhoud betreffen, met inbegrip van onderhouds- en vervangingswerkzaamheden van bestaande oppervlakteverhardingen, beplantingen langs wegen en bestaande tracés van kabels en leidingen; 
  • e. werken en werkzaamheden, indien en voor zover daarvoor, op het tijdstip van het van kracht worden van het plan, reeds een omgevingsvergunning is verleend; 
  • f. werken en werkzaamheden die ten tijde van het van kracht worden van het plan in uitvoering waren; 
  • g. werken en werkzaamheden die zijn bedoeld om de directe gevolgen van calamiteiten of plagen te beperken; 
  • h. werken en werkzaamheden die archeologisch onderzoek betreffen.
19.4.3

Een omgevingsvergunning, zoals bedoeld in 19.4.1 kan alleen worden verleend, indien uit een nader onderzoek is gebleken dat hierdoor de archeologische waarden die eigen zijn aan de desbetreffende gronden niet blijvend onevenredig worden geschaad, dan wel indien deze archeologische waarden kunnen en zullen worden veiliggesteld.

Artikel 20 Waarde - Archeologisch onderzoekgebied 2

20.1 Bestemmingsomschrijving

De voor ' Waarde - Archeologisch onderzoekgebied 2 ' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor het behoud van de archeologische waarden.

20.2 Bouwregels

Op gronden met de bestemming ' Waarde - Archeologisch onderzoekgebied 2 ' mogen uitsluitend worden gebouwd bouwwerken, voor zover deze zijn toegestaan voor de andere voor deze gronden aangegeven bestemmingen: 

  • a. indien het bouwwerken betreft waarbij de grondwerkzaamheden niet dieper reiken dan 30 cm en de oppervlakte niet groter is dan 2.000 m2;
    of:
  • b. indien het bouwwerk dient ter vervanging van een bestaand bouwwerk, waarbij de oppervlakte niet wordt uitgebreid;
    of:
  • c. indien het bouwwerk is gesitueerd binnen 3 m uit de fundering van een bestaand gebouw;
    of: 
  • d. indien het betreft bouwwerken die voor archeologisch onderzoek noodzakelijk zijn.
20.3 Afwijken van de bouwregels

Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in  20.2  voor de bouw van bouwwerken, indien en voor zover deze zijn toegestaan voor de in de bestemmingsomschrijving van dit artikel bedoelde, eveneens voor deze gronden aangegeven, andere bestemmingen, en uit een nader onderzoek is gebleken dat hierdoor de archeologische waarden die eigen zijn aan de desbetreffende gronden niet blijvend onevenredig worden geschaad, dan wel indien deze archeologische waarden kunnen en zullen worden veiliggesteld door het uitvoeren van een archeologisch onderzoek.

20.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden
20.4.1

Het is verboden binnen de gronden met de bestemming ' Waarde - Archeologisch onderzoekgebied 2 ' de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren, zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden: 

  • a. het afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren en ontginnen van gronden; 
  • b. het graven of vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren of het aanbrengen van drainage; 
  • c. het verwijderen van bestaande funderingen; 
  • d. het verlagen van het waterpeil; 
  • e. het tot stand brengen en/of in exploitatie brengen van boor- en pompputten; 
  • f. het uitvoeren van heiwerken en/of indrijven van scherpe voorwerpen in de bodem; 
  • g. het aanplanten van een houtopstand, waaronder begrepen een bos, boomgaard, zacht-fruitopstand, (boom)kwekerij of windsingel, of het rooien daarvan waarbij stobben worden verwijderd; 
  • h. het aanleggen, verbreden of verharden van wegen, voet-, ruiter- of rijwielpaden/- banen of parkeergelegenheden en het aanleggen van andere oppervlakteverhardingen; 
  • i. het aanleggen van nieuwe ondergrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur.
20.4.2

Het in  20.4.1  vervatte verbod geldt niet voor: 

  • a. werken en werkzaamheden in de bodem tot een diepte van 0,30 m onder het bestaande maaiveld en werken en werkzaamheden die geen grotere oppervlakte betreffen dan 2.000 m2;
  • b. werken en werkzaamheden voor zover het betreft voortzetting van de bestaande agrarische teelt, of, indien (uit historisch (kaart)materiaal blijkt dat) sprake is van wisselteelt met een ten opzichte van het voorgaande gewas diepwortelender gewas, daardoor geen sprake is van een in verband met het archeologisch belang nadeliger verstoring van de bodem; 
  • c. werken en werkzaamheden ten behoeve van laanboomteelt en fruitteelt; 
  • d. werken en werkzaamheden die het gewone onderhoud betreffen, met inbegrip van onderhouds- en vervangingswerkzaamheden van bestaande oppervlakteverhardingen, beplantingen langs wegen en bestaande tracés van kabels en leidingen; 
  • e. werken en werkzaamheden, indien en voor zover daarvoor, op het tijdstip van het van kracht worden van het plan, reeds een omgevingsvergunning is verleend; 
  • f. werken en werkzaamheden die ten tijde van het van kracht worden van het plan in uitvoering waren; 
  • g. werken en werkzaamheden die zijn bedoeld om de directe gevolgen van calamiteiten of plagen te beperken; 
  • h. werken en werkzaamheden die archeologisch onderzoek betreffen.
20.4.3

Een omgevingsvergunning, zoals bedoeld in 20.4.1 kan alleen worden verleend, indien uit een nader onderzoek is gebleken dat hierdoor de archeologische waarden die eigen zijn aan de desbetreffende gronden niet blijvend onevenredig worden geschaad, dan wel indien deze archeologische waarden kunnen en zullen worden veiliggesteld.

Artikel 21 Waarde - Archeologisch waardevol gebied

21.1 Bestemmingsomschrijving

De voor ' Waarde - Archeologisch waardevol gebied ' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor het behoud van archeologische waarden.

21.2 Bouwregels

Op gronden met de bestemming ' Waarde - Archeologisch waardevol gebied ' mogen uitsluitend worden gebouwd bouwwerken, geen gebouwen zijnde, voor zover deze zijn toegestaan voor de andere voor deze gronden aangegeven bestemmingen en voor zover bij de bouw hiervan geen grondwerkzaamheden worden uitgevoerd die dieper reiken dan 0,30 m beneden het bestaande maaiveld en een grotere omvang hebben dan 30 m2.

21.3 Afwijken van de bouwregels

Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in 21.2  voor de bouw van bouwwerken, indien en voor zover deze zijn toegestaan voor de in de bestemmingsomschrijving van dit artikel bedoelde, eveneens voor deze gronden aangegeven, andere bestemmingen, en uit een nader onderzoek is gebleken dat hierdoor de archeologische waarden die eigen zijn aan de desbetreffende gronden niet blijvend onevenredig worden geschaad, dan wel indien deze archeologische waarden kunnen en zullen worden veiliggesteld door het uitvoeren van een archeologisch onderzoek.

21.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden
21.4.1

Het is verboden binnen de gronden met de bestemming ' Waarde - Archeologisch waardevol gebied ' de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren, zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden: 

  • a. het afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren en ontginnen van gronden; 
  • b. het graven of vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren of het aanbrengen van drainage; 
  • c. het verwijderen van bestaande funderingen; 
  • d. het verlagen van het waterpeil; 
  • e. het tot stand brengen en/of in exploitatie brengen van boor- en pompputten; 
  • f. het uitvoeren van heiwerken en/of indrijven van scherpe voorwerpen in de bodem; 
  • g. het aanplanten van een houtopstand, waaronder begrepen een bos, boomgaard, zacht-fruitopstand, (boom)kwekerij of windsingel, of het rooien daarvan waarbij stobben worden verwijderd; 
  • h. het aanleggen, verbreden of verharden van wegen, voet-, ruiter- of rijwielpaden/- banen of parkeergelegenheden en het aanleggen van andere oppervlakteverhardingen; 
  • i. het aanleggen van nieuwe ondergrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur.
21.4.2

Het in 21.4.1  vervatte verbod geldt niet voor:

  • a. werken en werkzaamheden die plaatsvinden op een aaneengesloten oppervlakte kleiner dan 30 m2 en waarbij geen graafwerkzaamheden dieper dan 0,30 m onder het bestaande maaiveld noodzakelijk zijn;
  • b. werken en werkzaamheden die het gewone onderhoud betreffen, met inbegrip van onderhouds- en vervangingswerkzaamheden van bestaande oppervlakteverhardingen, beplantingen langs wegen en bestaande tracés van kabels en leidingen; 
  • c. werken en werkzaamheden, indien en voor zover daarvoor, op het tijdstip van het van kracht worden van het plan, reeds een omgevingsvergunning is verleend; 
  • d. werken en werkzaamheden die ten tijde van het van kracht worden van het plan in uitvoering waren; 
  • e. werken en werkzaamheden die zijn bedoeld om de directe gevolgen van calamiteiten of plagen te beperken; 
  • f. werken en werkzaamheden die archeologisch onderzoek betreffen.
21.4.3

Een omgevingsvergunning, zoals bedoeld in 21.4.1 , kan alleen worden verleend indien uit een nader onderzoek is gebleken dat hierdoor de archeologische waarden die eigen zijn aan de desbetreffende gronden niet blijvend onevenredig worden geschaad, dan wel indien deze archeologische waarden kunnen en zullen worden veiliggesteld.

Artikel 22 Waterstaat - Waterkering

22.1 Bestemmingsomschrijving

De voor ' Waterstaat - Waterkering ' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor:

  • a. het in stand houden, het beheer, het onderhoud en de verbetering van de waterkering;
  • b. bij deze bestemming behorende voorzieningen zoals kunstwerken, dijksloten en andere waterstaatswerken;
  • c. de instandhouding van de bestaande dijk als zodanig en als karakteristiek en cultuurhistorisch element;
  • d. instandhouding, dan wel herstel en ontwikkeling, van de landschappelijke waarden en de natuurwaarden die eigen zijn aan rivierdijken;
  • e. extensief dag- en recreatief medegebruik.
22.2 Bouwregels
22.2.1

Op gronden met de bestemming ' Waterstaat - Waterkering ' mogen uitsluitend worden gebouwd bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten behoeve van de waterkering.

22.2.2

Bij de bouw van de in 22.2.1 bedoelde bouwwerken ten behoeve van de waterkering mag de bouwhoogte niet meer bedragen dan 10 m.

22.3 Afwijken van de bouwregels
22.3.1

Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in 22.2.1 , indien en voor zover:

  • a. de bij de betrokken bestemming behorende bouwregels in acht worden genomen en het belang van de waterkering door de bouwactiviteiten niet blijvend onevenredig wordt geschaad;
  • b. vooraf schriftelijk advies wordt ingewonnen bij de betreffende waterbeheerder.

Artikel 23 Waterstaat - Waterstaatkundige functie

23.1 Bestemmingsomschrijving

De voor ' Waterstaat - Waterstaatkundige functie ' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor:

  • a. het beheer van de aangrenzende rivier;
  • b. afvoer van water, ijs en sediment;
  • c. werkzaamheden in het kader van de vergroting van het waterbergend en - afvoerend vermogen van de aangrenzende rivier.
23.2 Bouwregels
23.2.1

Op gronden met de bestemming ' Waterstaat - Waterstaatkundige functie ' mogen uitsluitend worden gebouwd bouwwerken ten behoeve van de bestemming, waaronder begrepen masten ten behoeve van verlichting en bebakening van de aangrenzende rivier.

23.2.2

Bij de bouw van de in 23.2.1 bedoelde masten mag de bouwhoogte niet meer bedragen dan 10 m.

23.3 Afwijken van de bouwregels
23.3.1

Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in 23.2.1 voor de bouw van bouwwerken ten behoeve van een andere voorkomende bestemming.

23.3.2

Tot het afwijken als bedoeld in 23.3.1 wordt pas overgegaan, indien hierdoor:

  • a. de functies en waarden die in het plan aan de desbetreffende en aan omliggende gronden zijn toegekend, niet blijvend onevenredig worden geschaad;
  • b. gehoord de betrokken dijk- of waterbeheerder, is gebleken dat hierdoor de waterstaatkundige belangen niet blijvend onevenredig worden geschaad.

Hoofdstuk 3 Algemene regels

Artikel 24 Anti-dubbeltelregel

24.1 Grond

Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

24.2 Bedrijfswoningen

Bij de beoordeling van een bouwaanvraag voor een bedrijfswoning worden mede in aanmerking genomen bestaande woningen welke als bedrijfswoning zijn gebouwd of als zodanig in gebruik zijn geweest. Ook bedrijfswoningen die ten gevolge van verkoop, verhuur, bedrijfssplitsing of andere transacties niet meer als bedrijfswoning fungeren, worden daartoe gerekend.

Artikel 25 Algemene bouwregels

25.1 Toegelaten bouwwerken met afwijkende maten

Voor een bouwwerk, dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden en dat in het plan ingevolge de bestemming is toegelaten, maar waarvan de bestaande afstands-, hoogte-, inhouds- en oppervlaktematen:

  • a. groter zijn dan de maximale maatvoeringbepalingen in de bouwregels van de betreffende bestemming, geldt dat deze grotere maatvoering als maximum mag worden gehanteerd bij herbouw op dezelfde plaats, waarbij voor een grotere oppervlakte bovendien geldt dat voor elke m2 gesloopte bedrijfsgebouwen 60% van de gesloopte oppervlakte mag worden teruggebouwd in de vorm van een nieuw bijgebouw of de uitbreiding van bestaande gebouwen, los van hetgeen in de bouwregels aan oppervlakte is toegestaan;
  • b. kleiner zijn dan de minimale maatvoeringbepalingen in de bouwregels van de betreffende bestemming, geldt dat deze kleinere maatvoering als minimum mag worden gehanteerd bij herbouw op dezelfde plaats.

Artikel 26 Algemene gebruiksregels

26.1 Strijdig gebruik

Onder gebruik in strijd met de regels van dit plan wordt in ieder geval verstaan:

  • a. gebruik van gronden of bouwwerken voor permanente bewoning, met uitzondering van de toegelaten bedrijfswoningen;
  • b. gebruik als seksinrichting, zijnde een voor het publiek toegankelijke besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht of vertoningen van erotischpornografische aard plaatsvinden en waaronder in elk geval wordt verstaan een prostitutiebedrijf, alsmede een erotische massagesalon, een seksbioscoop, een seksautomatenhal, een sekstheater of een parenclub, al dan niet in combinatie met elkaar;
  • c. gebruik als escortbedrijf, zijnde een natuurlijke persoon, groep van personen of rechtspersoon die bedrijfsmatig, of in omvang alsof zij bedrijfsmatig was, prostitutie aanbiedt die op een andere plaats dan in de bedrijfsruimte wordt uitgeoefend;
  • d. gebruik als smartshop, zijnde een ruimte waarin detailhandel plaatsvindt in psychotrope stoffen;
  • e. gebruik als coffeeshop, zijnde een alcoholvrije horecagelegenheid waar handel in en gebruik van softdrugs plaatsvindt;
  • f. gebruik als stort- en/of opslagplaats van grond en/of afval, anders dan als stort- en/of opslagplaats voor normaal gebruik.
26.2 Toegestaan gebruik

Onder gebruik in strijd met de regels van dit plan wordt niet verstaan het gebruik van een bedrijfswoning:

  • a. ten behoeve van mantelzorg, ten behoeve waarvan mag worden verbouwd, waarbij geldt dat:
    • 1. de verbouw noodzakelijk moet zijn om te voorzien in de behoefte aan inwoning ten behoeve van mantelzorg;
    • 2. de inwoning plaats moet vinden in het hoofdgebouwen/of de aanbouw;
    • 3. de woning geen grotere inhoud mag hebben dan 750 m3;
    • 4. er sprake.moet zijn van een gemeenschappelijke entree;
    • 5. het nieuwe gedeelte voor inwoning technisch/functioneel altijd weer bij de oorspronkelijke woning moet kunnen worden betrokken;
    • 6. minimaal één directe verbinding tussen beide wooneenheden aanwezig moet zijn;
    • 7. naast of in plaats van inwoning door verbouw van de woning, inwoning ook mag plaatsvinden in een bestaand bijgebouw binnen een afstand van 12 m van de woning waar het bijgebouw bij behoort en waarvan ten hoogste 60 m2 voor deze vorm van inwoning mag worden gebruikt, mits dit gebruik als persoonsgebonden wordt benoemd en de getroffen technische en functionele voorzieningen na afloop van dit persoonsgebonden gebruik worden verwijderd.
  • b. ten behoeve van aan huis gebonden nevenactiviteiten en kantoor- en praktijkruimten, indien en voorzover:
    • 1. de desbetreffende woning bewoond blijft;
    • 2. het vloeroppervlak van de gebouwen ten behoeve van het gebruik voor aan huis gebonden nevenactiviteiten en kantoor- en praktijkruimten niet meer bedraagt dan 50 m2;
    • 3. het onbebouwde gedeelte van het perceel niet wordt gebruikt voor de beoogde activiteit, met uitzondering van parkeervoorzieningen;
    • 4. de nevenactiviteit geen detailhandel betreft;
    • 5. de beoogde activiteit geen ontwikkeling tot gevolg heeft waarop de bestaande nutsvoorzieningen, wegen en parkeervoorzieningen niet zijn afgestemd;
    • 6. van tevoren in voldoende mate is verzekerd dat het beoogde gebruik geen ontoelaatbare invloed heeft op het woon- en leefmilieu van de omliggende woningen.

Artikel 27 Algemene aanduidingsregels

27.1 geluidzone - spoor

Ter plaatse van de aanduiding ' geluidzone - spoor ' mogen toegelaten geluidsgevoelige functies uitsluitend worden gerealiseerd met inachtneming van de ten hoogste toelaatbare geluidbelasting als bedoeld in de Wet geluidhinder en/of het Besluit geluidhinder of een vastgestelde hogere grenswaarde.

27.2 milieuzone - teeltvrijezone
27.2.1

Ter plaatse van de aanduiding ' milieuzone - teeltvrijezone ' is het verboden de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren:

  • a. het aanleggen van productieboomgaarden en productiezachtfruitopstanden;
  • b. het aanleggen van boomkwekerijen;
  • c. het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen ten behoeve van de hiervoor genoemde vormen van agrarische productie.
27.2.2

Burgemeester en wethouders kunnen met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 27.2.1 mits door middel van onderzoek is aangetoond dat een aanvaardbaar woon- en leefmilieu bij de omliggende gevoelige functies kan worden gewaarborgd.

27.3 vrijwaringszone - dijk 1
27.3.1

Ter plaatse van de aanduiding ' vrijwaringszone - dijk 1 ' zijn de gronden, naast de voor die gronden aangewezen bestemmingen, mede bestemd voor de bescherming, onderhoud en instandhouding van de primaire waterkering.

27.3.2

Ter plaatse van gronden met de aanduiding ' vrijwaringszone - dijk 1 ' mag niet worden gebouwd.

27.3.3

Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 27.3.2 met inachtneming van de volgende regels:

  • a. de bij de betrokken bestemming behorende bouwregels worden in acht genomen;
  • b. het belang van de waterkering wordt niet onevenredig geschaad en vooraf wordt schriftelijk advies ingewonnen bij de betreffende waterbeheerder.
27.4 vrijwaringszone - dijk 2

Ter plaatse van de aanduiding ' vrijwaringszone - dijk 2 ' zijn de gronden naast de voor die gronden aangewezen bestemmingen, bestemd voor een buitenbeschermingszone van de primaire waterkering.

27.5 vrijwaringszone - molenbiotoop
27.5.1

Ter plaatse van de aanduiding ' vrijwaringszone - molenbiotoop ' zijn de gronden, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor het beschermen van de functie van de in dit gebied voorkomende molen als werktuig en van de waarde als landschapsbepalend element.

27.5.2

Op gronden met de aanduiding ' vrijwaringszone - molenbiotoop ' mogen bouwwerken worden opgericht met inachtneming van de volgende maximale bouwhoogte:

M8 en M9 molen Op Hoop van Beter bij Ingen (stellingmolen)   voor zover zij meer dan 326 m van de voet van de molen verwijderd zijn: 1/75 van de afstand gemeten tussen het bouwwerk en de voet van de molen, vermeerderd met 4,05  
27.5.3

Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 27.5.2 voor de bouw van bouwwerken met een grotere maximale bouwhoogte, waarbij de maximale bouwhoogte niet meer mag bedragen dan volgens de overigens voor de betreffende gronden aangegeven bestemmingen is toegestaan en, gehoord de gemeentelijke Monumentencommissie, is gebleken dat hierdoor de windbelemmering niet dusdanig wijzigt dat de betreffende molen onvoldoende kan functioneren of anderszins blijvend onevenredig in zijn waarde wordt geschaad.

27.5.4

Tot het afwijken als bedoeld in 27.5.1 wordt pas overgegaan, indien hierdoor de functies en waarden die in het plan aan de desbetreffende en aan omliggende gronden zijn toegekend, niet blijvend onevenredig worden geschaad.

27.5.5

Het is verboden om binnen de gronden met de aanduiding ' vrijwaringszone - molenbiotoop ' zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden de gronden te beplanten met bomen, heesters of andere opgaande begroeiing. 

27.5.6

De werken en werkzaamheden als bedoeld in 27.5.5 zijn slechts toelaatbaar, indien door die werken of werkzaamheden, dan wel door de daarvan direct of indirect te verwachten gevolgen, zoals windbelemmering of belemmering van het uitzicht, geen onevenredig gevaar oplevert of kan opleveren voor het huidige en/of toekomstige functioneren als werktuig en/of voor de waarde van de molen als landschapsbepalend element.

27.6 vrijwaringszone - straalpad

Ter plaatse van de aanduiding ' vrijwaringszone - straalpad ' bedraagt de bouwhoogte van een bouwwerk in geen enkel opzicht meer dan 78 m ten opzichte van NAP.

27.7 vrijwaringszone - weg
27.7.1

Ter plaatse van de aanduiding ' vrijwaringszone - weg ' zijn de gronden mede bestemd voor de bescherming van het gebruik van de naastgelegen verkeerswegen.

27.7.2

Ter plaatse van de aanduiding ' vrijwaringszone - weg ' mogen geen bouwwerken worden gebouwd.

27.7.3

Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in 27.7.2 voor de bouw van bouwwerken ten dienste van de bestemming en conform de bestemmingsregels, indien en voor zover:

  • a. de functies en waarden die in het plan aan de desbetreffende en aan de omliggende gronden zijn toegekend, niet blijvend onevenredig worden geschaad;
  • b. geen strijdigheid ontstaat met de Structuurvisie Buren 2009-2019, vastgesteld op 27 oktober 2009;
  • c. gehoord de betrokken wegbeheerder, is gebleken dat hierdoor de belangen van de bescherming van de desbetreffende verkeerswegen, of de veiligheid van mensen, dieren en goederen, niet blijvend onevenredig worden geschaad.

Artikel 28 Algemene afwijkingsregels

28.1 Evenementen

Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van de bepalingen van het plan voor het gebruik van gronden voor het houden van meerdaagse evenementen, waaronder worden verstaan kermissen, jaarmarkten, tentfeesten en daarmee vergelijkbare evenementen.

28.2 Grenzen en aanduidingen

Bij een omgevingsvergunning kan, mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het straat- en bebouwingsbeeld, de woonsituatie, de milieusituatie, de verkeersveiligheid, de sociale veiligheid en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden, worden afgeweken van de bepalingen van het plan ten behoeve van:

  • a. het afwijken van bestemmingsgrenzen, bouwgrenzen en overige aanduidingen in het horizontale vlak, indien en voor zover afwijking noodzakelijk is in verband met de uitmeting van het terrein en er geen dringende redenen zijn die zich tegen de afwijking verzetten, mits de afwijking ten opzichte van hetgeen in het plan is aangegeven niet meer bedraagt dan 2,5 m;
  • b. het afwijken van bouwgrenzen en overige aanduidingen in het horizontale vlak, niet zijnde bestemmingsgrenzen, indien en voor zover afwijking noodzakelijk is uit een oogpunt van doelmatig gebruik van de grond, mits de afwijking ten opzichte van hetgeen in het plan is aangegeven niet meer bedraagt dan 2,5 m;
  • c. de bestemmingsbepalingen ten aanzien van de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, en worden toegestaan dat de bouwhoogte van de bouwwerken, geen gebouwen zijnde, wordt vergroot tot niet meer dan 10 m.
28.3 Nutsvoorzieningen

Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van de bepalingen van het plan ten behoeve van de bouw van bouwwerken voor nutsvoorzieningen zoals pompgemalen, verdeel-, regel- of transformatorruimten, telefooncentrales, telefooncellen, geldautomaten en abri's, waarvan de inhoud niet meer mag bedragen dan 50 m³ en de hoogte niet meer mag bedragen dan 3 m, alsmede voor beeldhouwwerken en daarmee gelijk te stellen kunstzinnige elementen met geen grotere hoogte dan 6 m en lichtmasten en vlaggenmasten met geen grotere hoogte dan 10 m.

Artikel 29 Algemene wijzigingsregels

29.1 Wijzigingsbevoegdheid

Burgemeester en wethouders kunnen het plan wijzigen met betrekking tot de bestemmingsgrenzen, indien verschuiving noodzakelijk is voor een goede realisering van het plan, of voor een aanpassing aan de nader ingemeten situatie, of door onnauwkeurigheden in de verbeelding, mits:

  • 1. de structurele opzet niet wordt aangetast en in de totale verdeling van de aangegeven bestemmingen geen wijziging komt;
  • 2. de verschuiving niet meer bedraagt dan 10 m;
  • 3. de afstand tussen de bouwwerken, als toegestaan in dit plan, niet kleiner wordt dan in het plan is aangegeven.

Artikel 30 Overige regels

30.1 Voorrangsregeling dubbelbestemmingen
30.1.1

Wanneer in het plan gronden zijn aangewezen voor één of meer dubbelbestemmingen, moet de voorrangsregeling volgens 30.1.2 en 30.1.3 in acht genomen worden.

30.1.2

De bouwmogelijkheden op grond van de overige voor de gronden of gebouwen geldende bestemmingen vervallen met dien verstande dat bouwwerken overeenkomstig die bestemmingen wel mogelijk zijn voor zover dit uitdrukkelijk in de regels van de dubbelbestemming is aangegeven.

30.1.3

Wanneer in het plan gronden zijn aangewezen voor meer dan één dubbelbestemming, mogen op grond van de ene dubbelbestemming geen bouwwerken worden toegelaten indien deze op grond van één van de andere dubbelbestemmingen niet toelaatbaar zijn.

30.2 Werking bestemmingsplannen

Op de gronden waar geen bestemming ligt, blijft het bestemmingsplan van toepassing zoals dat gold op het moment voorafgaand aan vaststelling van dit plan, waaronder begrepen het overgangsrecht, met uitzondering van de regels, waarvoor in dit plan geel gemarkeerde regels zijn opgenomen.

Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels

Artikel 31 Overgangsrecht

31.1 Overgangsrecht bouwwerken
31.1.1

Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot:

  • a. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd;
  • b. na het tenietgaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is tenietgegaan.
31.1.2

Het bevoegd gezag kan eenmalig bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 31.1.1 voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in 31.1.1 met maximaal 10%.

31.1.3

Het bepaalde in 31.1.1 is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan.

31.2 Overgangsrecht gebruik
31.2.1

Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet.

31.2.2

Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in 31.2.1 , te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind.

31.2.3

Indien het gebruik, bedoeld in 31.2.1 , na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten.

31.2.4

Het bepaalde in 31.2.1 is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.

31.2.5

In afwijking van en in aanvulling op het bepaalde in 31.2.4 geldt dat:

  • a. de in Bijlage 2 Persoonsgebonden overgangsrecht genoemde personen de recreatiewoning op de in Bijlage 2 genoemde locaties mogen gebruiken ten behoeve van permanente bewoning tot maximaal de in Bijlage 2 genoemde oppervlakte;
  • b. andere dan de onder a genoemde personen die aantoonbaar woonden op de in Bijlage 2 genoemde tijdstippen op de in Bijlage 2 genoemde locaties, de recreatiewoning mogen gebruiken ten behoeve van permanente bewoning tot maximaal de in Bijlage 2 genoemde oppervlakte.

Artikel 32 Slotregel

Deze regels worden aangehaald als Regels van het Buitengebied, Reparatieplan verblijfsrecreatieterreinen .

mei 2014.